Europese Volt-bestuurders lopen continu tegen de eigen megalomanie aan

In juni wordt in Bratislava het nieuwe partijbestuur van Volt Europa gekozen, maar het is tamelijk onduidelijk wat dat bestuur doet. De belangrijkste reden daarvoor is dat Volt Europa geen gewone partij is: het is een koepel met nationale partijen – waaronder Volt Nederland. Daar vinden alle activiteiten plaats. Of makkelijker gezegd: Volt Europa doet nooit aan verkiezingen mee, de nationale lidpartijen wel. Die hebben allemaal een eigen bestuur, leden, activiteiten en congressen.
Tegelijk vormt deze Europese constructie het bestaansrecht van Volt Europa. Als je serieus vindt dat deze zinvol is, moet je durven kijken naar het bestuur dat deze Europese partij leidt. Vanuit puur Nederlands perspectief kan Volt Nederland prima zonder die Europese toplaag, want de partij functioneert gewoon zelfstandig zoals alle andere Nederlandse partijen. Tegelijk is het punt van Volt nou juist dat het essentieel is dat deze Europese toplaag bestaat. Wat doet die precies?
We zagen al eerder dat het lastig is de meerwaarde te laten zien: Volt Europa moet voor consistentie tussen de nationale Volt-partijen zorgen, maar kan dat niet. Die hangt namelijk helemaal af van de goodwill van de landelijke afdelingen. Laten we bekijken of het Europees bestuur wel beoordeeld kan worden op andere activiteiten. Als we de interne regels doornemen, zien we dat het Europese bestuur allerlei organisatorische taken toebedeeld heeft gekregen. Dat zijn er grofweg drie.
1. Coördineren van de organisatie
De belangrijkste functie van het bestuur van Volt Europa is organisatorisch. De interne regels stellen dat het bestuur de organisatie leidt, voor talent zorgt, promotie regelt en al dat soort zaken. Dat is in de praktijk lastig: Volt Europa heeft nauwelijks eigen budget en is vrijwel geheel afhankelijk van de contributies van de landelijke lidpartijen. Je kunt dus op voorhand niet zoveel van Volt Europa verwachten. Niet zo gek dat Volt Europa zo snel mogelijk eigen Europese subsidie wil krijgen. Dat zit er echter voorlopig niet in.
De coördinatie van een Europese partij is niet gemakkelijk. Bij gewone partijen regelt het partijbestuur alles, bij Volt is er altijd discussie of iets Europees of nationaal is. Zie de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezingen van Volt Nederland, waarin we konden lezen dat er onenigheid was of de webshop voor Volt-prullaria Nederlands of juist Europees zou moeten zijn. Het laatste Nederlandse congres gaf nog zo’n voorbeeld: is een Talent Academy nou iets nationaals of juist niet?
Een bijkomend probleem is dat de landelijke afdelingen ongelijk zijn en dus qua behoeften nogal verschillen. In Nederland en Duitsland heeft Volt de schaal en middelen om zaken zelf te organiseren, elders wil men juist hulp. Dat maakt eenduidig optreden van het Europese bestuur moeilijk. Dit bestuur zou bijvoorbeeld trainingen moeten regelen. Daar is vrijwel overal interesse in, maar niet in Nederland en Duitsland, waar men dit liever zelf regelt, toegespitst op de nationale situatie. Daar gaat de eenheid.
Plat gezegd moet het Europees bestuur grote afdelingen niet voor de voeten lopen en kleine afdelingen helpen, maar voor dat laatste heeft men de middelen niet.
2. Campagne Europees Parlement
Het Europees bestuur heeft ook een rol bij de campagne voor de Europese verkiezingen, zo lezen we in de interne regels. Ook hier loopt men tegen problemen aan. In landen waar Volt non-existent is, is hulp van Volt Europa gewenst, maar daar kan de organisatie weinig uitrichten vanwege het gebrek aan geld. In Nederland en Duitsland doen de landelijke Volt-partijen het werk liever zelf, omdat zij de contacten met de nationale media hebben. Die heeft Volt Europa niet.
Het Europese partijbestuur ging daarom in 2024 aan de gang met een puur symbolische Europese kandidatenlijst. Volt vindt het niet leuk, maar de verkiezingen voor het Europees Parlement zijn nationaal georganiseerd. Nationale kandidaten worden via nationale lijsten verkozen en voeren campagne in de nationale media. Dit is – wat je er ook van vindt – een landelijke kwestie, geen Europese. Dat betekent dat een Europees bestuur het werk aan de nationale partijbesturen moet overlaten.
Hier zien we dus weer hetzelfde: in twee landen – Nederland en Duitsland – is het Europese bestuur niet nodig omdat men een functionerende nationale afdeling heeft, elders is Volt Europa wel nodig, maar heeft het de middelen niet om het verschil te kunnen maken.
3. Nieuwe afdelingen helpen
Zo komen we dus op de derde taak: het Europese bestuur moet de Volt-afdelingen helpen in landen waar de partij non-existent, klein of kwakkelend is. Hier zou het Europees bestuur de nationale partij kunnen helpen de boel op poten te zetten en de partij te promoten. Zelfs zonder uitgebreid onderzoek is er iets te zeggen over de vraag of de huidige bestuursleden dit goed hebben aangepakt. We kunnen immers kijken naar de cijfers van de groei die Volt her en der in Europa heeft gerealiseerd.

Tabel: Volksvertegenwoordigers van Volt (2021-2026). Zie noot aan het einde van dit stuk
In de tabel zien we de zetelaantallen die in verschillende EU-landen zijn behaald. Ontbrekende landen kennen geen Volt-politici. Aan de onderkant van de tabel staat een uitsplitsing van de bestuursniveaus waar Volt-politici aanwezig zijn en het aantal landen waar vertegenwoordigers zijn verkozen. Het aantal landen neemt gestaag toe van drie in 2021 naar negen nu. Tegelijk zijn twee landen mislukt: in Zweden was er alleen kortstondig een afsplitsfractie en ook in Bulgarije lijkt de partij verdwenen.
We zien hier enige groei, maar om deze substantieel te noemen gaat te ver. In Nederland en Duitsland was er groei, maar dat is het gevolg van de inspanningen van de landelijke afdelingen. In de meeste landen is Volt minuscuul: een zeteltje in België en dan ook nog op basis van een lijstcombinatie. Verder een zeteltje in Griekenland, twee in Cyprus en in Roemenië weliswaar zeven, maar dat zijn slechts twee lokale fracties. Italië laat geen groei zien, maar krimp. Portugal en Frankrijk stellen niets voor.
Realisme
We kunnen rustig stellen dat het opzetten van nieuwe afdelingen de afgelopen jaren is mislukt. Het roept de vraag op of het wel realistisch is te denken dat het Europese partijbestuur dit kan regelen: er zijn immers nauwelijks middelen en er moeten vrijwilligers worden gevonden in landen ver weg van de Brusselse kantoren. Hoe zoiets te realiseren? Hier loopt Volt tegen de eigen megalomanie aan. In Brussel heb je niet zomaar de contacten om in Riga, Zagreb en Madrid bloeiende afdelingen te beginnen.
De conclusie over het Europese Volt-bestuur is simpel: hier coördineert men wel de vorming van een gezamenlijke visie, maar verder stelt het bestuurslidmaatschap weinig voor, omdat de partij draait om de nationale afdelingen als Volt Nederland, die meedoen aan verkiezingen, kandidaten rekruteren en bijeenkomsten organiseren. Het Europees bestuur is vleugellam, of het nou gaat om de onderlinge coördinatie tussen landen of het starten van nieuwe lidpartijen. Het is simpelweg allemaal te complex.
Opeens begrijp je waarom zittend co-voorzitter Mels Klabbers – die een tweede termijn wil – in zijn campagne niet veel verder komt dan management speak, niets zegt over zijn prestaties en niet veel meer visie heeft dan dat Volt verkiezingen moet winnen. Wat zou hij anders moeten zeggen?
Morgen de vraag of Volt een alternatief heeft.
In deel drie van dit drieluik schets ik een alternatief. Het eerste deel vind je hier.
Noot
In de tabel staan alle Volt-volksvertegenwoordigers in september 2021, mei 2023, november 2025 en mei 2026. De tabel is gemaakt op basis van de toenmalige rapportages van Volt Europa en/of de nationale Volt-afdelingen. Er is geen controle uitgevoerd of deze gegevens kloppen. Alle op de websites vermelde politici zijn opgeteld. Zo ontstaan kleine verschillen tussen Nederland en Duitsland. Zo vermeldt Volt bijvoorbeeld stadsdeelraadsleden in Amsterdam niet en die staan dus niet in deze rapportage, terwijl Volt dat in sommige Duitse steden juist wel doet. Bij wethouders geldt hetzelfde: die staan in Duitsland wel in de overzichten, in Nederland niet. Voor de gesignaleerde trends maakt deze (kleine) onderrapportage geen verschil. Een zwakte van dit overzicht is wel dat Volt de overzichten waarschijnlijk zelf niet goed bijhoudt. Volt claimt ruim 300 volksvertegenwoordigers te hebben, op basis van de publieke overzichten kom ik niet verder dan 216.
Beeld: Mels Klabbers op zijn eigen website.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.