De lokale boodschap van Volt? De flyeraar weet het niet, de Europarlementariër evenmin

Volt doet in 35 gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Een mooi aantal, nadat de partij vier jaar geleden in slechts tien gemeenten deelnam. De vraag waarom je lokaal op een Europese partij zou moeten stemmen, brengt ons maandagavond naar Delft. In het Vakwerkhuis – een voormalige collegezaal van de TU – wordt een evenement georganiseerd over de toekomst van de maakindustrie. Er is hoog bezoek: Europarlementariër Reinier van Lanschot komt zijn licht laten schijnen over deze materie.
De collegezaal is groot en oogt vrij leeg, maar er zitten toch echt vijftig mensen. Van Lanschot is blij met het toegestroomde publiek. Hij vertelt dat hij op werkbezoek is geweest. Hij heeft met studenten en hoogleraren gesproken hoe Europa meer eigen technologie kan ontwikkelen en vooral hoe dat proces kan worden versneld. Een vreemd onderwerp: dit is beslist geen lokaal thema, terwijl er al over twee weken verkiezingen zijn. Kan het niet beter over iets anders gaan?
We luisteren naar een enorme berg thema’s en standpunten die rechtstreeks uit Brussel komen: Europese digitale autonomie, de veranderende geopolitieke situatie, een Europese lening aan Oekraïne, het vetorecht dat zo snel mogelijk moet worden afgeschaft, het afbouwen van landbouwsubsidies, de invoering van het Mercosur-verdrag, het stimuleren van groene innovatie en het streven om zo snel mogelijk klimaatneutraal te worden.
Veel adviezen
Verreweg de meeste aandacht gaat uit naar het streven de Europese economie sneller te laten innoveren. Het Europese concurrentievermogen moet worden versterkt en daar heeft Mario Draghi een belangrijk rapport over geschreven, zo weet Van Lanschot. Er staan ontzettend veel nuttige aanbevelingen in. Helaas: de uitvoering gaat niet snel genoeg. Hier ligt het verband met Delft, want de TU speelt in het innovatielandschap een belangrijke rol.
Een ondernemer vertelt dat hij bij het werken over de grens allerlei problemen tegenkomt. Volgens Van Lanschot is het duidelijk wat daaraan moet gebeuren, namelijk het opvolgen van Draghi’s aanbevelingen. Eigenlijk weet iedereen allang wat er gedaan moet worden, zo houdt hij de zaal voor, alleen de nationale regeringen liggen nog dwars. Daarom moet het vetorecht de prullenbak in. Wat hij vergeet: zowel het Europees Parlement als de Delftse gemeenteraad zijn bij dit onderwerp machteloos.
Een meneer van VNO-NCW begint over ‘de bloeiende startup gemeenschap’ die Delft inmiddels is en dat daar ‘geen rem op zou moeten zitten’ omdat dat slecht is voor ‘het ecosysteem’. Het idee is dat de regio zich het beste zou kunnen specialiseren in bepaalde technologieën, zoals robotica of quantum. Probleem: de overheid kan niet beslissen wat de focus zou moeten zijn en ondernemers willen niet afhankelijk zijn van subsidies. De enige optie is om ruimte te maken voor nieuwe bedrijven.
Goede voorzieningen
Na al dat gepraat over het Europese concurrentievermogen is het wel duidelijk: de gemeente heeft tamelijk weinig met dat onderwerp te maken. De Delftse Volt-lijsttrekker Dianne Elsinga vertelt dat de gemeente betrokken is bij allerlei initiatieven. Wat de specifieke rol van de gemeente daarbij is, horen we niet. Ze vraagt zich hardop af wat voor stad Delft wil zijn: is het alleen een kraamkamer voor startups, of wil men succesvolle innovatieve bedrijven ook vasthouden? Wat is er nodig om dat te realiseren?
Daar komt een verrassend plat antwoord op: Delft moet een groene, gezonde stad zijn met goede voorzieningen, goede verbindingen en betaalbare huizen. Het zou goed zijn te investeren in cultuur en het zou wenselijk zijn als er meer nachtleven komt, want op zaterdagavond is er in Delft na middernacht werkelijk niets te beleven. Het lijkt de zaal te ontgaan dat dit waarschijnlijk prioriteiten zijn die door wel meer partijen in de gemeenteraad worden omarmd.
De gemeente zou een rol kunnen spelen in het scheppen van voorzieningen voor individuele ondernemers en beginnende bedrijven, zo zeggen meerdere aanwezigen. Veel van deze zaken zijn echter al geregeld, zo weet een van de sprekers. Zie hier het probleem van Volt: het is lastig Europese standpunten naar lokaal niveau te vertalen. Natuurlijk kan dit wel, maar het leidt allemaal slechts tot algemeenheden waar veel andere partijen grosso modo ook voor zouden tekenen.
Flyeren
Een man in de zaal vraagt zich af wat je verhaal is als je de komende weken gaat flyeren. Wat dan te zeggen? Van Lanschot kaatst de vraag terug. Wat denkt de vragensteller zelf? De flyeraar-in-spe stelt de vraag opnieuw: waarom is een Europese partij relevant voor Delft? Van Lanschot denkt dat je je eerst moet verdiepen in de persoon die je probeert te overtuigen. Als je de ander leert kennen, kun je het verhaal beter vertellen. Het is bijvoorbeeld aansprekend als je vertelt wat jou persoonlijk motiveert.
Elsinga vertelt dat Volt overal in Europa aanwezig is en lessen haalt uit andere landen. De Volt-raadsleden hebben laten zien dat ze gericht zijn op samenwerking. Ze zijn bovendien vaak net een stapje ambitieuzer. Bij de borrel zegt vertrekkend fractievoorzitter Jorrit Treffers dat zijn tweekoppige fractie heel effectief is geweest, met name op het dossier van de woningmarkt. Helaas is dit maar nauwelijks tot de buitenwereld doorgedrongen. Dat was geen sterk punt van de fractie, zegt hij droogjes.
Natuurlijk kun je twisten of een Europese partij in de Tweede Kamer of het Europees Parlement meerwaarde heeft, maar daar kun je tenminste nog over discussiëren. Op lokaal niveau kunnen zelfs Volt-leden de meerwaarde niet altijd formuleren. De Europarlementariër, die graag vertelt dat ‘Volt op alle politieke niveaus aanwezig is’ weet het ook niet en de lokale lijsttrekker komt niet verder dan algemeenheden. Het klinkt vooralsnog niet als een winnende strategie.
Beeld: Reinier van Lanschot spreekt Volt Delft toe. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.