Politici missen kennis en interesse in de bedreigingen van big tech

We zijn de grip op de technologie en sociale media kwijt en dat is een groot probleem. Dat is de boodschap van internet- en technologiegoeroe Marleen Stikker, die deze maandagavond de Den Uyl-lezing verzorgt in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. De zaal is niet alleen uitverkocht, er is zelfs een wachtlijst. Tweede Kamerlid Marjolein Moorman doet de introductie. Deze lezing is bedoeld om progressieve politiek te voorzien van vernieuwende inzichten. Eens zien of dat lukt.
Big tech is een veiligheidsrisico geworden, aldus Stikker: deze bedrijven ondermijnen onze autonomie. Er vindt een permanente cultuurstrijd plaats op sociale media, er worden angst en wantrouwen gevoed en zelfs verkiezingen zijn niet meer veilig. We zijn ontzettend afhankelijk geworden van bedrijven uit de VS en China. Bij data op Amerikaanse servers kan men aan de andere kant van de oceaan meekijken. Met een beetje pech trekt men de stekker eruit.
Dat zijn geen ondenkbeeldige risico’s, want Trump is wispelturig en de band tussen tech bedrijven en de Amerikaanse overheid is stevig. Je ziet dat ook op persoonlijk niveau. Op zich is die band er altijd al geweest, maar deze staat meer dan ooit in de schijnwerpers. De oplossing is volgens Stikker betrekkelijk eenvoudig: de afhankelijkheid van big tech moet worden afgebouwd en in plaats daarvan moeten we gebruik gaan maken van technologie waar we wel vat op hebben.
Grillen van de markt
Stikker ziet een bredere trend: sinds de sociaaldemocratie van de derde weg is het eigenaarschap over publieke infrastructuur steeds meer overgeleverd aan de markt en dus ook aan de grillen daarvan. Daar is de PvdA medeverantwoordelijk voor. In Nederland denken we dan meteen aan Wim Kok, maar Stikker noemt de oud-premier niet. Wel Tony Blair, de Britse variant van Kok, die niet toevallig in de tussentijd lobbyist voor big tech is geworden. Het primaat ligt altijd bij de markt.
We moeten leren onderkennen dat macht en tech samengaan, doceert Stikker. Politici zien big tech als een soort ICT, iets in de uitvoering dat beleidsneutraal is. Maar het moet juist gaan over machtsvragen en dat is een harde, maar ook oude les: er werd dertig jaar al over gesproken. Politici hebben te weinig kennis van dit domein en vinden het ook niet echt interessant. Het aantal oproepen om een minister van digitalisering te krijgen is al heel lang niet meer te tellen.
Hier past een sneer naar de organisator van deze lezing. Dat is nu nog de PvdA, binnenkort de fusiepartij met GroenLinks. Daar heeft men eigenlijk maar één Kamerlid die zich met deze thematiek bezighoudt en die kwam bij de laatste verkiezingen op een onverkiesbare plaats terecht: Barbara Kathmann. Uiteindelijk kwam ze met voorkeursstemmen toch weer in de Tweede Kamer, maar dat is dankzij haar achterban, niet dankzij de partij. Het illustreert heel concreet dat digitalisering een ondergeschoven kindje is.
Het alternatief
De Den Uyl-lezing moet progressieve politiek nieuwe inzichten geven en dus komen we al snel op de vraag hoe het dan wel zou moeten. Stikker houdt er een vertrouwd verhaal over: de gemeenschap moet centraal staan en dus moet er oog zijn voor zaken als maatschappelijke, economische en technologische weerbaarheid. Dat is nadrukkelijk iets anders dan het verdienmodel van de BV Nederland. De vraag is welke waarden worden meegenomen in de technologie, of gewoon in het beleid.
Het gaat volgens Stikker om zaken als creativiteit, gemeenschapszin en nieuwe vormen van bedrijvigheid. Het gaat om de alternatieven voor big tech, zoals open source, waarbij de technologie niet in handen is van één bedrijf. Dan ontstaan er geen machtsconcentraties en wordt er veel meer ruimte gegeven aan de noden van de samenleving. Het levert tevens strategische onafhankelijkheid op. De Amerikaanse regering kan niet meer meekijken in de mails van de topman van De Nederlandsche Bank.
Het probleem laat zich enigszins raden: open source is lang niet altijd een massaproduct. Je kunt eindeloos oproepen doen dat mensen het moeten gaan gebruiken, maar dat helpt niet erg. Een voorbeeld ervan komt in Stikkers verhaal in de marge langs: Mastodon, een microblog die een alternatief biedt voor X, maar dat in de praktijk niet is omdat er maar weinig mensen gebruik van maken. Dat Mastodon moreel superieur is ligt voor de hand, maar daar heeft de massa geen boodschap aan, al werkt de dienst feilloos.
Onbekendheid troef
Stikker denkt dat organisaties zich langzaam bewust worden van de risico’s van big tech en op zoek gaan naar alternatieven. Ze noemt er een heleboel. Ook hier laat het probleem zich raden: deze diensten zijn onbekend en de namen gaan het ene oor in en het andere oor uit. Stikker noemt Proton Mail, vermoedelijk een van de bekendste. Andere namen doen geen belletje rinkelen: Nextcloud? Om nog maar te zwijgen over Stikkers onbegrijpelijke passages over EuroStack, dat kennelijk bezig is met dit soort alternatieven.
Stikker vindt dat we niet zo snel hoeven te handelen als bedrijven in Silicon Valley. Als we meer tijd nemen ontstaat ruimte om na te denken. We moeten ook een laag dieper durven kijken naar het economische model dat achter big tech zit. De gevolgen van kunstmatige intelligentie voor het klimaat bijvoorbeeld. Zo krijgt Stikkers verhaal een heel utopisch karakter. Ze zegt nog net niet dat het kapitalisme moet worden afgeschaft. Dat is maar beter ook, want velen haken hier af.
Stikker wijst de weg naar alternatieven voor big tech en die zijn hard nodig, maar er is nog veel werk aan de winkel. Het goede nieuws is dat Trump de ogen voor deze problematiek opent en zo deze ontwikkeling stimuleert. Toch blijft het praktisch een lastig verhaal, zeker als investeringen uitblijven en de politiek zijn schouders ophaalt. Werk aan de winkel dus voor het nieuwe kabinet. Nu maar hopen dat er eindelijk een minister voor digitalisering komt. Barbara Kathmann kan het niet in haar eentje.
Beeld: Marleen Stikker in De Balie. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.