Hoe de Friese Nationale Partij twee ton over de balk smeet

Een oudere meneer staat in het centrum van Meppel met flyers van de Friese Nationale Partij (FNP). ‘Mag ik u een folder aanbieden?’ vraagt hij aan voorbijgangers. Nou nee dus: de een na de ander loopt door zonder iets te zeggen. Misschien is mijn accent te Fries, zegt de man hardop. Vlak daarvoor is hij samen met andere vrijwilligers toegesproken door FNP-lijsttrekker Aant Jelle Soepboer: het is vooral de bedoeling om met de mensen in gesprek te gaan, horen ze. Dat valt nog niet mee.
Deze scene komt uit ‘Op naar Den Haag’, een documentaire van Omroep Fryslan over de mislukte deelname van de FNP aan de Tweede Kamerverkiezingen. De partij die al decennialang actief is in Friesland wilde dit jaar ook de Tweede Kamer veroveren. Voormalig NSC-Kamerlid Soepboer werd lijsttrekker. Het werd een onvoorstelbare mislukking: van de 70.000 stemmen die nodig waren voor een zetel in de Tweede Kamer, haalde de FNP er 9.331. Hoe kan zoiets?
In dit mooie tijdsdocument leren we dat de FNP vanaf het begin wist dat Friesland te klein is om een zetel te bemachtigen. Daarom ging de partij de rest van het land in, maar daar zat men dan weer niet op de Friezen te wachten. In Woerden zien we vrijwilligers een spandoek ophangen. Meteen volgt de vraag waarom mensen in Woerden op Soepboer zouden moeten stemmen. Er volgt een defensief antwoord: er staan ook mensen uit andere delen van het land op de lijst. Tja.
Een theater
Deze documentaire kijkt terug naar het moment dat de FNP besloot mee te doen. In augustus kwam de partij samen in theater de Koornbeurs in Franeker. Het plan blijkt intern uiterst omstreden. Sommige leden hebben er slapeloze nachten van, willen dat de partij regionaal blijft en denken dat de missie sowieso kansloos is. De tweespalt is overduidelijk bij het besluit van de ledenvergadering: 110 leden zijn tegen, 141 voor. Later zeggen een aantal hun lidmaatschap op.
Details zeggen alles. De Koornbeurs in Franeker gaat komend jaar naar verwachting dicht. De exploitatie is niet meer rond te krijgen, zegt het bestuur. Dit was al bekend toen de FNP hier congresseerde. De buitenstaander ziet direct de relevantie: de FNP vindt dat de regio wordt achtergesteld en dat de taal en cultuur van Friesland moeten worden beschermd. Dan kan een theater in een provinciestad niet verdwijnen. De FNP zet zich hier ook voor in, maar met de Tweede Kamer heeft dit werkelijk niets te maken.
Niet zo gek dat sommige FNP-leden dachten: de energie die we in de Tweede Kamerverkiezingen steken is verkeerd gericht, zelfs als er een Haagse zetel uitrolt. Het theater in Franeker gaat nog steeds dicht, de buslijnen worden nog steeds afgestoten en andere voorzieningen staan ook onder druk, of Soepboer nou in Den Haag zit of niet. De FNP kan beter energie steken in datgene waar de partij goed in is. Dichtbij huis is zat werk te doen.
Waarom toch?
De FNP moest en zou naar Den Haag. Waarom accepteerde de partijtop de morrende leden? Het antwoord blijkt nogal plat: er was geld om campagne te voeren. Een oudere meneer die zijn hele leven voor de Friese zaak heeft gestreden liet de partij zijn vermogen na: acht ton. Hij verbond er geen voorwaarden aan, want hij zag de FNP als een grote familie. Opeens had de FNP geld voor de verkiezingen. Gevolg: twee van de acht ton werd in een paar maanden over de balk gesmeten. Weg familiegevoel.
We horen Soepboer in deze documentaire steeds zeggen dat de campagne historisch is. Dat klopt: iedereen wist de uitkomst al ruim voor de verkiezingen, want geen enkele peiling gaf de FNP een kans. De media-aandacht viel ook tegen: Soepboer werd bijna nergens uitgenodigd. Ondertussen hield het campagneteam zich vast aan het idee dat het stemgedrag nog op het laatste moment kan kantelen. In de documentaire suggereert de campagneleider ondertussen dat ze niet goed weet wat ze moet doen.
Nu zegt Soepboer dat het goed is dat de FNP heeft meegedaan want er is duidelijkheid gekomen. Nou zeg dat wel: de FNP wilde al langer aan de Tweede Kamerverkiezingen meedoen, maar de financiën hielden dat kennelijk altijd tegen. Nu er opeens wel geld was, kreeg het bestuur het hoog in de bol en Aant Jelle Soepboer had ook wel zin in een nieuwe periode in Den Haag. De leden waren tegen of durfden niet tegen het bestuur te zeggen dat het plan volstrekt krankzinnig was.
Je vraagt je af: zou dit allemaal ook zijn gebeurd als men zelf de portemonnee had moeten trekken?
Beeld: FNP-vrijwilligers hangen een spandoek op in Woerden. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.