De lokale toekomst van Volt hangt aan een zijden draad

In een winkelstraat in Tilburg staan zes vrijwilligers van Volt. De lijsttrekker draagt op zijn rug een grote zak koffie. De nummer vier deelt flyers uit. Nee, hij verwacht niet gekozen te worden in de gemeenteraad, maar hij wil wel deel uitmaken van de fractie. De lijsttrekker ziet goede peilingen: twee zetels, dus het doel is inmiddels vier. Dan zit de jongen met de flyers er toch nog in. Of Volt hier populair is? Daar praten we maar kort over. In Tilburg, zo hoor ik, stemmen ouderen Hans Smolders en jongeren Forum.
De grote bezienswaardigheid is een grote paarse plastic bal met een ster en de naam Volt erop. Er staat ook het getal dertien op: het lijstnummer in Tilburg. Toeristen gaan ermee op de foto, zo vertelt een van de vrijwilligers, want thuis heeft een ster plus het getal dertien een bekende betekenis. Wat het precies betekent is niet helemaal duidelijk. Een van de landelijke campagnecoördinatoren is er ook. Misschien ligt het aan uw verslaggever, maar het is opvallend rustig en veel mensen nemen geen flyer aan, zo lijkt het.
Een week later blijkt Volt niet verkozen in Tilburg. Dat is tien andere Volt-teams ook overkomen. Op Instagram lees ik dat Volt Alkmaar nipt een zetel heeft gemist. De online erg actieve vrijwilligers van Volt Gouda likken eveneens hun wonden. Ze hebben nu al zin in 2030, want dan lukt het vast wel, schrijven ze. Ik vraag me ondertussen af of Volt tegen die tijd nog bestaat. Je kunt twisten of een Europese partij een goed idee is en of Volt landelijk noodzakelijk is, maar we kunnen er in ieder geval nog over discussiëren.
Lokale doublures
Op lokaal niveau ligt dat anders. De flyer van Volt Tilburg noemt wat algemene thema’s. Groen, veiligheid, u kent het wel. Een groot flyerteam van D66 heeft driehonderd meter verder min of meer dezelfde boodschap. Zie hier het probleem van Volt: het is gelukt zo’n 20.000 mensen te enthousiasmeren om lid te worden en het is niet gek dat een deel van hen ook iets wil doen. Zo ontstaan lokale teams, afdelingen en gemeenteraadscampagnes. Maar dat betekent nog niet dat het grote publiek begrijpt wat deze partij in de gemeente toevoegt.
Er waren de afgelopen jaren twintig Volt-raadsleden in tien gemeenten. Afgelopen week deed Volt in 35 plaatsen mee en haalde in 24 ervan in totaal 26 zetels. Waar Volt in 2022 in de meeste gemeenten tweepersoonsfracties kreeg, zijn het nu behalve Amsterdam en Maastricht eenpersoonsclubs geworden.

Figuur: Uitslag Volt in 2022 en 2026.
Raadsleden zijn overbelast, woekeren met hun tijd en hun zichtbaarheid. Nog niet eens zo heel lang geleden lazen we dat Arjen van Silfhout ermee stopt omdat het in je eentje niet te doen is. Hij was de Volt-fractie in Den Bosch. Het werk van een eenmansfractie is te zwaar, maar Volt heeft er nu 22 van. We weten waar dat toe leidt: tomeloos enthousiaste commissieleden, duo-raadsleden, burgerraadsleden of hoe ze ook mogen heten, plus een hele berg al dan niet vrijwillige fractiemedewerkers.
Diepe problemen
Dat zal het werk van de eenlingen zeker wat verlichten, maar het lost dat andere probleem niet op: niemand weet waarom Volt op lokaal niveau bestaat en waarom daar een Europese partij nodig is. De twee zetels in Amsterdam en Maastricht zijn wat dat betreft verklaarbaar: alleen in de grensregio snapt men het nut van een Europese partij, en in grote, kosmopolitische steden heeft men het gevoel dat men het snapt. Elders zal het lastig blijven, want het Volt-programma is – al het enthousiasme ten spijt – een doublure van dat van GroenLinks-PvdA dan wel D66.
Daar komt nu irrelevantie bovenop. We leven in een tijd van sociale media en je kunt de hele dag hippe filmpjes maken, zoals alle kandidaten van Volt de afgelopen weken hebben gemaakt. De raadsleden zullen ons er letterlijk mee doodgooien, maar hoeveel filmpjes je ook maakt: Volt-raadsleden blijven hulpeloze eenlingen die geen echt onderscheidende visie hebben en ook geen macht, want ze zijn getalsmatig nooit nodig voor een coalitie. Of ze nou heel hard werken of niet.
Waar dit toe leidt is precies datgene wat Volt zou moeten verafschuwen: het uitvergroten van kleine verschillen tussen partijen alsof die van doorslaggevend belang zouden zijn, aangevuld met een heleboel schreeuwerigheid. Als de Volt-raadsleden dat niet doen, is de partij over vier jaar verleden tijd. De vraag blijft: waarom heeft men zich niet gewoon bij D66 of GroenLinks-PvdA gemeld? Beide partijen kunnen her en der echt wel een zeteltje extra gebruiken.
Beeld: Volt-vrijwilligers in Tilburg. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.