Volt heeft als maatschappelijke beweging meer te bieden dan als partij

Bij het Volt-congres in Ede was er een bijzondere gast. Hij stond niet op het programma, zat officieel in geen enkele sessie en spreekt niet eens Nederlands. Toch was het voor hem een belangrijke dag: Sven Franck was speciaal naar Nederland gekomen om campagne te voeren voor de verkiezingen van het co-voorzitterschap van Volt Europa. Bij het Europese Volt-congres in Bratislava worden half juni opnieuw twee co-voorzitters gekozen en Franck wil er een van zijn.
Franck reist heel Europa door om met Volt-leden te praten en ze warm te maken voor zijn kandidatuur. Op de kaart op zijn website kun je zien waar hij allemaal al is geweest. De campagne loopt nog tot vlak voor het Volt-congres. Het meest opvallend aan deze reis is vooral dat Franck de enige kandidaat is die dit zo nadrukkelijk doet. Zijn belangrijkste tegenstander – zittend co-voorzitter Mels Klabbers – doet het in ieder geval niet. Ben je nou een Europese partij of niet?
Franck vertelt op zijn website iets over het perspectief van Volt in een land waar de partij geen succes is: Frankrijk. Hij was er vier jaar bestuurslid, waarvan twee jaar co-voorzitter. Hij was ook lijsttrekker voor de Europese verkiezingen van 2024. Klinkt imposant, maar dat is het eigenlijk niet: de afdeling in Frankrijk is klein. Volt durft de aantallen leden per land niet meer te publiceren, maar ze zijn niet eens nodig. Bij de Europese verkiezingen was Volt in Frankrijk irrelevant, zoals altijd.
Moeilijkheden
Het leven van een nieuwe partij is in Frankrijk moeilijk, zo schrijft Franck: er zijn allemaal institutionele belemmeringen om mee te doen aan de verkiezingen. Het lukt niet eens om een bankrekening te openen. Franck voerde campagne in Lille voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2020. Het is een interessante case omdat het – tot voor kort – de enige keer was dat er een serieuze kans was op een Franse zetel. 200 stemmen te weinig. Jaren later is het alleen in Straatsburg gelukt.
Dit soort teleurstellingen hebben Franck er nooit van weerhouden actief te blijven, maar dat geldt niet voor iedereen. Veel mensen haken af: ze werken aan een onhaalbaar doel dat hun agenda opslokt. Als je zorgen hebt over bijvoorbeeld de verrechtsing van Frankrijk, is het een serieuze vraag waarom je tijd zou steken in een partij die nergens meedoet of de kiesdrempel niet haalt, in plaats van je aan te sluiten bij een partij die misschien iets minder goed bij je past, maar wel kans maakt.
Die vraag hangt eigenlijk al jaren boven Volt en we zien dat ook deze week weer in Cyprus. Zondag waren daar parlementsverkiezingen en Volt schermde de laatste week met mooie peilingen. De partij kwam uiteindelijk onder de kiesdrempel terecht. Het is een terugkerend patroon van teleurstellingen.
Andere visie
Volt wil nog steeds een eigen fractie in het Europees Parlement. Dat betekent dat de partij in minimaal zeven landen verkozen moet worden en dan minimaal 23 zetels moet halen. Je zou kunnen denken dat het na één Duitse zetel in 2019 en twee Nederlandse en drie Duitse in 2024 goed gaat, maar dit zijn de enige landen waar Volt kans maakt. Ook als je Cyprus erbij optelt is er geen enkel zicht op het bereiken van dit doel. Zou het nog lang een enthousiasmerende werking hebben?
Franck zegt er iets over. Hoewel hij helemaal binnen de Volt-visie blijft, klinkt er een wens tot verandering in zijn woorden door. Mijn samenvatting is dat hij wil dat Volt niet alleen een partij is, maar ook een maatschappelijke beweging. Het gaat niet alleen om het winnen van zetels, maar ook om het creëren van maatschappelijke druk om tot politieke verandering te komen, zoals via petities en burgerinitiatieven. Dat is een oplossing voor Volt in alle landen waar de partij niet van de grond komt.
Hoe moet je de federalisering van de EU eigenlijk tot stand brengen? Niet via het Europees Parlement, schrijft Franck:
‘The European Parliament is the wrong place for this. It sits at the end of the legislative food chain and has no leverage to force treaty reforms or put any of our objectives on the legislative agenda. We need to look for more crafty ways to influence national governments and push the needle towards where Europe has to go – becoming a genuine political and geopolitical player on a global scale.’
Goede kandidaat?
In Bratislava worden de Volt-leden ongetwijfeld weer getrakteerd op alle oude nummers: de groeistrategie, de focus-landen waar het bestuur nu extra moeite in gaat steken en het stappenplan om Europese subsidie te krijgen. Het probleem is en blijft dat de taak van Volt te megalomaan is om kans van slagen te hebben. Dat geldt op korte en lange termijn. Er is geen enkel idee hoe Volt ooit in het Franse parlement moet geraken. De Bondsdag? Idem dito. En dat in Duitsland waar Volt veel lokale zetels heeft.
Betekent dit dat Volt zinloos is? Misschien niet: Volt kan nog steeds een maatschappelijke beweging zijn die aandacht vraagt voor Europese thema’s, opiniestukken schrijft, petities laat rondgaan en burgerinitiatieven opzet. Dat gaat veel meer enthousiasme, media-aandacht en resultaten opleveren dan eindeloze verkiezingscampagnes waarvan kiezers en kandidaten meteen denken dat ze op niets gaan uitlopen. Dat is zelfs in Nederland zo, waar elf Volt-teams bij de gemeenteraadsverkiezingen nul zetels haalden.
Meer buitenparlementaire actie zou op den duur zelfs kunnen helpen de partij meer op de kaart te krijgen. Of Franck daarbij een goede voorzitter is weet ik niet, maar ik weet wel dat alle eerdere voorzitters er betrekkelijk weinig van gebakken hebben en dat dat gezien de immense Volt-ambities ook niet zo gek is. Als Volt een succes wil worden, moet het anders en moet men bereid zijn na te denken over een andere – om in Volt-termen te blijven – strategie. Als men dat niet doet, is dit project binnen een paar jaar ter ziele.
Eerder schreef ik in dit drieluik dat het Europese bestuur geen grip op de partij heeft. Lees hier deel 1 en hier deel 2.
Beeld: campagnevideo van Sven Franck. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.