Volt-leden interesseren zich niet in hun Europese partijbestuurders

De leden van Volt Europa komen eind volgende week samen in Bratislava voor het congres van hun Europese partij. Daar zullen zij een nieuw Europees bestuur kiezen. Om de problematiek van deze verkiezing te begrijpen, is helaas veel uitleg nodig. Dat inspireert niemand en misschien is dat wel Volts grootste probleem. Hoeveel mensen hebben tijd en zin om zich in Europese bestuurlijke structuren te verdiepen? Spoiler: dat zijn er heel weinig en daar zijn Volt-leden geen uitzondering op.
Het grote verkoopargument van Volt is dat het een Europese partij is. Dit houdt in de praktijk in dat de leden dubbellid zijn: van de Europese koepelpartij en een daaraan ondergeschikte nationale partij zoals Volt Nederland. Al die partijen hebben besturen en congressen. Volt-leden hebben het dus op papier dubbel zo druk als leden van nationaal georganiseerde partijen: zij kiezen partijbesturen op nationaal en op Europees niveau. Helaas: deze Europese constructie piept en kraakt.
Woensdagavond is er een online kennismakingssessie met de kandidaten voor het Europese Volt-bestuur. Op het hoogtepunt zijn er 23 mensen, waaronder de kandidaten, moderator Björn Beijnon en ondergetekende. De kandidaten zijn vaak maar een deel van de sessie aanwezig: vier kandidaat-penningmeesters, vier kandidaat-co-voorzitters ‘die zich identificeren als vrouw’ en drie die denken dat ze man zijn. Hoe zullen we deze opkomst eens samenvatten?
Een op de duizend
Twee vergelijkingen: Volt heeft meer Nederlandse raadsleden dan aanwezigen bij de kennismakingssessie. Of: aangezien Volt Europa ruim 35.000 leden heeft, komt minder dan een op de duizend naar de kandidaten luisteren. Dit kan niet alleen worden verklaard door het Nederlands elftal: in andere landen is geen voetbal en ook daar is de interesse in de kandidaat-bestuurders non-existent. Het lijkt erop dat leden van een Europese partij vooral interesse hebben in hun nationale partijbestuur.
Volt heeft een tientallen pagina’s dik document opgesteld. Ook hierin stellen de kandidaten zich voor. Het zijn er vrij veel: er zijn acht kandidaten voor het co-voorzitterschap, vier voor de functie van penningmeester en negentien voor de positie van algemeen bestuurslid. Deze woensdagavond leren we alleen de kandidaat-co-voorzitters en -penningmeesters kennen. Een van de vrouwelijke kandidaat-co-voorzitters is er niet. Er zijn dus elf gezichten, waarvan de meesten wildvreemden zijn.
In het document krijgt kandidaten steeds drie vragen. Ze gaan vaak over de band van de Europese bestuurders en de Volt-leden. Hoe kan het bestuur accountable blijven naar de leden? Vrijwel alle kandidaten komen met antwoorden die zich het beste laten samenvatten als managementgebabbel: meer transparantie, meer overleggen, meer feedback. In de kennismakingssessie horen we meer van dit soort managementoplossingen. De kandidaten tappen vrijwel allemaal uit hetzelfde vaatje.
Wie doet wat?
Toch kun je met dit document interessante ontdekkingen doen. De algemeen bestuursleden mogen in het document reflecteren op de balans tussen het steunen dan wel uitdagen van het dagelijks bestuur. Een wonderlijke constructie: er zijn eigenlijk twee besturen. Er is een dagelijks bestuur van twee co-voorzitters en een penningmeester. Zij werken fulltime en worden betaald. De non-executive board members hebben een minimale rol en vormen vooral een kritisch klankbord.
Dat deze algemeen bestuursleden het klankbord zijn en niet de gewone partijleden, illustreert de problematiek. Het dagelijks bestuur staat op enorme afstand, hoeveel voorstellen, sessies en documenten er ook worden geproduceerd om dat te veranderen. Het levert prachtige filosofische vragen op: zouden Volt-leden meer band met het Europese bestuur hebben als dat bestuur zich anders opstelt en zichzelf anders organiseert? Bij Volt denkt men kennelijk van wel.
Andere vragen zijn logischer: waarom moeten partijleden betrokken zijn bij het Europese bestuur? Is het duidelijk waar dat bestuur mee bezig is en welke verantwoordelijkheden het heeft? Of anders: wanneer moet je bij het Europese bestuur zijn? En wanneer bij een nationaal bestuur? De antwoorden zijn er al: Volt heeft een enorme berg regels, procedures en stroomschema’s geproduceerd die dit verhelderen. Helaas: die helpen alleen als leden zich hier urenlang in willen verdiepen om te weten wie ze ergens voor moeten bellen.
Nationaliteiten
We zien deze onduidelijkheid terug bij de kennismakingssessie: wie heeft de inhoudelijke leiding? Het Europees bestuur of de gekozen volksvertegenwoordigers, zoals Laurens Dassen? Wie moet de vrijwilligers aan Volt binden? Wie moet zorgen voor voldoende financiering voor de nationale afdelingen? Je kunt je afvragen waar je welk bestuur op kunt afrekenen. Zittend co-voorzitter Mels Klabbers – die herkozen wil worden – is trots op de prestaties in Cyprus. Was dat zijn werk of dat van het Cypriotische team?
We kunnen beter anders kijken. De twee co-voorzitters moeten verschillen qua gender en nationaliteit. Dat zijn de bepalende criteria. Even afpellen. Er zijn drie mannen: twee Duitsers en een Nederlander (Klabbers). Er zijn ook vijf vrouwen: twee Duitsers, een Griek, een Portugees en een Albanees. De belangrijkste keuze is welke Duitser co-voorzitter mag worden. Als een Duitse vrouw wordt gekozen, krijg je altijd Mels Klabbers, want de andere mannelijke kandidaten zijn Duits. Twee Duitsers mag volgens de Volt-regels niet.
Of Klabbers het de afgelopen twee jaar goed heeft gedaan is niet zo duidelijk. Hij pocht met de electorale groei in Cyprus, maar daar kreeg Volt uiteindelijk geen parlementszetel. Het is ook maar de vraag hoeveel invloed hij echt op die verkiezingsstrijd had. En als hij die had: waarom is hij dan niet óók verantwoordelijk voor het verdwijnen van de tweede zetel in de Tweede Kamer en de teleurstellende resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen? Wie het weet, mag het zeggen.
Een alternatief
Een ding weten we wel: het enthousiasme over Klabbers’ speech op het congres van Volt Nederland in Ede was minimaal. Op een onderscheidende visie is hij niet te betrappen, maar je zou kunnen zeggen dat hij daarmee prima bij Volt past. Net als veel andere kandidaten komt hij vooral met veel management speak. Of dit Volt verder brengt is twijfelachtig, want deze manier om een partij te leiden wordt al jaren in de praktijk gebracht en veel groei heeft dat niet opgeleverd. Volt blijft vooral Nederlands-Duits.
Wat is het alternatief? Er is eigenlijk maar een kandidaat die iets anders zegt dan de rest. Het is Sven Franck, een Duitser die in Frankrijk voorzitter was en nu in Slovenië actief is. Hij reist door Europa om de Volt-leden te vragen hoe ze verder willen met hun partij. Franck wil dat Volt politieker wordt en dat de partij beter laat zien dat de Europese partijstructuur meerwaarde heeft. Woensdagavond schetst hij mogelijkheden voor samenwerking tussen landelijke afdelingen. Daar gaat het bij Volt nooit over, maar het kan wel.
Nog zoiets dat niet in de Volt-stroomschema’s staat: Franck wil dat Volt een miljoen Europeanen kan benaderen zodat het mogelijk wordt Europese burgerinitiatieven te starten. Daarmee krijgt Volt meer dan ooit invloed op de agenda in Brussel. De scepticus denkt meteen dat dit allemaal nog niet zo makkelijk te organiseren is, maar zonder nieuwe ideeën wordt het in ieder geval niks.
Wat Franck nodig heeft? Voldoende stemmen én een vrouwelijke co-voorzitter die niet Duits is.
Beeld (met de klok mee): Björn Beijnon (moderator) en de kandidaten voor het co-voorzitterschap ‘die zich identificeren als man’ Leon Dönch, Mels Klabbers en Sven Franck. Still uit de kennismakingsessie (bewerkt).
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.