Heel gewoon: de Haagse kaasstolp hindert journalisten in hun werk

Een warm welkom bij het CDA ziet er ongeveer zo uit. Je krijgt een email dat er partijcongres is in Den Bosch. Je krijgt die mail omdat je op een perslijst staat. Ik stuur een mail terug dat ik graag aanwezig ben en krijg een dag voor het congres de stukken en het programma. Goed geregeld, zou je denken, maar op de dag zelf zegt de vrouw aan de persbalie in Den Bosch opeens: ‘Wie bent u?’ Als ik uitleg dat ik me heb opgegeven en dat de voorlichter dit weet, volgt een tweede vraag. ‘Heeft u een perskaart?’
Onbeschoft: ik meld me aan voor dit congres en dat wordt impliciet goedgekeurd. Op de locatie zelf wordt er opeens een nieuwe eis gesteld waardoor ik er wellicht alsnog niet in kom. Nu kunt u misschien denken dat ik hier de achterlijkheid van het CDA beschrijf, maar dit soort situaties komen vrij vaak voor. Ik moest hieraan denken bij de video van Left Laser over de weigering van de Tweede Kamer om het medium toegang te geven tot het gebouw.
Wat blijkt? Ook Tim Hofman en Roel Maalderink komen niet (meer) het beveiligde deel van de Tweede Kamer in. Het heeft er alle schijn van dat inhoudelijke klachten over hun verslaggeving daarbij de hoofdrol spelen. In de video van Left Laser komen nog wat argumenten aan bod om geen toegang te krijgen. Dubieus zijn ze allemaal: wat maak je precies, ben je professioneel, hoe groot is je publiek, wat verdien je eraan, ben je wel neutraal genoeg en ga zo maar door.
Willekeur troef. Geen Left Laser en Tim Hofman, wel Ongehoord Nederland en Jaïr Ferwerda. Leuker kan ik het niet maken.
Toegang tot de Kamer
Ik heb ook zo mijn ervaringen. Zo rond 2014 stuurde ThePostOnline me een tijdje naar de Tweede Kamer. Eerste vraag: hoe kom je binnen? Daarvoor heb je ‘accreditatie’ nodig, een moeilijk woord voor toegang. De toenmalige procedure hield in dat je een brief moest hebben van de hoofdredacteur voor de afdeling voorlichting. Met de brief bevestigt hij dat je voor zijn medium werkt en een dagpas nodig hebt. Ik ben zo een tijdje wekelijks de Tweede Kamer binnengekomen.
Om te begrijpen waar dit over gaat, moet je het gebouw kennen. Er zijn twee zones. Als je als burger naar de Tweede Kamer gaat en een debat bijwoont, ben je in het semi-openbare deel. Je moet ervoor door de beveiliging en dan sta je in de Statenpassage, waar onder andere wekelijks petities aan Kamerleden worden aangeboden. Je hebt dan tevens toegang tot de publieke tribunes van de vergaderzalen en de plenaire zaal. Koffie kun je in een soort koffiebar – het Statenlokaal – krijgen. Er is een kluisje voor je jas.
Er is een tweede zone waar geen burgers komen. Hiervoor heb je die dagpas of dagaccreditatie nodig. Je gaat door een sluis en dan sta je in dit beveiligde deel. Hier zijn de kantoren, maar belangrijker: dit is de plek waar politici en journalisten elkaar ontmoeten. Verreweg de meeste video’s die in de Tweede Kamer worden gemaakt komen uit dit deel van het gebouw. De bekendste plek is de zogenaamde patatbalie, die min of meer functioneert als ultieme verzamelplek van alles en iedereen.
Twee passen
Wat is een dagaccreditatie? Er bestaan twee soorten passen. Met een permanente accreditatie heb je een pas waarmee je dagelijks zonder problemen naar binnen kunt. Uit mijn tijd bij ThePostOnline weet ik dat je die alleen krijgt als je vaak in de Tweede Kamer moet zijn. Of je er eentje krijgt komt tamelijk willekeurig over: vaak is een subjectief begrip en een medium krijgt niet per se hetzelfde aantal passen als het aantal verslaggevers. Zonder permanente pas heb je steeds accreditatie voor één dag nodig.
Ik weet nog dat ik voor het eerst bij de portier van de Tweede Kamer stond voor mijn dagaccreditatie. Er ontstond gedoe omdat de brief van mijn hoofdredacteur niet aan de voorwaarden voldeed, maar we losten het op en ik kwam binnen. Als de regels toen hetzelfde zouden zijn als nu, zou ik geen pas hebben gekregen. Je hebt namelijk een concrete opdracht van opdrachtgever/hoofdredacteur nodig. Die heb je als individuele journalist met een eigen blog, kanaal of medium sowieso niet.
Stel dat je je dagpas hebt gekregen. Je kon – in ieder geval destijds – maar één keer door de sluis. Als je na een uur naar een commissievergadering wil, moet je van het beveiligde deel terug naar het semi-openbare deel en verlaat je dus de zone waarvoor je die pas hebt gekregen. Dan werkt die niet meer en moet je weer langs een balie om hem opnieuw te laten activeren. Dan kun je weer één keer naar binnen, tot het moment dat je weer naar een vergadering wilt. En zo verder.
Niet klagen
Het is nogal een open deur dat dit je werk hindert, want er is een bureaucratische hindernis als je snel naar binnen moet. Stel je voor dat Geert Wilders ergens verschijnt om een mededeling te doen, dan willen alle journalisten daar meteen heen. Dan moet je met je dagpas wel aan de juiste kant van de sluis staan. En dan moet hij wel werken. Klagen kun je doen bij de voorlichters die de dagpas verstrekken, maar dat is de kat op het spek binden want je bent van ze afhankelijk.
Als journalist sta je bij de ingang van de Kamer om door de beveiliging te gaan, waarna je bij de balie naar voorlichting kunt vragen voor je dagpas. Als je op het verkeerde moment aankomt sta je in een enorme rij en ben je een half uur verder. Als je een uur te vroeg komt, krijg je daar opmerkingen over. Je moet bij je aanvraag online invullen waarvoor je komt. Dat gaat voorlichting natuurlijk helemaal niks aan, maar dat is de Tweede Kamer ontgaan. Als je het ‘verkeerde antwoord’ geeft, is dat grond om toegang te weigeren. Pardon?
Ik kom misschien eens per jaar in de Tweede Kamer en ben er dan als bezoeker, net als ‘gewone burgers’. Je kunt op die manier ook vergaderingen bijwonen. Of toegang tot het beveiligde deel van de Tweede Kamer meerwaarde heeft vind ik betwistbaar: je kunt dan meedoen aan de meutejournalistiek en politici een extra microfoon onder hun neus duwen, maar echt nuttig kan ik dat niet noemen. Daar gaat het echter niet om. Vrije nieuwsgaring wordt gehinderd en nog op tamelijk willekeurige gronden ook.
Een kartel
Je zou kunnen denken dat journalisten dit allang aan de orde hebben gesteld, maar zo gaat het dus niet. Het komt er grofweg op neer dat als je van een traditioneel medium bent dat is aangesloten bij de koepels NPO, DPG of Mediahuis, je nooit met deze discussie te maken krijgt. Er ontstaat pas een probleem als je afwijkt van de norm, niet voor een standaard parlementaire redactie werkt, geen massamedium bent of een eenmanszaak runt. Dan kunnen talloze flutredenen tegen je worden gebruikt. Kijk Left Laser er maar op na.
Wie beschermt je tegen deze willekeur? Villamedia vroeg de voorzitter van de parlementaire persvereniging (PPV) om een reactie. Daar is het riedeltje al: de PPV gaat niet over accreditaties en Left Laser is sowieso geen lid. Daarvoor moet je een ‘parlementaire redactie van een massamedium zijn met als standplaats Den Haag’. Een schijnbaar objectieve manier om te bepalen wie er wel en niet toe doen, maar in de praktijk een werkwijze waarmee je journalisten in hun werk hindert.
Dat is breder. Zie de wekelijkse persconferentie met de premier in Nieuwspoort. Daar ben je alleen welkom als je PPV-lid bent. Geen Left Laser dus, geen Roel Maalderink en ook geen Twitter-verslag van mij. Je zou het ook een kartel van de traditionele media en de macht kunnen noemen, die samen interessante persmomenten afschermen voor alternatieve media die nooit meteen een aparte parlementaire redactie hebben en die in veel gevallen ook nooit zullen krijgen.
Als journalisten en politici dit in andere landen zouden laten gebeuren, hebben we daar een naam voor: een bananenrepubliek.
Beeld: Left Laser interviewt Thomas Bruning van de NVJ. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.