Willen PVV-stemmers meer bushaltes of minder migranten?

Waar komt de massale onvrede in Europa toch vandaan? Waarom stemmen zoveel mensen op radicaal rechtse partijen als Vlaams Belang, Front National en AfD? Waarom zijn de Nederlandse varianten PVV, JA21 en FvD populair? Er zijn hele boekenkasten volgeschreven over deze kwestie en afgelopen week is daar weer een boek aan toegevoegd: De symfonie van onvrede van politicologie-hoogleraar Catherine de Vries. Afgelopen week was ik al bij de boekpresentatie in Spui25.
Eerst het goede nieuws: De Vries laat van zich horen. Veel sociale wetenschappers doen jarenlang onderzoek dat met belastinggeld wordt gefinancierd en het grote publiek merkt daar niets van. Wat dat betreft is de poging van De Vries om een populair-wetenschappelijk boek te schrijven te waarderen. Het is nog goed geschreven ook. Beatrice de Graaf noemt het op de omslag ‘een magistrale compositie van verlies en ressentiment in hedendaags Europa’.
Dat vind ik dan weer wat te veel eer. Dat zit zo.
De stelling
De aanleiding voor dit boek is persoonlijk, zo vertelde De Vries bij haar boekpresentatie. Ze vertelt dit ook in meerdere interviews: haar vader stemde tot aan zijn dood PVV. Dit boek is echter maar nauwelijks een mix van wetenschappelijke inzichten en persoonlijke verhalen. Over De Vries’ vader komen we maar betrekkelijk weinig te weten en hij figureert hooguit soms in de marge. Dit is vooral een boek waarin wetenschappelijke kennis over de steun aan radicaal rechts wordt besproken.
De Vries is tegenwoordig hoogleraar in Spanje, maar werkte eerder onder meer in Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In al die landen deed ze onderzoek naar de steun voor radicaal rechts. De partijen zijn in ieder land anders, maar de redenen van kiezers om ze te steunen niet, zo leren we in dit boek. Burgers komen vooral bij deze partijen uit omdat de overheid ver van ze af is komen te staan, niet meer nabij is en voorzieningen zijn verdwenen of verschraald.
De trein rijdt niet meer, het ziekenhuis is een half uur rijden, de huisartsenpost is onbereikbaar, voor huurhuizen is een wachtlijst, het gemeentehuis is nog maar nauwelijks open en voor veel overheidsdiensten word je naar internet gestuurd om complexe formulieren in te vullen. Burgers voelen zich genegeerd, verlaten en niet serieus genomen. Daar heeft radicaal rechts twee zondebokken voor gevonden: de elite die niet naar de burger luistert en de migrant die wél in de watten wordt gelegd.
Prikkelend betoog
Sociale wetenschap moet prikkelen en dat doet De Vries. Dit boek gaat stevig in tegen het alledaagse idee dat deze partijen alleen maar draaien om weerzin tegen migratie: burgers willen geen of minder migranten en radicaal rechts zegt daarvoor te zorgen. De Vries kijkt in haar boek als het ware naar de problemen achter die opvattingen. Ze ziet dan iets anders: de overheid is steeds verder weg. Dat dat probleem bestaat, laat ze overtuigend zien.
Maar hoe zit het dan met migratie? De Vries is daar opvallend onduidelijk over. Hebben PVV-stemmers volgens haar doorleefde kritiek op migratie of is die alleen maar aangepraat? Wie kan bepalen dat er achter hun kritiek iets anders zit? Hoe kun je dat zeker weten? Wil De Vries eigenlijk beweren dat er sprake is van een soort misverstand? Vinden PVV-stemmers migratie diep van binnen juist prima? Waarom luisteren zij dan niet naar types als Frans Timmermans en Jesse Klaver?
De suggestie van dit boek is dat als je PVV-stemmers weer een bushalte geeft en een ziekenhuis waarvoor je niet eindeloos hoeft te reizen, ze op den duur niet meer radicaal rechts stemmen. Je zou die stelling eigenlijk moeten omkeren: als er overal nog bemande loketten zouden zijn en ziekenhuizen niet gefuseerd, zou er dan geen kritiek op migratie bestaan? Misschien deels, maar kritiek op migratie is breder dan alleen de vraag wie er door de overheid wordt bediend en wie niet.
Er bestaat ook zoiets als weerzin tegen culturele verandering, maar daar heeft De Vries het niet over.
Toch migratie?
De lezer blijft op deze manier verward achter: er bestaat een duidelijk verband tussen steun voor bijvoorbeeld de PVV en de terugtrekkende overheid. Tegelijk negeert de auteur de vraag wat daarnaast de rol van migratie precies is. De suggestie is dat die er niet daadwerkelijk toe doet. Het lijkt me logischer te concluderen dat onderzoek naar de relatie tussen migratie, migratiekritiek en steun aan radicaal rechts niet of nauwelijks door De Vries wordt besproken. Bestaat dat onderzoek echt niet?
Waarom niet gewoon erkennen dat er heel veel redenen bestaan waarom partijen als de PVV populair zijn? Weerzin tegen migratie speelt er een rol in, de afbraak van de publieke sector ook, net als – ik noem maar een dwarsstraat – dat veel middenpartijen tegenwoordig uitsluitend bestaan uit hoog opgeleiden die weinig voeling hebben met andere groepen in de samenleving en daarom niet goed in staat zijn zich in hen te verplaatsen, laat staan met ze te communiceren.
De sociale wetenschapper in mij zou zeggen: het hangt er ook vanaf welke methode je hanteert. Het is vrij duidelijk dat de meeste onderzoeken in dit boek kwantitatief van aard zijn. Ze zijn gericht op abstracte verklaringen en statistische verbanden, niet op het begrijpen van PVV-stemmers, door bijvoorbeeld met ze te praten. Als je dat wél doet, hebben ze ongetwijfeld een (veel) breder repertoire dan alleen migratie-kritiek, maar het gaat hen ook niet alleen om buslijnen en huisartsenposten.
Als deze kiezers zelf zeggen dat ze problemen met migratie hebben, wie zijn u en ik dan om dat te betwisten? Waarom zou De Vries dat beter weten? Ik heb werkelijk geen idee.
Beeld: omslag boek Catherine de Vries (bewerkt).
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.