Is meer transparantie over de financiering van Palestijnse NGO’s nuttig?

Is hij nou expert, of juist niet? Dinsdagavond spreekt Kees Broer bij een bijeenkomst van het CIDI in Den Haag. Broer heeft een rapport geschreven over de Nederlandse financiering van Palestijnse en Israëlische NGO’s. Het CIDI is er de opdrachtgever van. Gekke keus? Nee, want als je in Nederland iets wilt weten over strijders voor Palestina, moet je bij Broer zijn, die hier al heel lang zijn pijlen op richt en eerder al eens een boek over het Palestina Kommitee schreef.
Op sociale media zegt iemand dat Broer helemaal geen expert is, maar een propagandist. Zie hier het probleem van het huidige publieke debat over Israël: experts bestaan eigenlijk niet, iedereen is partijdig, alles is zwart-wit en bij het CIDI moet je je niet vertonen, laat staan je laten inhuren. In de zaal zitten deze avond dan ook alleen CIDI-aanhangers die aan Broers lippen hangen, zijn werk waarderen en met argusogen kijken naar de felle kritiek die Israël sinds 7 oktober 2023 krijgt. Er zijn zo’n tachtig mensen.
Bij het CIDI maakt men zich zorgen over het voortbestaan van Israël. Van ontkenning van het bestaansrecht van Israël mag geen sprake zijn, van boycotacties moet men niets hebben en men wil ook niet dat de historische aanwezigheid van Joden in het gebied wat nu Israël is wordt betwist. Vandaag staat een specifieke zorg centraal: Nederlands geld dat bedoeld is voor de Palestijnen mag niet in handen vallen van Hamas, de organisatie die Gaza feitelijk in handen heeft.
Brede focus
Broers onderzoek gaat over NGO’s die hulp zeggen te bieden aan de Palestijnse bevolking. Dit is de derde keer dat het CIDI zo’n rapport uitbrengt. Er zijn allerlei bronnen geraadpleegd zoals jaarverslagen, websites en krantenartikelen. Ook is NGO Monitor gebruikt, een organisatie ‘dichtbij de Israëlische regering’, aldus Broer. Dit is een erg goede database, vindt hij, maar hij erkent dat er veel kritiek op is. Broer heeft de betreffende NGO’s daarom gevraagd of de gegevens uit deze database kloppen. Niemand wilde reageren.
Het wordt er niet overzichtelijker op. De thematiek is sowieso ingewikkeld: geld van de Nederlandse overheid gaat via verschillende stromen richting de Palestijnen, soms via NGO’s, soms via Europa en soms via de VN. Daarnaast doneren burgers ook zelf. Er is tevens kerkelijke steun voor de Palestijnen. Meestal gaat het geld naar projecten op de Westelijke Jordaanoever.
Nederland is een gul land, want de Palestijnen ontvangen 93,45 euro per Nederlander, terwijl de mensen in Mali maar 30,86 euro krijgen, weet Broer. Dit verschil wordt deels veroorzaakt door het feit dat het praktisch makkelijk is geld aan de Palestijnen te geven, terwijl dat aan landen als Bangladesh en Mali juist ingewikkeld is. Afgelopen jaar gingen er miljoenen naar de Palestijnen. Het gaat naar organisaties als Breaking the Silence, Comet en Rabbis for Human Rights. Op al die organisaties is volgens Broer kritiek mogelijk.
Honger naar kennis
In de zaal voel je de honger naar kennis. De Rijksoverheid heeft al geld vrijgemaakt voor extra humanitaire hulp, zo horen we. Een meneer wil weten of Broer ook het geld van de gemeente Amsterdam heeft meegeteld. Dat blijkt niet zo te zijn.
Het moet transparant zijn waar gelden aan worden besteed, vindt Broer, maar daar is vaak geen sprake van. Controle is vaak een papieren proces, vertelt een van de medewerkers van het CIDI. Zo voedt het gebrek aan transparantie het wantrouwen hoe de financiële stromen lopen. Iemand in de zaal wil weten of we via de Wet Open Overheid (WOO) meer te weten kunnen komen. Broer zegt dat je dan heel goed moet weten waar je naar op zoek bent. Je krijgt via een WOO-verzoek heel veel informatie waar je weinig mee kunt.
In de zaal stelt een vrouw de kernvraag: gaat er geld naar Hamas? Tja, dat is ingewikkeld, want Hamas heeft geen rekeningnummer, dus dat gaat mogelijk via andere organisaties. Of geld direct naar Hamas gaat is ‘lastig te bewijzen’, zegt een medewerker van het CIDI.
Zo blijft twijfel bestaan. Je kunt denken dat al het geld naar de Palestijnen op de een of andere manier Hamas in de kaart speelt of dat in theorie zou kunnen doen. Dat kan een reden zijn om alle geldstromen naar de Palestijnen dubieus te vinden. Tegelijk is niemand tegen humanitaire hulp, ook het CIDI niet, zo lezen we in het rapport. De hier gesuggereerde oplossing is transparantie, verantwoording en controle, maar als buitenstaander denk je meteen dat dit nooit alle vragen zal beantwoorden.
Ongewenste dubbelrol
Misschien is het daarom dat de aandacht verschuift naar iets anders: of de betreffende organisaties betrokken zijn bij anti-Israëlisch activisme. Dit is een stuk duidelijker. Het CIDI wil dit niet, zo lezen we in het rapport. Organisaties als Oxfam Novib, Pax en SOMO zijn niet alleen een doorgeefluik voor subsidies, maar zijn ook zelf politieke actoren. Zij voeren rechtszaken, doen mee aan demonstraties en campagnes en spreken zich continu uit tegen het Nederlandse Israël-beleid.
Dat de NGO’s niet openstaan voor kritiek van het CIDI moge duidelijk zijn. Vooral Oxfam Novib en Pax moeten het deze avond ontgelden en dat is breder dan hun politieke standpunten. Zij hebben ook de verkeerde connecties: de baas van Oxfam stond bij de Rode Lijn-demonstratie in de buurt van een dubieus iemand en een veroordeelde PFLP-terrorist zat bij een mede door Pax georganiseerd debat in Rotterdam. Op die kritiek wil Pax dan weer niet reageren.
De NGO’s zullen hun schouders ophalen dat er kritiek is: met het CIDI praten ze allang niet meer. Palestina-sympathisanten zullen zeggen dat dit onderzoek partijdig is. Wat je er ook van denkt: het is positief dat het CIDI transparant werkt. Dat organisaties als Oxfam Novib en Pax geen antwoord willen geven op vragen is een zwaktebod, maar je kunt je ook afvragen of het veel verschil maakt. Elke vorm van verantwoording zal immers steeds weer het nieuwe vragen oproepen.
Invoelbaar dat deze NGO’s daar niet aan beginnen. Of dat overtuigend dan wel wenselijk is, mag u zelf bepalen.
Beeld: omslag rapport CIDI.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.