Gidi Markuszower weet: het tijdperk-Wilders is voorbij

Met de kennis van nu is het logisch, maar niemand zag het aankomen. De PVV is en blijft een gesloten bolwerk en dus komen afsplitsingen onverwacht. De vorige – de overstap van Lilian Helder naar BBB – kwam voor buitenstaanders uit de lucht vallen en dat was deze week bij Gidi Markuszower en zijn zes collega’s niet anders. Alle aandacht voor de weglopers om in de media uit te leggen waarom ze vertrekken, maar eigenlijk bevatten al die verklaringen geen wezenlijk nieuwe informatie: we wisten al hoe de PVV functioneert. Al jaren.
Dat wisten de afsplitsers ook. Wat dat betreft heeft iedereen die Markuszower c.s. hypocrisie verwijt gelijk. Of het nu gaat om verbreding van de PVV, interne democratie, een evaluatie van de mislukte verkiezingen of serieus kijken naar meerderheden in de Tweede Kamer: bij al deze zaken wisten de afsplitsers al hoe Wilders in de wedstrijd zit en het grote publiek ook. Toch is het te makkelijk de afsplitsing af te doen met het argument dat Wilders de verkeerde mensen op de kandidatenlijst heeft gezet.
De werkelijkheid is dat uiterst rechts in Nederland is veranderd, maar dat Wilders dat niet wil zien. Gidi Markuszower en zijn collega’s zien het wel.
Structurele problemen
De emoties over de PVV lopen vaak hoog op en dat maakt een afstandelijke en nuchtere analyse moeilijk. Laten we beginnen bij de constatering dat partijen op de uiterste rechterflank overal in Europa bestaan en dat ze net als in Nederland succes hebben, van Le Pen in Frankrijk tot Vlaams Belang bij de zuiderburen. Er is een groot verschil tussen veel van die partijen en Wilders: het zijn partijen, geen eenmansclubjes. Er wordt serieus gebouwd aan organisaties, iets wat de PVV nooit heeft gedaan. Iedereen op rechts weet dat het wél kan.
De aanstaande gemeenteraadsverkiezingen laten de ellende van de PVV goed zien. De partij doet in zo’n veertig gemeenten mee. Dat is voor een club die twintig jaar bestaat een gotspe. Het lukt Wilders niet om met zijn eenpersoonsorganisatie stabiele lokale fracties te bouwen: ze verdwijnen regelmatig en soms komen er weer nieuwe voor terug. Het hangt allemaal van toeval aan elkaar, niet van organisatievermogen. Het is al jarenlang een doorn in het oog van iedereen die wil dat uiterst rechts een krachtig geluid laat horen.
De PVV wil ook niet echt meedoen. Met het aankomende minderheidskabinet wil de PVV niet onderhandelen en dus geen invloed uitoefenen, Wilders trok de stekker uit het kabinet Schoof en liep ook bij Rutte-1 weg. De PVV heeft zo wel invloed op de publieke opinie, maar niet direct op het beleid. Ook dit frustreert velen die het beleid naar rechts willen trekken. Het is niet zo gek dat René Claassen is weggelopen: in Limburg werkte hij als PVV-fractievoorzitter wel samen met andere partijen. Hij weet dat het anders kan.
Een nieuwe partij
Al ruim tien jaar wordt geprobeerd de dominantie van Wilders te doorbreken: maak een partij waar mensen lid van kunnen worden, die een serieuze organisatie bouwt en beleid verandert, zo is het idee. Dat zou een partij moeten zijn die wat gematigder of constructiever is dan Wilders, om zo coalities mogelijk te maken, compromissen te sluiten en het beleid naar rechts te trekken. Er zijn nogal wat van dit soort partijen geweest, maar het waren allemaal doodgeboren kindjes: Trots op Nederland, Voor Nederland, Democratisch Politiek Keerpunt… de lijst is lang.
Al die partijen mislukten om dezelfde reden: de PVV bestond al. Kiezers kozen massaal Wilders, vaak om voor buitenstaanders onbegrepen redenen. De partij boekt immers weinig tot geen resultaten. Bij de PVV zaten Kamerleden electoraal gezien goed: er was een structurele achterban en dus zekerheid dat je jarenlang in de Tweede Kamer zou kunnen blijven. Of in de gemeenteraad natuurlijk, waar je betrekkelijk weinig last hebt van de gebrekkige landelijke partijstructuur en je grotendeels je eigen gang kan gaan.
Deze situatie heeft zeker vijftien jaar bestaan. Wilders kreeg wel concurrenten, maar ze kwamen door de honkvaste kiezer niet van de grond: zij bleven meestal bij de PVV en als ze een uitstapje maakten – met name naar Forum in 2019 en in mindere mate BBB in 2023 – gingen ze allemaal vroeg of laat weer terug. Wilders heeft nooit hoeven veranderen: de evidente nadelen van zijn partij hebben hem op de lange termijn nooit geschaad. Toch is de wereld langzaam veranderd.
Iets bereiken
Zowel Forum als BBB werden populair bij de Provinciale Statenverkiezingen, maar zakten ook weer in. Daar profiteerde Wilders dan weer van, maar deze partijen zijn niet verdwenen. Ze bleven in een kleinere vorm actief en kiezers hebben langzaam kunnen wennen aan uiterst rechtse geluiden die niet van de PVV komen. Goed nieuws voor Wilders: het heeft de PVV nauwelijks kleiner gemaakt, want er zijn meer kiezers op deze flank dan ooit. Op een subtieler niveau is er wel een probleem.
Enter JA21. Dit is geen geweldige organisatie met lokale afdelingen of een inspirerende leider, maar de partij overleeft wel en stelt zich constructief op. Joost Eerdmans wilde meedoen aan het nieuwe kabinet en wil nu onderhandelen met Rob Jetten. JA21 is helemaal gebaseerd op het idee dat men resultaat wil behalen, een sneer naar zowel Forum als de PVV. BBB doet min of meer hetzelfde: je kunt tegen hun stikstofbeleid zijn, maar ze hebben impact weten te maken en alle maatregelen zeker twee jaar tegen weten te houden.
Dat hebben PVV-Kamerleden ook gezien. De Tweede Kamer is een snoepwinkel met allemaal mogelijkheden om iets te veranderen. Je kunt over elk onderwerp wat zeggen, voorstellen doen en er aandacht voor vragen. Maar PVV-Kamerleden mogen weinig tot niets. Vroeg of laat leidt dat tot frustratie. Het inzicht dat het anders kan dringt zich inmiddels te vaak op: ze hoeven alleen maar naar Joost Eerdmans of Caroline van der Plas te kijken. Voor iemand als René Claassen komen daar de Limburgse ervaringen bovenop.
Uitgewerkte formule
Zo komt alles samen: PVV-Kamerleden hebben veel opgegeven om zich bij Wilders aan te sluiten. Ze komen moeilijk nog aan de bak en raakten vrienden kwijt. Ze hebben er een mooie, goedbetaalde baan voor teruggekregen, maar tegelijk zien ze nu dat de alleenheerschappij van Wilders op rechts voorbij is. Natuurlijk: we weten niet of de PVV de komende jaren een factor in Den Haag blijft, maar de concurrentie – van FvD, JA21 en BBB – was in allerlei varianten nog nooit zo sterk. Daar gaat je baan.
PVV-Kamerleden hebben alle formele mogelijkheden om het beleid te veranderen, maar ze zijn tegelijk met handen en voeten gebonden. Dat gaat vroeg of laat mis, zeker als je concurrenten hebt die wel de handen uit de mouwen steken. Niet zo gek dat Markuszower en zijn collega’s denken: we willen het nu anders, want de oude PVV-formule is uitgewerkt en van de alleenheerschappij van Wilders op de rechterflank is sowieso geen sprake meer. Het is eigenlijk gekker dat Wilders het zelf niet ziet.
De vraag is daarmee: hoe erg vindt hij deze afsplitsing eigenlijk?
Nu doet Wilders boos en praat hij over ‘een zwarte dag’, maar hij kan natuurlijk moeilijk zeggen dat hij blij is. Dan zou hij zijn kiezers in hun gezicht uitlachen. Toch kun je prima beargumenteren dat hij vooral last heeft van een grote PVV-fractie, net als van een serieuze PVV-partij. Als je fractie kleiner is, heb je óók een podium in Den Haag en heb je óók invloed op het publieke debat. Die rol kun je vervullen met een fractie van 37, maar ook met eentje van vijf. Bovendien: die partij van Markuszower is nog lang geen succes.
Beeld: Gidi Markuszower bij Pauw en De Wit. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.