De Tweede Kamer begrijpt vrije nieuwsgaring niet en parlementaire journalisten vinden dat prima

De politiek moet zich verre houden van bemoeienis met de parlementaire journalistiek, maar de praktijk is – subtiel – anders. De vraag is immers welke journalisten het recht hebben om volwaardig verslag te mogen doen van het werk van Tweede Kamerleden. We kunnen lang of kort praten over de organisatie van de Tweede Kamer, maar uiteindelijk gaan de Kamerleden daar zelf over. Dat kan namelijk niet anders: Kamerleden hebben het laatste woord over de eigen organisatie.
Als we zo redeneren, kunnen we concluderen dat de Tweede Kamer journalisten in hun werk kan hinderen door ze toegang tot het gebouw te ontzeggen of ze een vorm van toegang te verstrekken waarmee ze hun werk slechts halfslachtig kunnen doen. Dat is staande praktijk: YouTube-kanaal Left Laser blijkt geen toegang te krijgen, maar ook Tim Hofman – toch niet de minste – komt er niet in. Als Trump zoiets in de VS doet, weet iedereen hoe we dat moeten noemen.
De Tweede Kamer mag natuurlijk regels stellen over hoe je toegang kunt krijgen tot het beveiligde deel van het gebouw. Dat doet de instelling ook: zonder regels kan immers iedere idioot zich voor journalist uitgeven en zou dan meteen toegang moeten krijgen. De grote vraag is welke schifting de Tweede Kamer maakt tussen journalisten die wel toegang krijgen – een zogeheten dagaccreditatie – en mensen waarvoor dat niet geldt. Daar gaan we.
Drie criteria
De journalist krijgt toegang als die werkt voor een medium dat redactioneel onafhankelijk is. Als je lobbyist, consultant of een andere niet-verenigbare nevenactiviteit vervult krijg je die niet. Je mag bijvoorbeeld niet (deels) werken voor een fractie, partij of beweging. Een logische eis, maar wat ‘een redactioneel onafhankelijk medium’ is, is duister en in de praktijk een bron van willekeur. Ongehoord Nederland en Left Laser voldoen op papier beide aan dit criterium, maar alleen de eerste mag naar binnen.
Een journalist moet tevens een opdrachtbrief aanleveren van een hoofdredacteur of chef parlementaire redactie. Individuele journalisten die voor eigen rekening en risico werken worden hiermee uitgesloten. Dat is raar, want dit is een groeiende groep die bijvoorbeeld op basis van abonnees of donatiemodellen werkt. Dit geldt ook voor ondergetekende. Een brief van jezelf met de mededeling ‘dat je je eigen hoofdredacteur bent’ kan niet geaccepteerd worden, want dan is dit hele criterium niets meer waard.
Freelance journalisten – zoals ondergetekende – kunnen daarnaast gevraagd worden aan te tonen dat ze journalist van hoofdberoep zijn en hun inkomsten voornamelijk uit journalistiek halen. Dat moet de werkgever dan verklaren. Men kan tevens om een KvK-inschrijving vragen. Hier doet de Tweede Kamer een poging iedereen die niet fulltime in de journalistiek werkt uit te sluiten. Interessante denkwijze: de meeste freelance journalisten doen er namelijk ander werk naast om rond te kunnen komen.
Aanvullende regels
De Tweede Kamer heeft nog wat aanvullende regels voor redacteuren die incidenteel in de Tweede Kamer moeten zijn. Je moet dan voor een (online) dagblad, vakblad of weekblad werken, of voor een redactie van een bestaand radio- of televisieprogramma. Je moet research doen naar een bepaald actueel onderwerp dat wordt besproken in de Tweede Kamer. Ook hier sluit men onafhankelijke journalisten uit, een groep die groeiende is en werkt via platformen als BackMe, Substack of Reporters Online.
Het is niet gek dat de Tweede Kamer zich niet dagelijks bezighoudt met trends in de journalistiek, maar hier wordt het wel een beetje dol. De tijd dat er in Nederland alleen een publieke omroep, RTL4 en wat kranten waren is allang voorbij. We hebben een breed en divers medialandschap waarbinnen op heel veel verschillende manieren journalistieke aandacht wordt besteed aan politiek en politieke thema’s. Dat is allang niet meer uitsluitend het domein van parlementaire redacties.
Toch wordt iedereen die niet bij zo’n redactie werkt gehinderd door een onzekere toegangsprocedure en vervolgens een accreditatie die je tweede garnituur kunt noemen: deze geeft geen volledige toegang zoals parlementaire journalisten met een permanente toegangspas die wel hebben. Feit is dat door deze werkwijze nieuwe media simpelweg niet tot volwaardige verslaggeving van de Tweede Kamer kunnen komen, want in de praktijk moeten ze – zie Left Laser – buiten voor het Tweede Kamergebouw blijven staan.
Wat te doen?
De totale stilte onder parlementaire journalisten die wel normale toegang hebben is afkeurenswaardig en laat zien dat zij hun eigen commerciële voordeel – meer toegang hebben dan concurrenten – belangrijker vinden dan het principe van vrije nieuwsgaring. Ook onder Kamerleden – die deze regels kunnen veranderen – is het stil. Deze week werd de eerste wakker: Mohammed Mohandis van GroenLinks-PvdA vindt dat Left Laser toegang moet krijgen. Mooi begin, maar het gaat hier om iets breders dan alleen dat ene YouTube-kanaal.
Niemand zegt dat iedereen die zich voor journalist uitgeeft toegang tot de Tweede Kamer zou moeten hebben. Niemand zegt dat er geen inhoudelijke toets mag zijn. Niemand zegt dat mensen die later toch geen journalist blijken te zijn of die zich misdragen niet mogen worden geweerd. Iedereen snapt dat er regels moeten zijn. Het kan heel simpel: een perskaart volstaat. Zo gaat het in het Europees Parlement ook.
Heel benieuwd of parlementaire journalisten de ballen hebben om publiekelijk te zeggen dat de toegangsregels van de Tweede Kamer niet deugen en niet in lijn zijn met hoe het medialandschap zich heeft ontwikkeld. Ook heel benieuwd of meer Tweede Kamerleden publiekelijk durven toe te geven dat het niet deugt om allerlei journalisten op onduidelijke gronden te weren.
Iets zegt me dat ze het daar in Den Haag wel best vinden zo.
Beeld: Left Laser en Tim Hofman praten over de toegang tot de Tweede Kamer. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.