Tijd dat de voorzitters van Volt Europa hun biezen pakken

De zaal zat goed vol in Kap Europa, een chique congreszaal in het centrum van Frankfurt. Afgelopen november vond hier het tweedaagse congres van Volt Europa plaats. We werden welkom geheten door een vrouw met lang blond haar. Luca Loreen Kraft bleek de voorzitter van de Duitse afdeling. Ze sprak de hoop uit dat we goed naar elkaars ervaringen zouden luisteren en de samenwerking zouden zoeken. De 1.700 Volt-leden begonnen hard te klappen.
De woorden van Kraft hebben een nare nasmaak. Volt besloot dit congres een nieuwe definitie van antisemitisme aan te nemen zonder daarover in dialoog te gaan met de Joodse partijleden, terwijl zij natuurlijk als geen ander weten wat antisemitisme is. Kennelijk hoeft niet altijd naar de ervaringen van anderen te worden geluisterd. Na het congres vertrokken een aantal Joodse leden. Inmiddels is duidelijk dat Volt op dit terrein al langer kampt met interne problemen.
In een Europese partij doe je alles samen, zoals congressen organiseren, standpunten opstellen en onderling discussiëren. Antisemitisme is dan per definitie geen fenomeen binnen een bepaald land of van een bepaalde nationaliteit, maar iets binnen Europese teams. Daar werken mensen immers samen, kweken ze een bepaalde cultuur en moeten ze elkaar aanspreken op wangedrag, discriminatie, antisemitisme en al dat soort zaken meer. Joodse leden voelen zich er regelmatig niet meer thuis.
Europees bestuur
Er is maar één instantie waar we nu naar kunnen kijken: het bestuur van Volt Europa. Dit bestuur overziet het beleidsproces, de standpunten, de interne organisatie, de interne cultuur, de procedures om ongewenst gedrag te melden en ga zo maar door. De besturen van de nationale Volt-afdelingen – zoals Volt Nederland – staan bij deze zaken tamelijk machteloos omdat ze ondergeschikt zijn aan de Europese koepel. Ze moeten maar afwachten wat er op Europees niveau gebeurt.
Laten we ervan uitgaan dat het Europese Volt-bestuur van goede wil is en antisemitisme in eigen gelederen wil bestrijden. Er doemt dan al snel een heel andere vraag op: zou men daartoe in staat zijn? Het Europese bestuur bestaat uit een handvol personen en twee (co-)voorzitters: de Italiaanse Francesca Romana D’Antuono en de Nederlandse Mels Klabbers. Ik heb een vraag voor alle leden van Volt: welke kwalificaties hebben zij om deze ingewikkelde Europese organisatie te leiden?
Bij Europese Volt-congressen horen we keer op keer grootse plannen om in heel Europa actief te worden. Het wil maar niet lukken. Ooit had Volt het plan een eigen fractie in het Europees Parlement te beginnen. Het gaat er niet meer over. Dat is niet zo gek: het uitbouwen van een partij in meerdere EU-landen is een enorme klus. Kunnen Romana D’Antuono en Klabbers dat?
Bestuursselectie
Natuurlijk niet. Er is enorm veel werk in heel veel landen en dat moet met een minimaal budget en heel weinig mensen. Europese bestuursleden worden op een achternamiddag op het ledencongres verkozen. Een praatje voor de zaal volstaat. Nergens kiest men zo achteloos mensen die een immense organisatie moeten leiden, zonder duidelijk competentieprofiel of enig assessment. Een medewerker van de supermarkt wordt serieuzer geselecteerd. Uit niets blijkt dat de voorzitters hun taak aankunnen.
Dat blijkt wel uit de hele discussie over de antisemitisme-definitie. Dit is sowieso lopen op eieren, maar nu is er ook nog voor een omschrijving gekozen die alleen in uiterst linkse kringen goed valt. Daar zitten helemaal geen kiezers, niet in Nederland en waarschijnlijk ook niet in de meeste andere landen. En als ze daar wel bestaan, hebben ze allang goede alternatieven. Je kunt je best afvragen wat het strategisch inzicht van de Volt-leiding is, los van de vraag of de JDA-definitie de juiste is.
Daar komen andere problemen bij. Als je als partij continu roept dat mensen betrokken moeten zijn bij beleidsbeslissingen die hen aangaan, is het de kat op het spek binden als je je eigen Joodse leden niet vraagt wat ze een goede antisemitisme-definitie vinden. Als je een gesprek over die vraag niet in goede banen kunt leiden, hoe kun je dan wel goed ingrijpen als je met complexere problemen te maken krijgt, zoals Joodse leden die wijzen op antisemitische incidenten?
Competent bestuur
Terug naar de vraag: stel dat Volt Europa de intentie heeft antisemitisme intern aan te pakken, hoe dan te werk te gaan? Hebben deze twee voorzitters een begin van de competenties die nodig zijn om dit probleem op te lossen? Zouden ze in staat zijn de organisatie om te vormen, vertrouwenspersonen te benoemen, stevige royementsprocedures en meldsystemen in te voeren, de dialoog aan te gaan, een inclusieve cultuur te kweken, interne meningsverschillen te overbruggen en een inspirerend voorbeeld in te zijn?
Iedereen weet het antwoord allang. Kijk naar de discussie over de juiste definitie van antisemitisme. Hier heeft Volt niet alleen een rare afslag genomen door voor een omstreden niche-definitie te kiezen, maar ook door überhaupt energie te steken in iets wat helemaal niet de core business is. Kunnen de Europese bestuurders hoofd- en bijzaken wel onderscheiden? Is dit een thema waar Volt kiezers op binnen kan halen? Is dit een onderwerp dat kiezers met Volt associëren?
Zelfs als je het belangrijk vindt antisemitisme scherp te definiëren, kun je betwisten of een Europese partij de leden een uniforme definitie moet opleggen. Logischer zou zijn te focussen op kernthema’s, de sociale veiligheid van alle leden te waarborgen – ze zijn met alle hoogdravende ambities hard nodig – en splijtende controverses voorlopig in de ijskast te zetten, al is het maar omdat Volt ze sowieso niet kan oplossen. Maar ja, dan heb je wel competente Europese bestuurders nodig.
Goed nieuws: in juni loopt de termijn van Romana D’Antuono en Klabbers af. Heeft Volt enige notie hoe er dan betere vervangers kunnen komen?
Beeld: Francesca Romana D’Antuono in Frankfurt. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.