Op Rotterdam Zuid ligt het cynisme over politiek op straat

Politici kunnen goed praten, maar nauwelijks luisteren. Deze eenvoudige les brengt ons woensdagavond naar Rotterdam Zuid, waar voor de tweede keer het Omgekeerde Verkiezingsdebat plaatsvindt. De opzet is eenvoudig: op het podium horen we verhalen van burgers, terwijl de politici in de zaal alleen mogen luisteren en na afloop vragen mogen stellen. Kandidaten van vrijwel alle Rotterdamse partijen zijn naar dit buurtcentrum op Zuid gekomen, van GroenLinks-PvdA tot Leefbaar Rotterdam, van SGP tot Bij1.
De plek om dit debat te organiseren is niet toevallig. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is in Rotterdam altijd al laag, maar hier in IJsselmonde is die nog een stukje lager. Hier ging in 2022 niet 38% naar de stembus zoals in de rest van Rotterdam, maar nog een paar procent minder. Het idee is duidelijk: als politici beter naar burgers en hun problemen zouden luisteren, zal het vertrouwen in de politiek toenemen en gaat de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen op den duur omhoog.
De zestig tot tachtig aanwezigen luisteren naar zes gewone Rotterdammers die op het podium vertellen wie ze zijn en wat ze in hun dagelijks leven tegenkomen. Daar is veel over te vertellen, want op deze plek in IJsselmonde zijn werkelijk talloze problemen, van criminaliteit, tot armoede en verpaupering. We luisteren naar drie vrouwen en drie mannen die zich vaak voor hun buurt inzetten door mensen te ondersteunen die in armoede leven of de openbare ruimte te controleren op gebreken.
Niet stemmen
Hier is veel armoede en eenzaamheid, zegt een man van ruim in de zestig. Hij heeft wel enig contact met de politiek, maar dat is in de buurt vrij uitzonderlijk. Hij kent veel buurtmoeders die zich inzetten voor de wijk, maar niet stemmen. Ze denken vaak dat de politiek sowieso niets voor ze doet. Een vrouw denkt dat mensen niet stemmen omdat beloften steeds niet worden waargemaakt. Zo werd er in 2022 beloofd dat er meer betaalbare huurwoningen zouden komen, maar daar is niets van terechtgekomen.
Armoedebestrijding, zo zegt een andere vrouw, is eigenlijk helemaal geen optie. Armoedeverzachting is het maximaal haalbare. Er zijn ontzettend veel dingen waar de mensen in haar wijk hulp bij nodig hebben: het aanpakken van schulden, het opvoeden van kinderen en dat soort zaken. De politiek zou eens moeten zien hoe dingen in de praktijk gaan, denkt ze. Politici maken wel regels, bijvoorbeeld over de bijzondere bijstand, maar die zijn in de praktijk niet nuttig om redenen die diezelfde politici niet begrijpen.
Mensen ervaren een enorme psychologische drempel om bijvoorbeeld schuldhulpverlening aan te vragen, horen we. De manier waarop mensen worden aangesproken is niet goed. Ze worden niet gezien als volwaardige personen en worden op een nare manier bejegend en behandeld. Er is laagdrempelige hulp nodig waar mensen gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Vaak kunnen ze met een klein beetje hulp al veel beter functioneren. Maar die krijgen ze niet.
Andere wereld
Na een tijdje mogen de politici vragen stellen. Het rondje vragen illustreert aardig wat de mensen op het podium hebben verteld. Een D66-kandidaat wil weten welke rol digitale middelen kunnen spelen om mensen toch te bereiken. Een vrouw legt uit dat veel buurtbewoners helemaal niet zo digitaal vaardig zijn. Een Volt-kandidaat vindt dat ‘armoedeverzachting’ een prachtige term is. ‘Echt goed gevonden.’ Ze realiseert zich kennelijk niet dat er achter die mooie term diepe ellende schuilgaat.

Een Denk-kandidaat vraagt zich af of een aparte wethouder voor armoede beter is dan een werkwijze waarbij armoede ‘integraal in alle beleidsterreinen wordt meegenomen.’ Een jonge PvdD-kandidaat wil weten wat jongeren precies nodig hebben. Het antwoord is nogal basaal: ze hebben vaak begeleiding nodig, willen gezien worden en vooral wat te doen hebben. Een vrouw herinnert de politiek eraan dat er vroeger plekken waren waar jongeren konden rondhangen, maar dat die zijn opgedoekt.
Een andere vrouw herinnert zich dat er vroeger minder criminaliteit was, toen de kerken nog activiteiten voor jongeren konden organiseren. Daar is geen ruimte meer voor. Als er problemen zijn, luistert de gemeente alleen als een hulpverlener opbelt. Als een burger zelf belt, wordt die meestal van het kastje naar de muur gestuurd. Daarom is de aanwezigheid van een hulpverlener altijd essentieel, wat weer leidt tot het beeld dat burgers met een hulpvraag niet voor vol worden aangezien.
Afval op straat
Dat is ook de ervaring van een andere vrouw, die met een groep mensen door de buurt loopt om meldingen te doen over de openbare ruimte. Grofvuil wordt niet opgehaald of juist niet weggebracht, de verlichting wordt niet gemaakt en ga zo maar door. De gemeente pakt het lang niet altijd op, wat een demotiverende uitwerking heeft. Er is te weinig politie, te weinig handhaving en te weinig budget. Een CDA-kandidaat wil weten of er een wethouder moet komen die meer voorlichting kan geven. ‘Weer een wethouder erbij’, klinkt het.
Moderator Martijn de Greve vat met een vraag de avond prima samen: dit zijn toch allemaal oude problemen die allang bekend zijn? De opmerking wordt genegeerd en er wordt wat gepraat over het opvoeden van kinderen: moeten ouders dat niet zelf doen en wat kun je op dat terrein eigenlijk van ze verwachten? Een vrouw zegt dat de samenleving langzaam uit elkaar valt. Sommige mensen vinden dat er te veel op ze wordt gelet, maar mensen zouden juist meer op elkaar moeten letten.
Zo praat de zaal anderhalf uur door over de stapeling van problemen op Zuid. Het is allemaal oud nieuws en wordt maar mondjesmaat aangepakt. Niemand refereert aan het nieuwe kabinet dat op dezelfde dag met de regeringsverklaring is gekomen. Het maakt niets uit. Er zijn wat suggesties wat de gemeente kan doen om het verschil te maken. Geen politicus die een concrete toezegging doet. Er zijn al zoveel loze beloften gedaan, nietwaar? Voor cynisme over de Nederlandse politiek moet je op Zuid zijn.
Beeld: Rotterdam Zuid, Omgekeerd verkiezingsdebat. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.