Nieuwe beweging ‘Wij willen groei’ is vooral een aanval op de VVD

Het kan snel gaan. Anderhalve week geleden had nog niemand van Wij willen groei (WWG) gehoord, donderdagavond staan er volgens de organisatie 300 mensen in B. in Amsterdam. Matthijs van de Burgwal kijkt tevreden om zich heen: dit is de lancering van zijn nieuwe beweging die Nederland op het pad richting meer economische groei moet zetten. Volop interesse: de zaal is uitverkocht en er zijn naar verluid leden langsgekomen van diverse politieke partijen. Alleen de journalistiek laat het afweten: in Den Haag zijn urgentere zaken.
Van de Burgwal, zo vertelt hij op het podium, heeft zijn baan opgezegd om WWG te beginnen. Hij herhaalt die woorden nog eens twee keer. Dit zinnetje is een belangrijk signaal naar zijn oude werkgever: de initiatiefnemer was tot voor kort hoofd strategie van de VVD. Zo maakt Van de Burgwal het moeilijk deze hele beweging niet te zien als een frontale aanval op die partij. Die werkt vanuit de regering kennelijk al zo’n ruim vijftien jaar onvoldoende aan groei. Qua partijpolitiek profiel is de VVD in de zaal ruim vertegenwoordigd.
De organisatie stuurde vooraf veel e-mails, alsof men bang was dat mensen niet zouden komen opdagen. Er komen erg interessante mensen, lezen we: ‘founders, investeerders, developers, ingenieurs en studenten’. De aanwezigen krijgen een tasje met een boekje en een pet. Er blijven er opvallend veel op een tafel liggen. Zo laadt men de verdenking op zich dat hier toch niet helemaal 300 mensen zijn, maar eerder honderd minder. Dat mag de pret niet drukken: er is bier en er zijn bitterballen. Het moet wel een beetje op de VVD blijven lijken.
Krimpende koek
Wat wil deze nieuwe beweging? Van de Burgwal houdt een toespraak. Wat niet groeit, sterft af, zo houdt hij de zaal voor. Landen die niet genoeg groeien raken achterop. Dat is overduidelijk in Nederland het geval en daarom maakt hij zich zorgen. Nederland daalt op internationale lijstjes, de Rotterdamse haven raakt zijn positie kwijt, er wordt steeds minder gebouwd en startups groeien hier minder vaak door dan in het buitenland. De energie is duur en ondertussen storten we onze gasputten in Groningen vol beton.

De politiek zit vast, denkt Van de Burgwal. Er zijn ‘gevechtjes om de krimpende koek’. Er zou veel meer ambitie moeten zijn. Bij meer groei is het makkelijker te investeren in zaken als zorg, onderwijs, groen en infrastructuur. Mensen zullen bij groei simpelweg meer te besteden hebben. We kunnen dan de investeringen in defensie ook veel gemakkelijker ophoesten. Van de Burgwal ziet in de praktijk echter alleen maar obstakels. Het woord groei lijkt simpelweg taboe te zijn geworden.
Groei heeft geen stem het debat, denkt de initiatiefnemer. Er zijn vooral stemmen tegen groei: er is verzet tegen hervormingen, tegen stroomkabels, tegen infrastructuurprojecten en tegen kerncentrales. Dat groei geen stem heeft, zie je terug in het beleid. Er zij heel veel regels, of het nou gaat om startups, duurzaamheid of diversiteit. Dit maakt alles traag en duur. Wist u dat de bouw van de Afsluitdijk korter heeft geduurd dan de huidige renovatie? Het zegt alles over hoe Nederland zichzelf nu organiseert, houdt de initiatiefnemer de zaal voor.
Blinde vlekken
De overheid is niet klaar voor de veranderingen die op ons afkomen, denkt Van de Burgwal. De politiek gaat dit niet oplossen want men zit in de modus van behouden wat we hebben, niet die van groei. Elke partij heeft een eigen blinde vlek die maakt dat er geen oplossing komt. Daarom moeten veranderingen niet van partijen komen maar van buiten de politiek. Daarom is er nu WWG, waarvoor Van de Burgwal zijn baan heeft opgezegd, herhaalt hij nog maar eens. Vandaag begint de verandering.

Deze beweging moet ‘deze revolutie van overvloed’ dichterbij gaan brengen, horen we Van de Burgwal zeggen. WWG gaat plannen maken om de economie weer te laten groeien. Er komen hackatons. Er moeten bijvoorbeeld plannen komen voor een ander belastingstelsel. De beweging gaat daarnaast campagnes voeren om groei weer op de politieke agenda te krijgen. Het enige wat er nodig is, is een hoop geld. Subsidie krijgt WWG niet, dus daarom moeten de aanwezigen vooral gul doneren.
Van de Burgwal heeft zijn huiswerk gedaan: er bestaat al twee jaar een soortgelijk initiatief in Groot-Brittannië. Het heeft best wat succes met het aandragen van nieuwe plannen en ideeën. We luisteren via een video-verbinding naar Lawrence Newport, de voorman van Looking for growth. Ook in Groot-Brittannië is er economische stagnatie en daarom doet Newports beweging pogingen om de mindset te veranderen. We horen wat voorbeelden dat er ook daadwerkelijk stappen zijn gezet.
Visie op rechts
Er is een programma van anderhalf uur met onder meer een panel. De moderator is Jort Kelder, die meldt dat het om een a-politiek initiatief gaat en dat hij er belangeloos aan meewerkt. Onwillekeurig vraag je je af wat het nut ervan zou kunnen zijn. Laten we beginnen bij de positieve observatie van een van de aanwezigen achterin de zaal: economische groei is positief omdat het zaken mogelijk maakt. In Nederland staat dit thema helemaal niet op de politieke agenda en gaat het soms zelfs over degrowth.

Rechtse partijen zijn in Nederland nogal voorspelbaar, zegt de man achterin de zaal. Ze klagen de hele tijd en zeggen vervolgens dat migratie kut is. Je kunt heel veel partijen op deze manier beschrijven: VVD, JA21, BBB, PVV, FvD en Mona Keijzer. Op al te veel visie kun je ze niet betrappen en als die er al is, gaat die eerder over cultuur dan over economie. Groei is geen thema, al zal men dat zelf ongetwijfeld ontkennen. Van de Burgwal heeft wat dat betreft gelijk: Nederland zit ‘in de behoud-modus’.
Deze bijeenkomst doet alsof groei een thema is voor alle politieke partijen, maar het klopt natuurlijk niet. Dit thema is rechts en zo hoor je continu een impliciete sneer naar de VVD. Na vijftien jaar liberale regeringsdeelname is er een noodplan voor de infrastructuur nodig, want de liberalen snappen niet eens dat bestaande wegen en bruggen onderhoud behoeven. Zelfs ‘de behoud-modus’ is te veel gevraagd, laat staan dat de VVD met daadwerkelijk ambitieuze economische plannen komt.
Luisteren?
Zo bezien is het probleem van dit initiatief niet of groei een goed plan is of niet. De vraag is vooral of iemand naar dit initiatief wil luisteren. Zomaar een idee: bijna alle partijen hebben een eigen wetenschappelijke denktank die met subsidie overeind wordt gehouden. Daar zijn mensen in dienst en die hebben alle tijd om in de luwte ambitieuze voorstellen te ontwikkelen en die van een goede onderbouwing te voorzien. Dat is min of meer wat WWG ook wil gaan doen, maar dan zonder subsidie. En dan hebben we het nog niet gehad over het bestaan van VNO-NCW.

Dat WWG voor een grotere financiële en organisatorische uitdaging staat dan allerlei bestaande clubjes moge duidelijk zijn, maar dat is niet het belangrijkste. Partijen luisteren nu al niet naar hun eigen denktanks, dus waarom zouden ze dat wel doen bij een beweging van buitenstaanders? Onwillekeurig denk je terug aan FvD, die ooit als denktank begon en dacht via die weg andere partijen te kunnen beïnvloeden. Die invloed was nul en de inkomsten ook, waarmee de overstap naar een politieke partij snel was gemaakt.
Zou het WWG beter vergaan? ‘Jullie krijgen allemaal e-mail’, roept Van de Burgwal. We mogen ons opgeven als vrijwilliger of natuurlijk als donateur. Er klinkt wat applaus. Of de aanwezigen echt bij willen dragen aan de beweging is onduidelijk, hoe hard de initiatiefnemer ook roept dat de zaal ‘de beweging is’. Kelder vraagt wie er in de zaal echt ‘spulletjes’ maken. Er gaan zo’n tien handen omhoog. Zomaar een gedachte: we staan hier toch weer met hetzelfde volk van consultants en beleidsadviseurs die het woord ondernemen niet eens kunnen spellen.
Van de Burgwal krijgt het nog druk.
Abonneer je hier op mijn nieuwsbrief en ontvang elk nieuw artikel via e-mail.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.
Beeld: Blokken, zaal in B, banner, bitterballen en tafel met tasjes. Foto’s: Chris Aalberts.