Joodse Volt-leden werd nooit gevraagd hoe zij over antisemitisme denken

Het Duitse weekblad Die Zeit kwam een paar dagen geleden met een reportage over antisemitisme binnen Volt Europa, de moederpartij van Volt Nederland. Op Twitter circuleert een Nederlandstalige versie. Dit probleem binnen Volt is niet nieuw, het sluimert al zeker een jaar. Het probleem gaat deels over intern appverkeer en dat is slecht controleerbaar, maar Die Zeit heeft deze berichten nu ingezien. Een toenmalig lid zegt in een appgroep over Joodse Volt-leden dat ‘de jacht is begonnen’. Een ernstige zaak.
Dat Joodse leden massaal afscheid nemen van Volt staat inmiddels vast. Zelf had ik recent ook contact met Joodse Volt-leden die de partij hebben verlaten en klagen over interne antisemitische uitingen. Deze klachten gaan niet specifiek over Volt Nederland, de partijafdeling die in de Tweede Kamer zit. Het gaat hier om de moederpartij die in heel Europa actief is en één politiek programma voor de hele EU nastreeft. Volt zegt één ondeelbare Europese partij te zijn. Daarmee raakt dit ook de Nederlandse tak. Een analyse.
Definitie van antisemitisme
In november was het congres van Volt Europa in Frankfurt. Het was een programma van twee dagen met allerlei sprekers, discussies en organisatorische kwesties. Op een middag was er een sessie over antisemitisme. Ik was daar om twee redenen niet bij aanwezig. Ten eerste was ik naar het congres gekomen omdat ik me wilde verdiepen in de organisatie van Volt Europa en niet zozeer in de inhoudelijke agenda van de partij. Ten tweede omdat de sessie – een van de vele – niet nieuwswaardig leek.
Dat laatste is achteraf beslist een verkeerde inschatting geweest. Die middag werd gestemd over twee rivaliserende voorstellen over de definitie van antisemitisme. Volt wil als Europese partij één gezamenlijke definitie hebben die vervolgens voor alle partij-afdelingen geldt, ook de Nederlandse. De kernvraag is: wanneer kunnen we spreken van Jodenhaat? Een belangrijke onderliggende vraag is in hoeverre kritiek op Israël Jodenhaat kan zijn. Dat is ook de discussie die bij Volt is ontstaan.
In Frankfurt lagen twee voorstellen voor. Het ene voorstel wil de definitie hanteren van de International Holocaust Remembrance Association (IHRA), het tweede de Jerusalem Declaration of Antisemitism (JDA). De IHRA-definitie geniet brede internationale steun: 26 van de 27 EU-landen hanteren deze definitie en ook de EU gebruikt deze. Het is een breed geaccepteerde omschrijving die ook sinds 2019 door Volt zelf wordt gehanteerd. Deze staat nog steeds in online documenten van de partij (pag.23).
Een stemming
Op het congres namen 1.700 Volt-leden uit verschillende landen met zestig procent de JDA-definitie van antisemitisme aan. Navraag leert mij dat deze zeker geen brede bekendheid geniet. De definitie is opgesteld door 20 academici en wordt gebruikt door een aantal universiteiten, antizionistische organisaties en uiterst linkse partijen zoals Die Linke in Duitsland. Volgens het bestuur van Volt Europa wordt JDA gesteund door prominente Joodse wetenschappers en Holocaust experts. Het is vrij gemakkelijk de conclusie te trekken dat IHRA veel bredere steun geniet.
De auteurs van JDA vinden IHRA te restrictief met betrekking tot kritiek op Israël. Critici noemen JDA een witwasoperatie om niet alleen kritiek te kunnen hebben op de politiek van het land, wat volgens de IHRA-definitie is toegestaan, maar ook op het bestaan van Israël als land voor Joden. In de JDA-verklaring wordt de stelling dat Israël een koloniaal project is, niet als inherent antisemitisch beschouwd, passend bij het huidige discours van postkolonialisme. Dit geldt eveneens voor de eis om Israël af te schaffen als Joodse Staat. Deze zou niet inherent antisemitisch zijn.
De IHRA-definitie werd in Frankfurt gesteund door een groep Joodse Volt-leden, die zich al langer hadden verenigd in de interne Volt-groep Jewish Safer Space. De partij kent meer van dit soort officiële groepen, zoals die voor jongeren, ouderen en LHBT’s. Jewish Safer Space heeft geen formele rol, maar wordt wel geconsulteerd bij kwesties die de Joodse gemeenschap raken. Hoe dat proces zou moeten verlopen is onbekend. Het bestuur van Volt Europa wil niet zeggen hoeveel leden deze interne groep heeft.
Vreemde keuze
In 2023 gaf adviesbureau Panteia Volt het advies de IHRA-definitie te hanteren. Met de keuze voor JDA wijkt Volt niet alleen af van dat advies, maar ook van het beleid van vrijwel alle EU-lidstaten en de EU zelf. Nu is dat op zichzelf natuurlijk mogelijk: Volt wil verandering. Een belangrijker punt is dat er niet is geluisterd naar de mening van de mensen die worden geraakt door antisemitisme: de Joodse leden. Dit gaat in tegen de Volt-waarde dat mensen altijd bij besluitvorming moeten worden betrokken als die hen direct aangaat.
Antisemitisme is volgens een oud-bestuurslid van Volt Europa inmiddels intern een gevoelig probleem. Een eerdere groep voor Joodse leden is volgens hem opgedoekt nadat leden zich niet meer veilig voelden. Een nieuwe Joodse groep – Jewish Safer Space – heeft geen open karakter meer. Het bestuur van Volt Europa laat weten dat er is gekozen voor een besloten groep waar alleen goedgekeurde leden toegang toe hebben. Men zegt niet bekend te zijn met klachten omtrent sociale veiligheid.
Intussen zijn veel Joodse leden vertrokken om meerdere redenen, waaronder verbale aanvallen. De oud-voorzitter van Jewish Safer Space bracht daar afgelopen zomer een verklaring over uit. Een groep Joodse leden gaf in december een verklaring uit met de titel: ‘Volt heeft ons in de steek gelaten, dus laten wij Volt in de steek’. Deze verklaringen vind je hieronder. Naar aanleiding van Frankfurt zijn opnieuw Joodse leden opgestapt, waaronder de campagneleider in Frankfurt. Volt Europa wil dat niet bevestigen.
In Nederland klinken eveneens klachten. In 2024 publiceerde NIW-hoofdredacteur Esther Voet een anonieme brief van vertrokken leden die stellen dat ze meerdere keren om duidelijk beleid hebben gevraagd, maar dat ze alleen excuses, relativeringen en dooddoeners kregen in plaats van concrete oplossingen. Volt-politici zouden wegkijken en de Joodse leden horen intern dat ze niet in de slachtofferrol moeten blijven hangen. Zorgen over antisemitisme worden genegeerd en angst niet serieus genomen.
Serieus signaal
Itay Garmy – tot vorige maand raadslid van Volt in Amsterdam, zelf Joods – noemt het besluit van het Volt-congres in Frankfurt teleurstellend. Dit is volgens hem ‘niet de manier waarop je zou moeten omgaan met een definitie van discriminatie die een specifieke minderheidsgroep direct raakt.’ Garmy is bekend met een aantal klachten en heeft daar ook met betrokkenen over gesproken. Garmy:
‘Voor mij zou het uitgangspunt moeten zijn dat de aanpak van antisemitisme begint bij de ervaringen en veiligheid van Joden zelf. In dit geval is via een partijcongres en een stemming besloten welke definitie voortaan leidend is, terwijl de meeste mensen die daarover stemden zelf geen ervaring hebben met antisemitisme. Wat daarbij vooral opvalt, is dat het gesprek nauwelijks ging over het antisemitisme waar Joden in Europa vandaag de dag mee te maken hebben, en wat zij nodig hebben om veilig te zijn. In plaats daarvan draaide het debat vooral om het Israëlisch-Palestijnse conflict.’
‘Ik begrijp goed waarom sommige Joodse leden ervoor hebben gekozen om te vertrekken. Iedereen maakt daarin zijn eigen afweging. Dat mensen zich binnen een politieke beweging waar zij zich eerder thuis voelden niet langer veilig of gehoord voelen, is pijnlijk en verdrietig, zeker wanneer dat raakt aan iets wat zo persoonlijk is en nauw verbonden is met je identiteit. Dat meerdere Joodse leden om deze reden vertrekken, zou wat mij betreft aanleiding moeten zijn tot zelfreflectie binnen de partij, maar ook tot concrete stappen om intern vertrouwen te herstellen, de veiligheid van Joodse leden te versterken, ervoor te zorgen dat zij serieus genomen worden, en publiek duidelijker stelling te nemen tegen het toenemende antisemitisme in de samenleving. Het is een serieus signaal dat raakt aan het vertrouwen van leden en niet genegeerd mag worden.’
Reactie Volt Nederland
Naar aanleiding van het artikel in Die Zeit laat het bestuur van Volt Nederland het volgende weten.
‘Wij zijn enorm bezorgd over de toename van antisemitisme in de samenleving. Hier mag geen ruimte voor zijn en moet krachtig bestreden worden. Als Europese partij is het ons opgevallen dat in verschillende Europese landen het debat over het optreden van Israël op uiteenlopende manieren wordt gevoerd, mede door verschillen in de definitie van antisemitisme. Zo wordt in Duitsland kritiek op de regering van Israël soms gelijkgesteld met antisemitisme. We hebben ervoor gekozen om dit gesprek binnen Volt open te voeren en een duidelijke keuze voor één definitie te maken.’
‘Onze leden hebben gekozen voor de JDA-definitie, die meer ruimte laat voor kritiek op de staat Israël dan de IHRA-definitie. Dat was een moeilijke keuze en heeft gezorgd voor wrijving. We betreuren dat sommige leden zich daardoor niet langer thuis voelden binnen de partij.’
‘Op het moment dat er bij Volt in Duitsland duidelijk sprake was van een antisemitische uitlating, is deze persoon daarop aangesproken en heeft de partij verlaten. Iedereen moet zich veilig voelen in de samenleving en binnen Volt. Antisemitisme zal Volt altijd bestrijden.’
Beeld: Volt-tekst over antisemitisme. Uit: Volt’s mapping of policies (edition 9.0), Challenge 3 – social equality.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.