Afstand nemen van Forum – Verantwoording 

 

In de zomer van 2015 bezocht ik de eerste bijeenkomst van Forum voor Democratie in een kelder aan de Amsterdamse Herengracht. FvD was toen nog een denktank, werd ruim een jaar later een politieke partij en breidde zich uit met fracties in Amsterdam, de provincies, de Eerste Kamer en het Europees Parlement. Ik volgde de partij en schreef er een boek over. De partij dat ben ik kwam eind 2020 uit, twee weken voordat Forum implodeerde. Antisemitische uitingen van de partijleider en binnen de jongerenorganisatie waren voor veel FvD’ers aanleiding om hun biezen te pakken. Dit essay probeert het verhaal te reconstrueren van de Statenleden die sinds maart 2019 bij Forum vertrokken. Hoe zijn ze bij FvD gekomen, wat waren hun ervaringen en wat heeft dat opgeleverd? Dit essay is een langere versie van het hoofdstuk Fracties zonder programma uit De partij dat ben ik

De basis van dit essay bestaat uit mijn observaties op verschillende momenten in de ontwikkeling van Forum. In de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen woonde ik campagnebijeenkomsten bij in Amsterdam, Enschede, Den Helder en Utrecht. Toen de verkiezingen eenmaal achter de rug waren woonde ik de eerste vergaderingen van de nieuwgekozen Provinciale Staten bij in Flevoland, Friesland, Limburg, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland. Dit waren in de meeste gevallen vergaderingen waar het nieuwe coalitieakkoord werd besproken. Alleen in Limburg had Forum over dat akkoord meegepraat. In Flevoland en Noord-Holland was ik nog een aantal keer bij een vergadering van de Provinciale Staten aanwezig. In het najaar van 2019 organiseerde FvD een serie borrels voor leden om de nieuwgekozen Provinciale Statenleden voor te stellen. Ik was aanwezig bij borrels in Berkel-Enschot, Ede, Rotterdam, Spier, Terneuzen en Utrecht. In de zomer van 2020 ging FvD meebesturen in Noord-Brabant. In deze corona-periode volgde ik de presentatie van het coalitieakkoord vanuit huis.

Het partijcongres van eind 2019 in Barneveld was de laatste keer dat ik bij Forum aanwezig was. In het jaar daarna werd vanwege het coronavirus niets meer georganiseerd en toen de crisis voorbij was, was Forum uit elkaar gevallen. FvD ging in die periode weer evenementen organiseren, maar ik bleek niet meer welkom. De partij weigerde me toe te laten bij het China-congres in Nieuwegein en een borrellezing van het Renaissance Instituut. Bij de twee partijen die uit FvD zijn voortgekomen was ik wel welkom: JA21 en BVNL. Ik was bij bijeenkomsten van JA21 in Almelo, Arnhem, Den Bosch, Ede, Gorinchem, Leeuwarden en Roermond. Bij twee ledenvergaderingen waren journalisten niet welkom, maar keek ik met behulp van een kritisch partijlid wel online mee. Bij BVNL was ik welkom bij het openbare deel van het partijcongres in Utrecht. Tevens was ik aanwezig bij bijeenkomsten in Almere, Amsterdam, Dokkum, Elst en Gilze. 

Sinds de start van de provinciale Forum-fracties heb ik bijgehouden welke Statenleden zich van de partij afsplitsten en om welke redenen. Ik bracht gedurende de hele periode alle wijzigingen in kaart. De politici die in de eerste twee jaar afsplitsten bleken regelmatig bereid mij te woord te staan. De gesprekken met hen zijn in dit essay gebruikt, net als in De partij dat ben ik. Het gaat om partijbestuurder Henk Otten, persvoorlichter Jeroen de Vries en de Statenleden Robert Baljeu (Noord-Holland), Cornelis van den Berg (Flevoland), Robert Brunke (Zeeland), Ewald Kegel (Zuid-Holland), Robert Koevoets (Zeeland) en Chilion Snoek (Overijssel).

Sinds de crisis bij Forum in november 2020 is de bereidheid te praten enorm afgenomen. Het lijkt erop dat JA21 de eigen Statenleden heeft laten weten dat ze niet mee mogen doen aan deze reconstructie. Kandidaten voor maart 2023 kregen een geheimhoudingsverklaring voorgelegd. Het is onbekend of JA21 die verklaring echt heeft ingevoerd. Voor dit essay zijn ruim twintig oud-FvD-Statenleden benaderd die inmiddels actief zijn bij JA21, BVNL of een eigen fractie zijn begonnen. De respons op de uitnodigingen was vrijwel altijd afwijzend. Alleen Ruud Burlet (Limburg) en Robert Pestman (Groningen) wilden openlijk over hun ervaringen praten. Een ander Statenlid wilde alleen praten onder strikte vertrouwelijkheid. Hetzelfde geldt voor drie beleidsmedewerkers die op provinciaal niveau actief zijn of zijn geweest.

De informatie uit eigen observaties, de gegevens over afsplitsers en de interviews met betrokkenen zijn aangevuld met talloze informele conversaties, vooral bij partijbijeenkomsten. Vaak bleek men in deze setting wel bereid over de eigen ervaringen te praten, maar altijd nadat was gevraagd of het ‘off the record’ bleef. Die wens is gerespecteerd. Meerdere Statenleden bleken tevens bereid schriftelijk antwoord te geven op feitelijke vragen. Deze informatie is aangevuld met gegevens uit berichtgeving uit kranten en tijdschriften. Op deze manier ontstaat een beeld wat de politieke omwenteling van maart 2019 in de provincies heeft opgeleverd. Helaas blijkt het vanwege de beperkte medewerking niet mogelijk dit per provincie specifieker uit te werken. Wat zegt het dat politici niet bereid zijn om aan zo’n reconstructie mee te werken?

Amsterdam, 23 januari 2023

Chris Aalberts