Alternatieve media zijn broodnodig, tijd om ze serieus te nemen

Alternatieve media zijn overal, maar zinnig onderzoek ernaar is schaars. Onlangs las ik een wetenschappelijk artikel waarin werd beweerd dat het erg ingewikkeld is geworden om te bepalen wat journalistiek precies inhoudt. Continue verandering zou het meest kenmerkende zijn. Dat is wel erg onbevredigend. Is er nou niets zinnigs te zeggen over die tientallen journalisten die de laatste jaren voor zichzelf zijn begonnen en dus niet meer voor kranten, radio en televisie werken?
Voor zulk onderzoek moet je tegenwoordig niet in de wetenschap zijn, maar in de praktijk. Spreekbuis.nl deed de afgelopen maanden interviews met dit type journalisten. Veel bekende namen: Bart Nijman, Marianne Zwagerman, Bert Brussen, Maaike van Charante en nog een aantal anderen, waaronder ondergetekende. Hoe ziet dit nieuwe journalistieke landschap eruit en welke patronen kunnen we daarin ontwaren? Ton Verlind, Puck van Westerloo en Richard Otto hebben er een boeiend rapport over geschreven.
Het mooie aan dit onderzoek is dat het niet vertrekt vanuit het idee dat traditionele journalistieke media – kranten, radio en televisie – het allemaal goed doen en dat alternatieve media minderwaardig zijn. De geïnterviewden zijn allemaal met een open blik benaderd en zo ontstaat een beeld van hoe alternatieve media functioneren, welke normen ze hanteren, in hoeverre je ze journalistiek kunt noemen en welke maatschappelijke waarde ze hebben.
Zes soorten
De belangrijkste conclusie van dit onderzoek lijkt een open deur, maar kan niet vaak genoeg worden herhaald: alternatieve media zijn onderling heel divers en dus kun je ze niet op één hoop gooien, ook niet als het om hun maatschappelijke of journalistieke relevantie gaat.
De belangrijkste soort alternatieve media die de auteurs ontwaren zijn opinie- en commentaarmedia die vooral duiding geven zoals Wynia’s Week, Dwarsnieuws en Nijmans Nieuwsbriefje. GeenStijl is echt anders, want daar gaat het om een ‘internet native’ nieuwsmedium dat weliswaar een eigen toon en stijl heeft, maar ook redelijk wat gelijkenissen vertoont met meer traditionele journalistieke redacties. Daarnaast bestaan er community-media voor specifieke doelgroepen zoals Mocro Inside, satire en juice-media zoals Roddelpraat en creator-journalistiek als Bendermet reportages en interviews met een hele persoonlijke stijl. En dan is er ook nog ‘controlejournalistiek buiten de instituties’. Daar valt ondergetekende onder.
Al deze typen alternatieve media kun je niet langs dezelfde meetlat leggen en zelfs binnen deze categorieën zijn de verschillen aanzienlijk, lezen we in dit rapport. Het begrip ‘alternatieve media’ is daarom tamelijk hol. Toch hebben deze media onderling ook wel weer een aantal gelijkenissen. Zo is de persoon die aan het woord komt steeds weer belangrijker dan het medium. Vertrouwen van het publiek is niet gebaseerd op het gezag van de titel, maar op de herkenbaarheid van de maker.
Rechts conservatief
In Nederland spelen alternatieve media een relatief kleine rol, als we deze vergelijken met die in het buitenland. De rol van deze media wordt echter wel steeds groter: een belangrijke reden is dat veel traditionele media naar elkaar toegroeien: Parool, Trouw en Volkskrant beginnen bijvoorbeeld steeds meer op elkaar te lijken. Het zou zomaar kunnen dat deze redacties veel van wat er in de samenleving speelt helemaal niet meer signaleren. Alternatieve stemmen zijn dan meer dan ooit noodzakelijk.
De onderzochte makers vinden dan ook dat ze zaken aan de orde stellen die traditionele media laten liggen. Ze hebben relatief vaak een rechts-conservatief profiel. Dat is niet zo gek, want deze invalshoek mist bij veel traditionele media. Links-progressieve profielen zijn al ruim aanwezig en dus zijn er maar weinig alternatieve media die in die hoek nog iets kunnen toevoegen. Rechts-conservatieve makers ervaren juist een gat in het media-aanbod en springen daarin. Dat doen ze vaak op basis van donaties van lezers.
Het idee dat alternatieve media onafhankelijk zijn is niet terecht, schrijven de auteurs. Ze zijn weliswaar niet afhankelijk van traditionele ‘gatekeepers’ zoals hoofdredacteuren en uitgevers, maar ze zijn dat wel van betalende lezers of luisteraars die alleen voor een specifiek geluid willen betalen en ook kunnen weglopen. Daarnaast zijn alternatieve media zeer afhankelijk van grote tech bedrijven en hun algoritmes: als X hun posts onvindbaar maakt hebben ze een groot probleem. Onafhankelijkheid is relatief.
Bittere noodzaak
De auteurs vinden dat je alternatieve media niet meer kunt wegzetten als een vorm van amateurisme. Daarvoor is dit ecosysteem te invloedrijk en te professioneel. Het advies is dan ook deze media serieus te nemen. Beoordeel ze elk afzonderlijk op hun kwaliteit. Maak bijvoorbeeld accreditatie niet afhankelijk van inkomsten of dienstverbanden. Publieke middelen zouden ingezet moeten worden om ontbrekende journalistieke functies in te vullen, niet alleen om bestaande organisaties te spekken.
Voor iedereen die kritisch is over alternatieve media heeft dit rapport ook nog wat te bieden. You can’t have your cake and eat it. Alternatieve media verdienen meer erkenning, maar ze kunnen daar ook zelf een rol in spelen. Vaak lopen bij deze media genres door elkaar, zoals nieuws, opinie en satire. Als deze media serieus genomen willen worden, moeten ze zaken als betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en transparantie serieus nemen. Dat geldt ook voor het corrigeren van fouten.
Nu alternatieve media in belang toenemen komt dit rapport als geroepen: meer waardering en erkenning is noodzakelijk, maar dat is niet alleen een oproep aan krantenjournalisten, subsidiegevers en bronnen: ook de makers spelen er zelf een rol in.
Abonneer je hier op mijn nieuwsbrief en ontvang elk nieuw artikel via e-mail.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.
Beeld: omslag rapport Spreekbuis.nl (bewerkt).