Een Europees partijbestuur is vleugellam, alleen Volt weet dat nog niet

Half juni congresseert Volt Europa in de Slowaakse hoofdstad Bratislava. Het is inmiddels een voorspelbaar patroon: geen enkel Nederlands medium zal de moeite nemen er te zijn. Er zijn belangrijkere dingen: het oprichtingscongres van Progressief Nederland vindt op dezelfde dag plaats. Er zal daarom wederom weinig – of simpelweg geen – aandacht zijn voor de belangrijkste beslissing die Volt in Bratislava gaat nemen: de keuze voor een nieuw bestuur, waaronder twee Europese partijvoorzitters.
Volt is een Europese partij, zo zegt men steeds. Dit is de belangrijkste marketingboodschap en meteen ook het bestaansrecht van Volt: hier organiseert men zich op Europese schaal, want dat is de toekomst. Waar nationale partijen in Europa in losse partijfederaties opereren – bijvoorbeeld in het Europees Parlement – is er bij Volt één partij die in meerdere landen actief is. Volt is wat dat betreft uniek. Als je die visie serieus neemt, moet je serieus kijken naar het Europees bestuur dat de partij aanstuurt.
Dat gebeurt bijna niet. We zien bij Volt-congressen soms een van de Europese partijvoorzitters op het podium staan, zoals Francesca Romana D’Antuono die op een Nederlands congres haar visie mag verkondigen. Verder horen we niets van ze. Wat zijn dat voor mensen? Wat doen ze? Hoe moeten leden in Bratislava deze functionarissen uitkiezen? Op basis van wat? Van hun prestaties? Dit soort vragen brengen ons richting een politiek doolhof. Hoe functioneert Volt Europa nou eigenlijk?
Dat kost wat denkwerk, maar het zit ongeveer zo.
Losse besturen
De oprichters hadden een visie: Volt zou een Europese partij worden die EU-breed zou opereren. Dat bleek niet zo te werken. Het idee van ‘een transnationale partij’ levert juridische en bestuurlijke problemen op. Mag één partij zich wel verkiesbaar stellen in meerdere landen? Is dat geen buitenlandse inmenging? De oplossing was opvallend traditioneel: Volt stichtte in ieder land een nationale partij en er kwam een Europese koepel. Dit lijkt op wat bij nationale partijen staande praktijk is: het CDA in Nederland, de EVP in Europa.
Er is een verschil met nationale partijen: de pretentie is bij Volt enorm. De partijfederaties die nationale partijen in Brussel vertegenwoordigen – zoals de EVP – zijn losjes georganiseerd. Volt niet: er is een hiërarchische structuur waarbij de Europese koepel en de nationale partijen beide Volt heten en ook hetzelfde programma hebben. Verwarring ligt op de loer: Wie doet wat? Onthoud: de activiteiten van Volt in Nederland zijn het werk van de Nederlandse Volt-partij en niet van de Europese.
Volt Nederland heeft een eigen bestuur, congres, afdelingen, verkiezingsprogramma’s en kandidatenlijsten. Dat is allemaal het werk van Volt Nederland. Volt Europa komt daar in de dagelijkse praktijk niet aan te pas. Ook het Europese bestuur dat in Bratislava wordt verkozen zal zich niet dagelijks met Nederland bemoeien. De belangrijkste meerwaarde van deze structuur is dat Volt Europa een visie heeft geformuleerd die door lidpartijen – zoals Volt Nederland – in alle EU-lidstaten wordt uitgedragen.
Coherentie garanderen
Hier ontstaat een verplichtende hiërarchie die bij Europese partijfederaties als de EVP niet bestaat. De nationale Volt-partijen moeten de gezamenlijke visie uitdragen, anders is er geen sprake van één partij en is de hele Volt-constructie overbodig. Hoe dit in zijn werk moet gaan, staat in de interne regels. Daarin lezen we dat de vereniging Volt Europa de strategische en politieke koers bepaalt. Nationale afdelingen moeten die koers navolgen om tot een consistente strategie te komen.
Zie hier de rol van het Europese partijbestuur: er vindt coördinatie plaats van de programma’s van de nationale Volt-partijen zodat deze consistent zijn met de waarden, beginselen en afspraken die binnen Volt Europa zijn gemaakt. Als een nationale afdeling zich niet aan de regels houdt, volgen er sancties. Het bestuur kan dan een waarschuwing geven, men mag dan de naam Volt tijdelijk niet meer te gebruiken en in een extreem geval wordt men uit de partij gekieperd en raakt de naam Volt definitief kwijt.
Dit zijn dus maatregelen die het partijbestuur van Volt Europa kan nemen als Volt Nederland niet luistert. Hier gebeurt wat eurosceptici altijd al hebben geclaimd: eenheid wordt van bovenaf opgelegd. Dit ligt genuanceerd: Volt heeft vrijwel uitsluitend dubbelleden: ze zijn lid van de nationale én de Europese partij. Ze hebben dus inspraak gehad in de Europese koers, die hun nationale afdeling vervolgens moet uitvoeren en waarop de afdeling kan worden gesanctioneerd.
Of niet natuurlijk.
Geen hiërarchie
Stel dat Volt Nederland een andere antisemitisme-definitie wil hanteren dan Volt Europa. Hoe werkt dat dan in de praktijk? Wat gaat het Europese partijbestuur dan doen? Laten we eerst maar eens vaststellen dat er te veel activiteiten bij alle Volt-partijen zijn om er als Europees bestuur een goed overzicht van te hebben. Veel zaken zullen aan de aandacht ontsnappen. Er worden bijvoorbeeld door talloze lokale Volt-politici talloze lokale standpunten ingenomen.
De fundamentele vraag is waar Volt Europa het idee vandaan haalt dat de Europese koepel een onafhankelijke partij als Volt Nederland iets zou kunnen opleggen. Het belangrijkste voorbeeld is de contributie. De leden van Volt Europa hebben een contributieregeling vastgesteld voor de nationale partijen. Het Europese partijbestuur eist vervolgens dat de nationale afdelingen daaraan voldoen. Volt Nederland betaalde in 2025 anderhalve ton aan Volt Europa.
Als Volt Nederland dat niet wil doen, bijvoorbeeld omdat men betere uitgaven kan bedenken, kan Volt Europa in de praktijk weinig tot niets. Het Europees partijbestuur kan aandringen, vriendelijk herhalen dat er betaald moet worden en boze brieven sturen, maar men heeft geen poot om op te staan. Wil Volt Europa de eigen nationale afdeling voor de rechter slepen? Volt Nederland is als het erop aankomt onafhankelijk. Daarom staan al die sancties ook zo prominent in de regels van de Europese koepel.
Werkende sancties
Die sancties werken niet. Als Volt Nederland geen anderhalve ton wil betalen of een andere antisemitisme-definitie wil hanteren, zal het Europese bestuur niet besluiten om de Nederlandse afdeling te royeren en te dwingen onder een andere naam los van Volt Europa verder te gaan, al staat dat wel in de interne regels. De reden is simpel: als Volt Nederland verdergaat als de Pietje Puk-partij, krijgt Volt Europa geen Nederlands geld meer en moet Volt Europa in Nederland weer opnieuw beginnen.
Eigenlijk is het nog erger: hoewel Volt Europa alle EU-landen allemaal even belangrijk vindt en alle nationale Volt-partijen op papier gelijk zijn, zijn ze dat in de praktijk niet. Als het minuscule Volt Tsjechië of het nauwelijks bestaande Volt Ierland zich niet aan de regels houdt, is die zo uit Volt Europa gekieperd. Dat zal Volt Nederland en Volt Duitsland niet gebeuren, want zonder hen is Volt Europa alle inkomsten kwijt en krijgt het Europese partijbestuur geen salaris meer.
De kerntaak van het Europese bestuur is consistentie bewerkstelligen tussen nationale Volt-partijen. Die is echter helemaal gebaseerd op de vrije wil van nationale afdelingen om daaraan mee te werken. Het Europese partijbestuur is financieel afhankelijk van die afdelingen en dus is het volstrekt helder wie er in de praktijk de lakens uitdeelt. Zo komen we terug bij die Europese voorzitters die in juni in Bratislava worden verkozen. Misschien kan iemand ze eens vragen hoe zij de eenheid van Volt Europa gaan garanderen?
Dat kunnen ze niet. De eenheid is slechts een functie van de welwillendheid van de nationale afdelingen. Wat doen die partijvoorzitters de hele dag? Morgen meer.
Deel 2 van dit drieluik vind je hier. Deel 3 staat hier.
Beeld: Zittend co-voorzitter Francesca Romana D’Antuono spreekt het Nederlandse Volt-congres toe. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.