Hoe zou Amsterdam zelf vinden dat het met de stadsdelen gaat?

Amsterdamse stadsdelen, is er iemand die er nog iets van begrijpt? Die vraag komt de laatste dagen op nu twee stadsdeelcommissies de beoogde dagelijks bestuurders hebben afgewezen. In Nieuw-West werden twee van de drie bestuurders afgekeurd, in Zuidoost ook twee van de drie. In dit soort gevallen denk ik terug aan mijn jeugd, toen er ook weleens politiek nieuws was met een hoog ‘zal wel’-gehalte omdat je gewoon niet begreep waar het nou eigenlijk over ging.
Tegenwoordig ben ik zo arrogant te denken dat ik politiek best aardig begrijp, maar bij de stadsdelen begin ik aan mezelf te twijfelen. Wat is dit voor bestuur, waar dient het voor, wat is de meerwaarde ervan en waarom is er nu opeens gedoe? Het zijn simpele vragen die de meeste burgers niet kunnen beantwoorden en ik deels ook niet. Dat is raar, want het betreft een bestuurslaag die bij uitstek dichtbij de burger zou moeten staan en dus juist heel begrijpelijk zou moeten zijn. Even afpellen dan maar.
Stadsdelen zijn een Amsterdams fenomeen. In Rotterdam bestonden ze ook onder de naam deelgemeenten. Het achterliggende idee is dat de gemeente enorm is, de afstand tussen burger en gemeentebestuur te groot en het aantal taken te immens. Daarom is de gemeente opgedeeld in allerlei gebieden die elk een eigen volksvertegenwoordiging en eigen bestuurders hebben. Eigenlijk een soort mini-gemeente, maar dan met bevoegdheden die door de centrale stad zijn gedelegeerd.
Dichtbij de burger
Je kunt veel van dit stelsel vinden, maar het was toen het werd ingevoerd in ieder geval redelijk goed te begrijpen. Deze mini-gemeenten hadden een gekozen volksvertegenwoordiging onder de naam stadsdeelraad. Daar deed men dan weer aan coalitievorming, net als in de echte gemeente, en dat leverde dan een dagelijks bestuur op met stadsdeelbestuurders. Er was in elk gebied zelfs een stadsdeelvoorzitter, een soort burgemeester, al mocht die niet zo heten.
Toen wilde men in Den Haag iets doen aan de bestuurlijke drukte en schafte men de stadsdelen af. Dat was een beetje flauw: dit fenomeen bestond maar in twee gemeenten, dus veel verschil maakte de afschaffing sowieso niet. Men zadelde twee steden met een probleem op: hoe nu om te gaan met al die kleine politieke thema’s, zoals glasbakken, buurtfeesten, wegafsluitingen en de groenvoorziening? Amsterdam en Rotterdam kwamen elk met een eigen alternatief. Ik behandel alleen Amsterdam.
Na vier jaar bestuurscommissies, begonnen – acht jaar geleden – de stadsdeelcommissies. Dit klinkt hetzelfde als een stadsdeelraad, maar dat is nadrukkelijk niet hetzelfde: deze commissies hebben in tegenstelling tot de stadsdeelraden nauwelijks bevoegdheden, want die mogelijkheid was door Den Haag afgeschaft. Een stadsdeelcommissie is dus een adviescommissie die nergens echt over gaat. Verwarrend voor de burger: de leden stellen de invloed en impact continu groter voor dan die is.
Nergens over gaan
Toen deze commissie in Amsterdam Zuid begon, heb ik er een serie over geschreven. Ik herinner me dat de nieuwbakken leden stonden te kijken naar een maquette met bouwprojecten op de Zuidas. Ambtenaren van het stadsdeel legden de stadsdeelcommissie – de gekozen volksvertegenwoordigers dus – uit wat de bestuurlijke werkelijkheid was. Die was nogal simpel: ‘alles wat u op deze maquette ziet… daar gaat u niet over’, zei een ambtenaar. Hij barstte nog net niet in lachen uit.
De ambtenaren hadden destijds al bedacht hoe de stadsdeelcommissie bedoeld was. Daar gingen de leden dus niet zelf over: ze hadden wettelijk toch niks te zeggen. Gezien de visie dat een stadsdeelcommissie géén stadsdeelraad is, moesten de leden ‘de ogen en oren van de buurt’ worden. Verrassend detail: in het stadsdeel bleken allemaal ambtenaren actief met min of meer dezelfde rol, wat al snel tot de vraag leidde wat nou het nut was van deze gekozen commissie.
Omdat de stadsdeelcommissie géén stadsdeelraad is, heeft men geen eigen coalitie, maar zijn de dagelijks bestuurders benoemd door de stad. De coalitie is in de stadsdelen dus hetzelfde als die in de gemeenteraad. Beetje gek natuurlijk, want die coalitie is gebaseerd op de meerderheid in de Stopera, terwijl diezelfde partijen in de stadsdelen helemaal geen meerderheid hoeven te hebben. Maakt niet uit, want de stadsdeelcommissie adviseert alleen over de benoemingen van de dagelijks bestuurders. Veto-en kan niet.
Opgedrongen bestuurders
De dagelijks bestuurders die in Zuidoost en Nieuw-West zijn afgekeurd kunnen dus door de centrale stad gewoon worden benoemd, ook al hebben de gekozen volksvertegenwoordigers in de stadsdeelcommissies negatief advies uitgebracht. Wat niet helpt is dat niet duidelijk is waarom de commissies dit hebben gedaan. Is dat nou vanwege algemene onvrede over dit vreemde bestuurlijke stelsel, of gaat het om de specifieke personen die her en der werden geparachuteerd?
In de planning van de Stopera wisselen dit jaar heel wat bestuurders van stadsdeel. Het is bijna niet te ontkennen dat het een baantjescircuit is: allemaal partijgenoten die een hoge functie krijgen, vaak omdat ze raadslid waren. Je vraagt je af of deze mensen in een gewone baan ook op dit niveau zouden functioneren. De verantwoordelijkheden zijn op papier enorm, maar verkopers bij de Action worden strenger geselecteerd. Of stellen deze functies eigenlijk weinig voor? Je zou het bijna denken.
Laten we kijken naar Amsterdam Oost. Hier wordt Emre Ünver (Pro) benoemd, terwijl hij niet in Oost woont. Dat kan gewoon, hij heeft alleen de goedkeuring van de Stopera nodig. Ünver, zo bleek tijdens de hoorzitting met de stadsdeelcommissie, heeft nauwelijks een idee wat er in Oost allemaal aan de hand is en gaat eerst maar eens kennismaken met het gebied. In de bestuurslaag die herkenbaar moet zijn voor de burger kom je dus bestuurders tegen die letterlijk je buurt niet kennen.
Bestuurlijke prestaties
Laten we eerlijk zijn: ook al is Ünver een representant van een Amsterdams baantjescircuit, als hij een hele goede bestuurder is, mag Amsterdam Oost blij zijn dat hij stadsdeelvoorzitter wordt. Dan maakt het ook alweer minder uit dat hij geen idee heeft waar hij gaat werken. Dit brengt ons op de vraag wat je als stadsdeelbestuurder gepresteerd moet hebben om van de Stopera een tweede termijn te krijgen. Dan zal er wel een evaluatie van de geleverde prestaties hebben plaatsgevonden.
Ünver was acht jaar stadsdeelvoorzitter in Nieuw-West. Ik weet niet of u daar weleens komt, maar velen hebben het idee dat er in dat deel van de stad immense sociale problemen zijn. Wat heeft Ünver daar precies aan gedaan? Welke zegenrijke resultaten zijn er behaald dat hij zijn werk in Oost mag vervolgen? Een bewoner schetst Nieuw-West als ‘een bestuurlijk afvoerputje’. Misschien valt dat wel mee, maar ook in de media lezen we er niks over. Kennelijk geen relevante vraag?
Ik weet hoe dat komt: de rol van deze bestuurders is op zichzelf niet helder en dus zijn ze nergens op af te rekenen. Zij voeren in hun stadsdeel ‘als verlengd bestuur’ de besluiten van het college in de Stopera uit. Maar dat doen ambtenaren per definitie ook. Als je directeur bent bij een stadsdeel, wat is dan het verschil met een stadsdeelbestuurder die door de Stopera is geparachuteerd?
Vaag onderscheid
In de stadsdelen zal iedereen bij hoog en laag beweren dat dit een helder onderscheid is, maar dat is het niet. Meerdere stadsdeelbestuurders konden het me de afgelopen jaren niet uitleggen. Sommigen praten tegenwoordig over deze bestuurders als ‘superambtenaren’. Ze hebben dus… iets meer bestuurlijke ruimte dan hun ambtenaren? Toen D66 het coalitieakkoord besprak met partijleden hoorde ik wethouder Melanie van der Horst over dit onderwerp ratelen dat ‘de uitvoering politieker moet’.
Ik dacht altijd dat de uitvoering juist niet politiek moet zijn. Aangezien ik deze wartaal niet begreep, heb ik het coalitieakkoord erop nageslagen. Stadsdelen krijgen meer doorzettingsmacht en de bestuurders krijgen een grotere taak in de uitvoering. Ze gaan vaker met clusterdirecteuren praten. Dat klinkt wederom als dingen die ambtenaren ook kunnen. Geen probleem: die zijn even ongekozen als de stadsdeelbestuurders. Met de stem van burgers heeft het allemaal niets te maken.
De stadsdeelcommissie is ondertussen wel gekozen, maar adviseert slechts. Bestuurders mogen vervolgens zelf bepalen of ze er iets mee doen. Waarom er verkiezingen bestaan voor een commissie die het beleid niet echt kan veranderen is een raadsel. Waarom bepaalde benoemingen plaatsvinden idem dito. Goed dus dat twee stadsdeelcommissies de aan hen opgedrongen stadsdeelbestuurders hebben afgekeurd. Dat is symbolisch, maar nu kunnen we tenminste zien of de Stopera deze volksvertegenwoordigers serieus neemt.
Zo nee, dan rest de leden van de stadsdeelcommissies maar één ding, maar iets zegt me dat iedereen sowieso gewoon blijft zitten.
Beeld: Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuid, 2022. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.