Met Volt komt alles goed, want het partijbestuur heeft een plan geschreven

Volt heeft de Tweede Kamerverkiezingen verloren en een evaluatierapport opgesteld. Het document komt deze zaterdag aan bod op het partijcongres in Domstad in Utrecht. De grote vraag is: wil Volt het er wel over hebben? De bespreking staat gepland in de plenaire zaal en duurt ongeveer drie kwartier, maar als co-voorzitters Denise Filippo en Kees van Lede het podium bestijgen, maken ze eerst tijd om het weggestemde Tweede Kamerlid Marieke Koekkoek te bedanken.
Zo zijn er weer een paar minuten minder om de evaluatie te bespreken. We horen dat Koekkoek zich bezig heeft gehouden met menstruatiearmoede en dat de mensen die het niet breed hebben daar enorm van profiteren. Koekkoek heeft ook een prijs gewonnen vanwege haar inspanningen voor het railvervoer. Toch jammer: niemand heeft ooit van deze prijs gehoord en je vraagt je af of deze niet gewoon van lobbyisten komt. Koekkoek mag vertellen dat ze zich in een nieuwe rol blijft inzetten voor Volt.
Van Lede begint vervolgens een verhaal waarom Volt ooit is begonnen. De goede verstaander denkt: daar gaan weer een paar minuten die niet meer gebruikt zullen worden voor de evaluatie van de campagne. Het gaat om het idee van de drie oprichters, weet Van Lede. Dat twee van hen allang zijn vertrokken heeft zijn toespraak niet gehaald. Toch is het hún inspiratie die terug moet komen, denkt de co-voorzitter. Dat is ook wat de leden in de evaluatie hebben aangegeven.
Vooral vooruit kijken
Volt is een kracht om rekening mee te houden, denkt Van Lede. Er is nu een grote ledenbeweging, maar helaas wel met een zetel minder. Daarom moet Volt kritisch naar zichzelf kijken. Volgens Van Lede moet de schroom eraf en moeten er voortaan woorden worden gebruikt die de mensen echt raken. Beetje vreemd: dit is niet de hoofdboodschap van het evaluatierapport. Daarin worden vooral de inhoudelijke keuzes van de campagne en de interne organisatie bekritiseerd, maar daar heeft Van Lede het dan weer niet over.
Wat blijkt? Er is met deze korte bespiegeling een einde gekomen aan de campagne-evaluatie. Co-voorzitter Filippo vertelt wat er nu gaat gebeuren. Een buitenstaander denkt wellicht dat een evaluatie terugkijkt, maar niet bij Volt. Vooraf zeggen de moderatoren al dat er teruggekeken zal worden, maar ‘vooral vooruit’. Het illustreert de Volt-visie dat alles positief moet worden benaderd, maar dat is natuurlijk lastig als je de campagne in de soep hebt laten lopen en de Tweede Kamerfractie is gehalveerd. Daarom is er een plan.
Filippo ontvouwt een strategie met de naam ‘Re:align 29’ die draait om meer impact. Volt is te voorzichtig geworden dus moet de durf terugkomen. Filippo heeft sheets gemaakt met een heleboel doelen en plannen. De impact zal worden vergroot door een focus op herkenbare speerpunten en dat zijn dan weer de thema’s waarop Volt het verschil maakt. Er komt één Volt-verhaal op alle bestuursniveau’s en zo ontstaat ‘strategische groei richting 2029’.

Een nieuwe koers
De basis zal worden versterkt, aldus Filippo. Er komt professionalisering van de interne samenwerking met duidelijke rollen, heldere besluitvorming en betere afstemming tussen bestuur, partijbureau, gekozenen en vereniging. Een ‘moderne, slimme organisatiestructuur’ zal het levenslicht zien: er komen minder eilandjes, betere interne communicatie en tools om als één Volt te werken. Ook komt er duurzame financiering voor een gezonde partij zodat er continuïteit ontstaat.
Ook de mensen worden verstrekt, voorziet Filippo. Er komt leiderschap en talentontwikkeling met investeringen in training, coaching en ontwikkeling van eigenlijk iedereen, van nieuwe leden tot aan fractievoorzitters. Er wordt gebouwd aan een inclusieve, veilige en open Volt-cultuur waarin je je kunt uitspreken, fouten mag maken en samen gaat leren. Lokaal zal Volt worden verankerd door groei van de afdelingen en aandacht voor buurten en steden waar Volt nog maar weinig zichtbaar is.
Dan is het tijd voor vragen uit het publiek. Echt veel tijd is er inmiddels niet meer. Een man merkt op dat het helemaal niet gaat over de koers: er wordt vandaag meerdere keren gezegd dat Volt een liberale partij is, maar het programma was dat niet. Co-voorzitter Van Lede denkt dat er wel standpunten in het programma hebben gestaan die ‘haaks op elkaar’ stonden. Er is nu meer overleg met communities en zo is de richting hervonden. Of die midden, liberaal of links is, daar brandt hij zich niet aan.
Grote problemen
De beste opmerking komt deze ochtend van Tessa Beeloo, fractievoorzitter in Zuid-Holland. Het plan gaat helemaal niet over de gekozenen van Volt, zegt ze. Staan die er eigenlijk in? Beeloo vindt dat de volksvertegenwoordigers worden genegeerd en dat hun mening nooit wordt gevraagd. Ze heeft gelijk: de gekozen politici zouden de kern van de partij moeten zijn, maar bij Volt is daar weinig van te merken. Gelukkig heeft co-voorzitter Filippo meteen een oplossing: een professionaliseringsslag.
Nog zoiets: de co-lijsttrekker van Volt Zeist vraagt zich af hoe Filippo’s plan zich verhoudt tot ‘het grassroots karakter van Volt’. Filippo vindt dat een verwarrende term. Ze wil meer sturing geven aan de organisatie en zo zal er vanzelf ook meer ruimte komen voor eigen initiatief. Het is een onbegrijpelijke redenering waar een partijbestuurder bij een normaal partijcongres nooit mee weg zou komen, maar bij Volt is er geen ruimte voor discussie, dus Filippo leidt geen gezichtsverlies.
Het ontwijken van discussie verhult een van de grote problemen van Volt: een bottom-up of grassroots partij gaat helemaal niet samen met een club waar bestuurders als een soort managers bepalen hoe de organisatie eruit ziet en waar de ene reorganisatie de andere opvolgt. Het idee dat een grote ledenorganisatie per definitie rommelig, intern divers en slecht afgestemd is, is Volt vreemd.

Dringen bij de deelsessie
Je zou kunnen concluderen dat het partijbestuur de leden deze ochtend effectief het bos in heeft gestuurd, maar dat is beslist niet het geval. Het is opvallend druk bij de deelsessie over de evaluatie. Er moeten stoelen bijgezet worden en dan kan nog steeds niet iedereen zitten. Het publiek stelt vragen aan co-voorzitter Van Lede en medebestuurder Mazdak Soltani. Na een kwartier staan een paar raadsleden en Statenleden achterin de zaal met een kritische blik te luisteren. Ze vertrekken voortijdig.
Er ontstaat een discussie over de interne organisatie. Er was een soort campagneoverleg, maar het bestuur was daar geen onderdeel van en dat bleek onhandig. Er passeren in het evaluatierapport meer van dit soort interne kwesties. Zo komt meerdere mensen tot een kernobservatie: Volt is enorm intern gericht. De verloren verkiezing leidt tot een nieuwe organisatiestructuur en een rapport, waarvoor men voornamelijk de leden heeft ondervraagd. Niet-stemmers ook vragen stellen? Daar was geen geld voor. Tja.
Volt moet een naar buiten gerichte partij zijn, horen we meerdere keren. Volt bouwt zo de ene illusie na de andere. Hier wordt het idee geladen dat als Volt’ers nou maar naar buiten gaan, met gewone mensen praten en zo allerlei ideeën opdoen en initiatieven nemen, het allemaal wel weer goed komt. Niemand zegt hoe het echt is: al die hoogopgeleide Volt-leden zijn helemaal niet naar buiten gericht, ze willen vooral thuis op hun computer beleidsnotities schrijven.
Rolverwarring
Daar komt nog een flinke rolverwarring bovenop. Een vrouw in de zaal zegt dat ze ‘in de community’ zit en dat ze de input van die community helemaal niet heeft teruggezien in de campagne. Hier toont Volt een extreem gebrek aan ervaring: wat is de rol van een partijlid? Wat is de bedoeling van een inhoudelijk overleg tussen leden? Wat is de waarde daarvan? Hoe verplichtend is zoiets? Bij iedere partij weet men het antwoord op dit soort basale vragen, maar bij Volt niet.
Dan staat Sophie in ’t Veld op. Ze was bijna twintig jaar Europarlementariër voor D66 en is tegenwoordig Volt-lid. Ze deelt wat losse observaties en de zaal met zo’n zeventig mensen luistert ademloos. Dit is een vrouw met een enorme staat van dienst, ze weet waar ze het over heeft en is daarom binnen en buiten Volt alom gerespecteerd. In ’t Veld illustreert waar een partij om moet draaien: niet om intern geneuzel hoe je een partij of campagne organiseert, maar om volksvertegenwoordigend werk en daar het verschil mee maken.
Zo denken we terug aan Statenlid Beeloo, die zich eerder deze ochtend genegeerd voelde. Volt heeft tientallen volksvertegenwoordigers met inmiddels een paar jaar ervaring. Ze zouden in elke partij centraal staan, maar niet bij Volt: hier draait alles om consultants en andere hoogopgeleide betweters die denken dat ze altijd gelijk hebben. Ik heb wel een suggestie voor Volt: stuur alle consultants de deur uit, vertel de leden dat hun rol bescheiden is en geef de meest zichtbare en politiek ervaren mensen de ruimte om te redden wat er te redden valt.
Iedereen weet wie dat zijn.
Beeld: lege congreszaal, Denise Filippo spreekt de plenaire zaal toe, Mazdak Soltani bij de inloop van de deelsessie. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.