Een mediafonds doet niet wat de lokale democratie nodig heeft

De lokale journalistiek heeft het moeilijk: er is vooral aandacht voor het dagelijkse, snelle nieuws, niet voor achtergrond, verdieping en onderzoeksjournalistiek. Een aantal gemeenten heeft de hoop opgegeven dat de markt dit probleem kan oplossen: Ze zijn een eigen mediafonds gestart om verdiepende lokale journalistiek mogelijk te maken. De gemeente geeft geld aan een onafhankelijke stichting, die vervolgens subsidie geeft aan allerlei journalistieke projecten. De grote vraag is natuurlijk hoe zinvol dat is.
Een paar jaar geleden heb ik eens subsidie bij zo’n fonds aangevraagd. Ik vroeg een paar duizend euro aan bij het Leids Mediafonds om een serie video’s te maken over de waterschapsverkiezingen. Ik ging naar het lokale waterschap en interviewde een handvol lijsttrekkers. Na de montage kwamen ze op YouTube en werden ze uitgezonden bij de lokale omroep. Leuk om te maken en in theorie heel nuttig, want wie weet nou wat je bij de waterschappen moet stemmen? Enige probleem: niemand keek ernaar.
Zie hier het probleem van mediafondsen: als je een product maakt waar burgers behoefte aan hebben, kan dat meestal wel op eigen benen staan en is subsidie alleen maar een hoop gedoe. Als je wel een mediafonds nodig hebt, zou het kunnen dat je iets maakt waar niemand op zit te wachten, zoals reportages over de waterschapsverkiezingen. Of mensen zitten er wel op te wachten, maar de maker kan dat publiek niet goed bereiken, dat kan natuurlijk ook. Je zou kunnen denken dat dit bij lokale mediafondsen altijd op voorhand een probleem is.
Oud publiek
Deze scepsis brengt ons woensdagavond naar Tilburg, waar men ook al enkele jaren met mediasubsidies bezig is. In muziekpodium Paradox houdt het Tilburgs Mediafonds haar jaarlijkse mediacafé. Er is al meteen iets vreemds aan de hand: Tilburg herbergt een van de weinige HBO-opleidingen journalistiek, maar de zaal zit niet bepaald vol met studenten die denken hier gemakkelijk geld te kunnen scoren. Het publiek is opmerkelijk oud en de makers die hun gesubsidieerde project presenteren vallen eveneens in die categorie.
Dat het Tilburgse Mediafonds geld heeft, moge duidelijk zijn. De voorzitter meldt dat afgelopen jaar 28 aanvragen zijn gedaan en dat er daarvan vijftien zijn gehonoreerd. Die hebben in totaal 64.000 euro subsidie gekregen. Het fonds bestaat inmiddels een paar jaar en het bestuur hoopt op een vervolg. Daar moet kennelijk nog over worden besloten, maar voor 2027 is het budget alweer veiliggesteld. Tijd om te luisteren naar een paar succesvolle aanvragers. De lijst gerealiseerde projecten op de website is overigens best imposant.
We luisteren naar twee vrouwen die een documentaire hebben gemaakt over femicide. Een vrouw heeft een subsidie gekregen om vooronderzoek te doen naar de geschiedenis van de naaiateliers waar Tilburg vroeger vol mee stond. Een fotograaf is naar Indonesië geweest om Molukkers in beeld te brengen. Dit is de plek waar twee Tilburgse zusters jarenlang missiewerk deden. Er is tevens een documentaire gemaakt over een beeldbepalende kerk die een nieuwe torenspits heeft gekregen. Er zit een lichtkunstwerk in.
Gebraden kip
Er is ook nog een documentaire over drie flats in Tilburg. Ze lijken bij het publiek bekende iconen in het lokale landschap. De documentaire gaat over het samenleven in deze flats, bezien vanaf de balkons. De maakster stond beneden en riep dingen naar boven om zo het flatleven ingezogen te worden. Allerlei microverhalen geven een beeld hoe mensen met elkaar in de flat samenleven, zo horen we. Er heeft iemand een gebraden kip van het balkon gegooid. De opnames zijn deze zomer en volgend jaar maart is de documentaire af.
Zo zien we wat lokale mediafondsen doen: de gedachte achter deze initiatieven is goed, namelijk het ondersteunen van diepgravende journalistiek waar in het reguliere medialandschap sowieso geen ruimte of budget voor is. Of er publiek voor deze producties is, kun je betwisten, maar het verrijkt het lokale media-aanbod wel. Dat is ook het pleidooi van de speciale gast van deze avond: Eva Rovers. Zij pleit voor journalistiek die de democratie ondersteunt door onder andere de pluriformiteit van het debat te laten zien en de macht ter verantwoording te roepen.
Pluriformiteit toevoegen, dat lukt wel, maar lukt de macht controleren ook? Geen van de gepresenteerde projecten doet dit expliciet. Onwillekeurig dwalen je gedachten af: van alle vormen van lokale journalistiek staat politieke verslaggeving het meest onder druk. Raadsleden en wethouders worden maar matig gecontroleerd en in het lokale politieke landschap is sowieso geen pluriform aanbod van verschillende journalistieke stemmen. Je zou bijna zeggen dat daar subsidie voor zou moeten zijn.
Maar ja, politieke verslaggeving is geen project: het is een structureel noodzakelijke dienst die het hele budget van het mediafonds zou opsouperen. Zo kun je gemakkelijk uittekenen of de democratie hier wordt versterkt.
Beeld: Eva Rovers spreekt de zaal toe. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.