Kiezen voor een partijfamilie: het kost Pro al moeite alle feiten op een rijtje te krijgen

Een ingewikkelde kwestie op een doordeweekse avond: bij welke partijfamilie moet Progressief Nederland zich aansluiten? De fusie van GroenLinks en PvdA is vooralsnog prima verlopen, maar er is nog een behoorlijk groot thema blijven liggen: in Europa zijn beide partijen lid van verschillende partijfamilies en daar moet binnenkort een keuze tussen worden gemaakt. Dit brengt ons maandagavond naar een online bijeenkomst, waar Pro-leden vragen kunnen stellen over deze beslissing.
De meeste lezers zijn vermoedelijk bij het woord ‘partijfamilie’ al afgehaakt. Niet onterecht, want deze Europese partijfederaties zijn nauwelijks bekend bij het grote publiek. Het gaat om partijkoepels met een eigen ideologie waar nationale partijen bij zijn aangesloten. Voor Pro zijn er twee relevant: de Europese Groenen, de partijfamilie van GroenLinks, en de PES, die van de PvdA. Het meest zichtbare deel van deze partijkoepels zijn hun fracties in het Europees Parlement, respectievelijk Greens/EFA en S&D.
De vraag is: waar voelt Pro zich het meest thuis? Bij de Groenen, een netwerk van progressieve en idealistische partijen, of de PES, een grotere, brede tent met sociaaldemocratische partijen van diverse snit, die soms niet eens duurzaam zijn en veel meer dan de Groenen uit op macht. Je kunt de keuze tussen deze partijfamilies onbelangrijk vinden omdat dit het grote publiek niet boeit, maar het is logischer de keuze te zien als uiterst fundamenteel: wat is de ideologie van Pro?
Jaren uitstel
Bij de oprichting werd al duidelijk dat dit onderwerp een open zenuw is. Het is het enige thema waar nooit echt over is gediscussieerd. We hoorden oud-Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) zeggen dat de partijbesturen deze discussie al twee jaar voor zich uit schuiven. Dat is niet zo gek, want het zou in potentie gepaard kunnen gaan met veel emoties. Een deel van Pro moet afscheid nemen van een partijnetwerk waarmee men decennialang heeft samengewerkt.
Nu heeft Pro opeens haast: in oktober is er naar het schijnt een Europese deadline, dus de leden moeten in september op stel en sprong in een referendum beslissen. Pro organiseert tot die tijd meerdere ledengesprekken. Dat is nodig, want deze partijfederaties hebben ook bij de gewone leden een lage bekendheid. Zij weten vaak ook niet goed wat de consequenties van deze keuze zijn. Ergo: de partijtop zit vermoedelijk meer met deze kwestie in zijn maag dan de leden.
Bij deze zaak kan Pro geen pottenkijkers gebruiken, zo wordt duidelijk uit het feit dat deze ledenbijeenkomst niet openbaar is. Deze is nadrukkelijk alleen voor leden, zo laat een voorlichter weten. Gelukkig laat een lid van GroenLinks me meekijken. Dat is nou zo leuk aan Pro: daar zitten allerlei types die zich niet zoveel van dit soort interne regels aantrekken. Eigenlijk is er alleen maar goed nieuws voor de partijtop: op het hoogtepunt zitten er maar 140 mensen in Zoom. De interesse is matig.
Samenwerken
Co-voorzitter Esther-Mirjam Sent vertelt dat het partijbestuur een commissie heeft gevraagd over deze kwestie te adviseren. Deze commissie bestaat uit oud-PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer en oud-GroenLinks-Europarlementariër Nel van Dijk. We horen dat deze ledenbijeenkomst de aftrap van de discussie is, dat er een mooie informatieve website komt en voor het einde van de zomer een advies, waar dan opnieuw ledengesprekken over worden georganiseerd.
Eigenlijk, zo horen we meerdere mensen bij de ledenbijeenkomst zeggen, zou Pro niet moeten kiezen tussen de Groenen en de PES, want de partij is nou juist een fusie van die twee stromingen. Het zou heel logisch zijn van beide partijfamilies lid te zijn. Toch moet er echt gekozen worden, horen we: lid blijven van beide partijfamilies kan niet omdat Europese regels dat verhinderen. De grootte van partijfamilies hangt namelijk samen met de hoogte van de subsidie die deze krijgen.
We horen Hamer zeggen dat het bevorderen van de samenwerking tussen rood en groen wel een criterium is bij de keuze. Hoe dat er precies uit zou moeten zien komt niet aan bod, maar toch echo’en enkele leden dit idee. Deze voorstelling van zaken is behoorlijk onzinnig: Van Dijk zegt dat rood en groen elkaar in sommige landen haten. Onwillekeurig denk je dat zo’n samenwerking er pas komt als rode en groene partijen in belangrijke landen dit nastreven. Nederland valt daar niet onder.
Problemen
Hamer komt nog met een ander criterium. Het komt erop neer dat de bestaande Europarlementariërs hun werk gewoon moeten kunnen voortzetten. Pro heeft acht Europarlementariërs: vier voormalige GroenLinks’ers bij de Groenen en vier voormalige PvdA’ers bij S&D (van de PES). Zij hebben in hun eigen fractie functies, dossiers en een netwerk verworven. Daar kunnen ze alleen van profiteren als ze blijven waar ze zitten. De keuze voor één specifieke politieke familie doorkruist dat.
Dat Pro geen lid kan zijn van twee politieke families, betekent niet per definitie dat Pro geen Europarlementariërs in twee fracties kan hebben. Bij de ledenbijeenkomst horen we hier niets over, maar op het partijcongres hoorden we oud-Europarlementariër Sargentini zeggen dat dit geen optie is. Als Pro straks voor een bepaalde Europese familie kiest, moeten alle Europarlementariërs naar de bijbehorende fractie verhuizen. Vier Europarlementariërs beginnen dan dus opnieuw met het opbouwen van een interne positie. Daar gaat hun invloed.
Wat hieraan te doen? Een suggestie die deze ledenbijeenkomst niet wordt genoemd is dat de Europarlementariërs die ‘moeten verhuizen’ hun Pro-lidmaatschap kunnen opzeggen. Dan hoeven ze niet te verhuizen en kunnen ze als onafhankelijk Europarlementariër in hun oude fractie blijven. Dan gaat hun werk gewoon ongehinderd door, maar niet meer onder de vlag van Pro. Dat zal de bedoeling wel niet zijn.
TIJDELIJK?
Er zijn misschien andere oplossingen, maar die lijken niet helemaal uitgezocht. Een ervan zou kunnen zijn dat Pro lid wordt van een partijfamilie en geassocieerd lid van de andere. Van Dijk begint te misten: de status van geassocieerd lid verschilt erg per partijfamilie. Soms ben je dan als partij eigenlijk gelijk aan een gewoon lid, maar soms zit je er alleen als toehoorder bij. Hoe dit bij de Groenen en de PES zit, horen we niet. Of zo’n geassocieerd lidmaatschap iets oplost blijft onbesproken.
De moderator denkt dat alle Pro-Europarlementariërs na de Europese verkiezingen van 2029 alsnog toetreden tot één fractie en dat dit dus een tijdelijk probleem is. Hamer ontkent dat: dat besluit wordt pas later genomen. Dat is dan ook weer onbegrijpelijk, want een keuze voor een partijfamilie impliceert vrijwel per definitie ook een fractiekeuze. In september besluit Pro over de partijfamilie en daar vloeit de bijbehorende fractie uit voort. Dan is duidelijk waar Pro definitief aansluiting vindt, anders blijft men aan de gang.
En dan zijn er de informele consequenties. Die worden niet besproken, maar ze bestaan wel. Misschien is dit wel het meest venijnige. Stel dat Pro kiest voor de Groenen en dat de huidige PvdA’ers tot 2029 bij S&D (de PES) mogen blijven. De PES weet in dat geval dat de PvdA-Europarlementariërs na de volgende verkiezingen alsnog vertrekken. Hun invloed binnen de S&D-fractie zal dan per direct afnemen. Dat geldt andersom ook als Pro voor de PES kiest. Dan hebben de GroenLinks’ers er meteen last van.
Misschien had Pro dit allemaal toch beter voor de fusie kunnen regelen.
Beeld: logo’s van de Europese Groenen en de PES.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.