Met een beetje pech heeft Volt binnenkort een eigen loopgravenoorlog

Als je Volt wilt leren kennen, moet je kijken naar de kandidaatstelling. Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement van juni 2024 gebeurden uiterst vreemde dingen. Het partijbestuur trok het initiatief naar zich toe om een kandidatenlijst te maken en gaf de verkiesbare plaatsen aan bekenden, waaronder een voormalig partijmedewerker. Andere kandidaten hadden het nakijken, waaronder twee kandidaten die eerder lijsttrekker wilden worden. Een van hen kwam helemaal niet op de lijst.
Het werd nog gekker. De kandidatencommissie maakte bij de selectie onderscheid tussen kandidaten die ‘geschikt’ waren om in het Europees Parlement te komen. Sommigen waren namelijk ‘zeer geschikt’. Maar toen het partijbestuur de lijst ging maken trok men zich niets van die beoordelingen aan. De ene zeer geschikte kandidaat stond hoog, de andere juist niet. De kandidatencommissie herkende zich niet in de lijstvolgorde en de leden wilden vervolgens dat de hele kandidaatstelling werd doorgelicht.
Dat is gebeurd. Wat blijkt? Een team heeft al een jaar geleden een onderzoek afgerond naar de kandidaatstelling voor de Europese verkiezingen, plus die voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2023. Ook toen was er gedoe. Aan het onderzoek is nooit veel ruchtbaarheid gegeven. Het komt nu bovendrijven omdat hetzelfde onderzoeksteam een advies heeft gepubliceerd hoe de kandidaatstelling voortaan vorm moet krijgen. Eerst maar eens kijken naar het onderzoek, dat dus al een jaar in een la ligt.
Waarheidsvinding
Het onderzoeksteam heeft zich bewust niet beziggehouden met waarheidsvinding, lezen we. De evaluatie gaat alleen over de ervaringen van direct betrokkenen. De conclusie is dat het niet is gelukt het selectieproces probleemloos te laten verlopen. Het proces leidde zelfs tot meldingen bij de commissie geschil en beroep en die voor integriteit. Leden zijn van mening dat het bestuur te veel controle wilde uitoefenen. Zij willen dat de keuzes die aan de advieslijst ten grondslag liggen voortaan uitgebreider worden toegelicht.
Het blijft voor het onderzoeksteam onduidelijk wie er allemaal betrokken waren bij het opstellen van de advieslijst en wat hun rol was. Ze constateren ‘een zweem van belangenverstrengeling’. Er was onvoldoende transparantie over de procedure, het selectieproces, de rol van de kandidatencommissie en die van het bestuur. Ook de keuzes die aan de advieslijst ten grondslag lagen waren onhelder. Het onderscheid tussen gewone kandidaten en ‘topkandidaten’ was onduidelijk.
Door alleen te kijken naar wat de betrokkenen over de procedure zeggen, reproduceert het onderzoek slechts wat we al wisten: men was ontevreden over de transparantie en het leek erop dat insiders werden voorgetrokken. Het onderzoeksteam heeft vervolgens de basale vraag wie er echt betrokken waren bij het opstellen van de advieslijst niet beantwoord. Als je niet weet wat er is gebeurd, kun je ook geen advies geven wat die problemen kan verhelpen.
Zelforganisatie
Verrassing: het advies gaat over iets heel anders. Het onderzoeksteam heeft in focusgroepen met leden gepraat hoe het beter kan. Men ziet drie dilemma’s: zowel de leden als het bestuur willen invloed op de kandidatenlijst, er is een advieslijst terwijl leden tegelijk keuzevrijheid moeten houden, en je kunt kijken naar individuele kwaliteiten van kandidaten, maar ook naar de diversiteit van de hele lijst. Slim gedaan: vriendjespolitiek en gebrekkige transparantie zijn inmiddels helemaal uit beeld geraakt.
Het team beveelt aan voortaan een advieslijst te maken waarbij de kandidaten bepalen in welke volgorde ze staan. Deze ‘zelforganisatie’ levert de beste lijst op en is makkelijker uit te leggen aan leden, zo vindt het onderzoeksteam. Volt laat zo zien ‘het lef [te] hebben om het anders te doen’. Bij langere lijsten moeten er segmenten komen van topkandidaten, kandidaten en lijstduwers. Kandidaten kunnen dan binnen hun eigen segment de volgorde bepalen. Daar kunnen leden dan over stemmen.
De leden willen ook meer diversiteit. Het team ziet hier een uitdaging omdat Volt een partij van ‘theoretisch opgeleide stedelingen’ is. Er zijn wel mensen die zich voor diversiteit inzetten, maar dat levert tot nu toe weinig op. Daarom moet er ‘een doelgericht plan’ komen. Ook moeten de vacatureteksten minder zakelijk en uitnodigender worden door te focussen op motivatie. De teksten moeten minder nadruk leggen op wat kandidaten moeten kunnen, want dat schrikt af.
Loopgravenoorlog
Het partijbestuur heeft inmiddels op het advies gereageerd. Geen woord dat de thematiek helemaal is verschoven. Toch staat het bestuur niet te springen de adviezen uit te voeren: eerst is extra onderzoek nodig, zo vindt men. Best verstandig van het partijbestuur: iedereen met enig politiek inzicht weet dat kandidaten allemaal belang hebben bij een hoge plek op de kandidatenlijst en dat dat proces dus draait om onderlinge concurrentie. De lijstvolgorde kun je daarom niet aan de kandidaten zelf overlaten.
Vraagje voor Volt: hoe kan het eigenlijk dat de kandidaatstelling bij andere partijen meestal wel goed gaat? Waarom heeft de totstandkoming van de kandidatenlijst van het CDA geen zweem van vriendjespolitiek en waarom klagen leden van GroenLinks-PvdA niet over de transparantie? Kan Volt daar iets van leren? Zo nee, waarom niet? Is dat omdat men bij Volt altijd denkt dat men het beter weet of wil men het sowieso anders doen dan elders, ongeacht de uitkomst?
In de wereld van Volt waar niemand elkaar al te hard mag bekritiseren, doet het bestuur nu alsof het voorstel van zelforganisatie enige kans van slagen heeft en alsof daar de komende tijd verder over moet worden nagedacht. Dat is onzin: dit voorstel leidt vooral tot een loopgravenoorlog. Zo zie je maar weer: de verwijten over vriendjespolitiek en transparantie zijn weliswaar vakkundig weggemasseerd, maar het bestuur heeft er weer een nieuw probleem voor teruggekregen. Hoe van dit rare idee van zelforganisatie af te komen?
Misschien toch maar eens naar andere partijen kijken.
Beeld: Bestuursreactie van Volt (bewerkt).
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.