Volt dreigt onder zelfgecreëerde bureaucratie te bezwijken

Het is Europadag en dat moet gevierd worden. Volt doet dat zaterdag met een congres in De Reehorst in Ede. De tijd dat deze partij veel media-aandacht kreeg ligt ver achter ons. De hele Nederlandse pers is thuisgebleven, behalve ondergetekende en persbureau ANP. Het tekent de groeiende irrelevantie van een partij die nog maar één zetel in de Tweede Kamer heeft en ook bij de gemeenteraadsverkiezingen geen winst boekte. Gelukkig is Volt positief ingesteld, dus men ziet de toekomst desondanks zonnig in.
Daar is niet zoveel reden voor. De Reehorst is een kleine congreslocatie en de zaal zit verre van vol: de achterste rijen zijn afgezet en lang niet alle stoelen zijn bezet. Er zijn hooguit 400 mensen. Het gaat niet goed, zo zegt een lid die aan het begin van het congres spreektijd heeft aangevraagd: het ledenaantal stagneert, de verkiezingsuitslagen zijn slecht en het bestuur is met zichzelf bezig. Er gaat meer geld naar ‘Den Haag’ – codetaal voor het partijbureau – en minder naar ‘de communities’. Lees: de leden.
Goed gezien: Volt raakt steeds meer naar binnen gekeerd.
Naar binnen gericht
Het probleem van naar binnen gerichte organisaties is dat ze simpelweg geen zicht meer hebben op de buitenwereld en hoe ze daar contact mee kunnen maken. Leden doen gedurende dit congres allerlei suggesties hoe Volt aantrekkelijker kan worden, maar het is meestal volstrekt onduidelijk waar die adviezen op zijn gebaseerd. Zo zegt een man dat het te veel over Nederland en te weinig over Europa gaat. Kan ‘Volt Nederland’ zich niet omdopen tot ‘Volt Europa in Nederland’?
In de middag vertelt een vrouw dat er in Breda – waar Volt geen zetels haalde – een evaluatie is gedaan van de tegenvallende uitslag. Het lag niet aan de inhoud, zo bleek. Er zijn namelijk ook partijen verkozen die helemaal geen inhoud hebben. De marketing moet dus beter. Een landelijk bestuurslid knikt. Hier heeft men duidelijk moeite met het aannemen van het perspectief van een buitenstaander. Zouden kiezers in Breda echt geen interesse in de inhoud hebben? Je zou bijna zeggen: ga het ze eens vragen.

Of het bestuur betere ideeën heeft dan de leden, is duister. Co-voorzitter Kees van Lede vertelt dat de Europese organisatie een unique selling point is. Volt moet dat dan wel laten zien. Er is daarom inmiddels vergaderd met alle Volt-medewerkers uit heel Europa en het Nederlandse bestuur is actiever dan ooit in de country council, een soort raad waar bestuurders van alle landelijke Volt-afdelingen (Nederland, Duitsland, etc.) samenkomen. Er komen meer van dit soort initiatieven aan. Zou het helpen?
Veel gedoe
Van Lede noemt het in de middag ‘veel gedoe’ om met andere Volt-afdelingen te vergaderen. Volt heeft de neiging alles af te willen stemmen en dat is stroperig en bureaucratisch. De landelijke afdelingen moeten meer op elkaar vertrouwen, zegt Van Lede bloedserieus, die voor het gemak niet vertelt dat Volt Nederland verreweg de grootste afdeling is en veel andere non-existent zijn. Dan is afstemmen inderdaad erg veel gedoe: bestuurders uit andere landen hebben vaak nauwelijks een achterban. Waar baseren zij hun standpunten op?
Een Europese organisatie mag dan een unique selling point zijn, het lijkt voor Volt eerder een molensteen die om de nek van de partij hangt. Een lid klaagt over de onduidelijkheid van het kernverhaal. Hij wil weten wie daar verantwoordelijk voor is. Van Lede vindt dat ‘een goede vraag’. Hij heeft deze ook weleens gesteld en toen kwam er vanuit Europa geen duidelijk antwoord op. Van Lede denkt dat de parlementariërs in Den Haag en Brussel hier uiteindelijk over gaan.
Geen raar antwoord, maar dan staat het Utrechtse raadslid Charlotte Passier op. Ze zegt dat raadsleden worden geacht de strategie op lokaal niveau te vertalen. Ze moeten er dus over meepraten. Van Lede blijkt het daar helemaal mee eens. Later blijken ook individuele leden inspraak te willen. Ook al terecht volgens co-voorzitter Van Lede. Dat wordt nog wat: een partijlid zegt bij de koffie dat het partijbestuur niet weet wat men moet doen als een lokale afdeling – bij Volt ‘community’ genaamd – een afwijkend standpunt inneemt.
Het antwoord is natuurlijk: niks, maar bij Volt is het aanleiding voor meer vergaderingen en meer procedures.
Strategisch handelen
In een middag horen we een partijlid bloedserieus vertellen dat hij in een groepje zit dat over de strategie nadenkt en inmiddels een advies heeft opgeleverd. Daar is echter niks mee gedaan. Hij heeft ontdekt dat er al eerder een strategiegroep bestond en dat ook hun advies in een diepe la is verdwenen. Van Lede probeert de kritiek weg te masseren met de mededeling dat adviezen echt wel mee worden genomen. Maar wat er is meegenomen, horen we niet.
Een lid begint te klagen dat het grassroots-karakter van de partij niet in de nieuwe strategie van Volt Nederland terugkomt. Dat is een bewuste keuze, legt Van Lede uit, want er is op het Europese congres in Frankfurt een paar maanden terug al een Europese strategie aangenomen. Daar staat de grassroots ook niet in. Hij is het daar zelf niet mee eens en hoopt dat dit later wordt gecorrigeerd. Onwillekeurig denk je: hoe gaat dat dan in zijn werk? Weet iemand dat?

Ondertussen is Volt bezig talent te scouten en te enthousiasmeren om op een kieslijst te staan. Er is ontzettend veel talent, horen we meerdere aanwezigen zeggen. Er is een Talent Academy opgericht en ene Jelmer vertelt er in de ochtend over. We zien een slide met de tekst ‘Aanpak opzetten programma’. Een pijl wijst omhoog alsof het een exponentiële curve betreft. Er staan van links naar rechts de woorden ‘richten’, ‘inrichten’ en ‘verrichten’. Na de presentatie zegt Van Lede dat hij het een fantastisch initiatief vindt.
Overbelast bestuur
De bedoeling is dat er een poule van talentvolle kandidaten ontstaat. De Talent Academy durft de term ‘talent’ niet te definiëren, maar het gaat om ‘diverse kandidatenlijsten’, aldus Jelmer, die kennelijk vergeten is dat de meeste Volt-fracties uit één persoon bestaan. Voor iedereen die denkt dat deze Talent Academy een goed idee is: een man in de zaal staat op en zegt dat hij van de Europese Talent Academy is en dat hij het Nederlandse initiatief van Jelmer niet kent. Dat blijkt wederzijds te zijn.
Het bestuur, zo vertelt Van Lede in de middag, is overbelast. Hij wijst hier eigenlijk op een Volt-breed probleem: we horen meerdere leden zeggen dat vrijwilligers afhaken omdat de werklast te hoog is, dat mensen zich verkijken op wat een campagne inhoudt, dat landelijke bestuurders vaak vroegtijdig afhaken en dat de organisatie te chaotisch is om goed in te kunnen functioneren. Van Lede zegt zelf geen overzicht te hebben van alle communities binnen zijn partij.
Hoe de vrijwilligers ontlast kunnen worden blijft dit partijcongres in nevelen gehuld, maar hoe het landelijk bestuur de zaak weer op de rails gaat krijgen is wel duidelijk: een van de twee co-voorzitters moet voortaan worden betaald. Dit maakt het mogelijk meer tijd te besteden aan de vele organisatorische vraagstukken. De leden wordt gevraagd met deze pilot in te stemmen. Dat doen ze.

Hoezo druk?
Niemand vraagt: wat doet dat landelijk bestuur de hele dag? Volt kan zich er niet meer op beroepen dat de partij nieuw is: de belangrijkste regionale en lokale structuren zijn allang gevormd. De provinciale afdelingen en lokale communities functioneren allemaal zelfstandig en daar heeft het landelijk bestuur dus – zou je denken – weinig werk aan. Misschien dat er meer ondersteuning nodig is in nieuwe provincies en gemeenten, maar dat kan het partijkantoor ook doen.
Volt wil alles in procedures, reglementen en stroomschema’s vatten. Dat is vaak totaal overbodig, maar dan komt de Europese laag er nog bovenop, die vanuit Nederlands perspectief helemaal geen toegevoegde waarde heeft, behalve de marketingkreet dat Volt ‘een Europese partij’ is. Die laag zorgt vooral voor problemen: meer vergaderen, meer afstemming, meer complexiteit, meer langs elkaar heen werken en met een beetje pech beslissingen waar Volt Nederland hoofdpijn van krijgt.
Daar komt politieke onervarenheid bovenop, al is het maar omdat bestuurders, vrijwilligers en leden soms snel afhaken. Zo is er een continu gebrek aan ervaring. Velen hebben geen beeld van wat politiek is en lopen teleurgesteld weg als resultaten uitblijven. Dat is al snel het geval. Ondertussen zitten vele bestuurders, commissies en communities te vergaderen hoe het allemaal verder moet en welke nieuwe procedures er nodig zijn. Ze kijken dan al snel naar het landelijk bestuur, maar daar weet men het eigenlijk ook niet.
Laten we met het positieve Volt-gevoel afsluiten: gelukkig krijgt een van de co-voorzitters binnenkort een vergoeding. Zo is er meer tijd om eindeloos over de organisatie te vergaderen, meer procedures uit te denken en uit te zoeken wie er nou eigenlijk over de strategie gaat.
Beeld: Laurens Dassen spreekt de zaal toe, Kees van Lede (midden) in een deelsessie, Jelmer legt de Talent Academy uit, co-voorzitters Denise Filippo en Kees van Lede bespreken de uitslagen van de interne stemmingen. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.