NSC heeft laten zien hoe instrumenteel partijlidmaatschap tegenwoordig is

Hij is lid geweest van Nieuw Sociaal Contract (NSC), vertelt de man op het station van Driebergen-Zeist. Ik ken hem niet, maar hij kent mij wel. Hij wilde me eigenlijk al een paar weken geleden mailen over NSC, zo zegt hij. Er zou een boek over geschreven moeten worden. Zou ik dat niet kunnen doen? Ik denk er even over na: waarom? De nieuwe Tweede Kamer is benoemd en niemand lijkt NSC te missen. Is dat niet erg veel eer, een boek over een partij die zo snel weer verdween?
De vergelijking met de LPF dringt zich op: een partij die pijlsnel opkwam, heel populair werd en ook weer snel werd opgeheven. Toch is er een groot verschil: na de winst van 26 zetels in 2002 bleef er al snel weinig meer van de LPF over, maar in 2003 kreeg de partij wel een soort tweede kans met een zetel of acht. Tegenwoordig zijn kiezers partijen veel sneller zat. Bij NSC is er na twee jaar niet eens één zetel over. De LPF viel langzaam uit elkaar, bij NSC is er niets om uiteen te vallen.
De man op Driebergen-Zeist zegt iets interessants: er waren ontzettend hoge verwachtingen van Pieter Omtzigt, maar die zijn heel ver weggezakt. Het is maar moeilijk te reconstrueren waarom mensen destijds zo massaal voor NSC gingen. Zo komen we bij het gekste van de partij van Omtzigt: sommige stemmers weten zelf inmiddels ook niet meer wat ze er ooit in aantrok.
NSC in Apeldoorn
Een paar maanden geleden leek het nog zo anders. Bij een lezing van toenmalig NSC-Kamerlid Diederik Boomsma ontmoette ik een vrouw die in het verleden actief was bij het CDA. Wat was ze enthousiast: ze zat inmiddels bij NSC en was van plan met de partij aan de gemeenteraadsverkiezingen mee te doen in Apeldoorn. Is dat wel een goed idee, vroeg ik me meteen af. Ja hoor, er was nog een vrijwilliger van NSC Apeldoorn in de zaal, meldde ze. Er was heus nog wel een achterban voor.
Nou ja, bij nader inzien toch niet helemaal. Hoewel de landelijke partij komend weekend nog vergadert over de deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026, lijkt die in Apeldoorn alweer afgeblazen. De vrouw heeft zich aangesloten bij een lokale partij die in het verleden banden had met BVNL van Wybren van Haga. Niet onaardig bedoeld, maar zou het kunnen dat de inhoudelijke diversiteit bij NSC zo groot was dat de partij sowieso wel schipbreuk moest leiden? Of anders: dat het helemaal niet om de inhoud ging?
Zie hier weer een herhaling van de geschiedenis: bij de LPF kwamen mensen uit alle windrichtingen bij Fortuyn, terwijl ze inhoudelijk weinig met elkaar gemeen hadden. Hoewel iedereen daaruit zou kunnen concluderen dat een partij duidelijke beginselen moet hebben, was die les bij NSC destijds niet doorgedrongen, kwamen mensen van allerlei pluimage uit bij Omtzigt en vond iedereen dat prima, al leidde die diversiteit er ook toe dat mensen weer extra snel de benen konden nemen.
Investeren in NSC
Hoeveel zouden al die leden echt in NSC geïnvesteerd hebben? Er was een tijd dat er zoiets bestond als een maatschappelijk middenveld, waar burgers verenigingen oprichten en daar belangeloos tijd en moeite in staken. Het heeft er alle schijn van dat het bij NSC niet zo ging: ik herinner me bij het eerste ledencongres Lotte Schipper. Ze was eerder actief geweest bij het CDA en klom op tot voorzitter van de jongerenorganisatie. Ze leek een glansrijke politieke carrière tegemoet te gaan.
Maar bij welke partij? Als je een paar jaar eerder had gezegd dat Schipper haar carrière niet bij het CDA zou doorlopen, zou iedereen je voor gek hebben verklaard. In een partij investeer je immers in goede en in slechte tijden: die verwissel je niet als een jas of een trui. Maar dat gebeurde bij NSC nou juist wel: allemaal CDA’ers liepen over zonder duidelijke, inhoudelijke reden. Omtzigt had wel een persoonlijke reden om een partij op te richten, want hij had een conflict met de CDA-leiding. Maar de rest?
Had Lotte Schipper ook ruzie met de CDA-top? Ze was vermoedelijk fan van Omtzigt en zag daar genoeg reden in om naar NSC te gaan. Ze was in goed gezelschap van mensen die hun hele carrière aan het CDA te danken hadden, zoals Eddy van Hijum en Nicolien van Vroonhoven. Hun overstap liet vooral zien dat ze een partijband niet echt serieus nemen en vooral zien als iets wat puur instrumenteel is en dus per definitie tijdelijk. Eigenlijk wist je al: die mensen gaan niet bouwen aan NSC.
Hoe verder?
Een paar maanden geleden bestond NSC twee jaar en maakten Van Hijum en Van Vroonhoven een filmpje over de klinkende resultaten van de partij. Ook hier zien we weer een probleem: de continue neiging om politici te willen afrekenen op tastbare resultaten, terwijl politiek die vaak helemaal niet heeft. Een betere oefening is: doe je ogen dicht en vraag je af wat NSC op hoofdlijnen heeft gepresteerd. Suggestie: moslims duidelijk maken dat hun mening over goed bestuur er sowieso niet toe doet.
Toen NSC startte was het niet duidelijk waarom deze partij moest ontstaan, behalve dat Omtzigt ruzie had. Eigenlijk is dat altijd zo gebleven: geen beginselen en geen organisatie met enthousiaste vrijwilligers. Toch tobt de partij nog steeds met de vraag of men verder moet gaan. Er zijn allemaal sessies in het land geweest en dit weekend is er kennelijk een soort ledenvergadering. Of die openbaar is, is een raadsel. De aankondiging is niet eens publiekelijk gedaan. Op mailtjes reageert men niet.
Vraag aan de NSC-leden die er kennelijk nog een middag aan willen besteden: waarom is stoppen eigenlijk zo lastig? Waarom is NSC nog nodig? Of beter: ooit nodig geweest? Word lid van het CDA en help de partij groter te worden dan ooit tevoren. Het zal sommigen zwaar vallen: accepteer dat de baantjes bij het CDA gaan naar mensen die de partij permanent hebben willen ondersteunen, niet naar mensen die in slechte tijden de benen namen. Want dat is toch wel het enige waarmee NSC de geschiedenisboeken ingaat.
Beeld: Nicolien van Vroonhoven viert twee jaar NSC. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.