Waarom werken Nederlandse partijcongressen niet met afgevaardigden?

Het is vrijdagmiddag. Op het terrein van de Hannover Messe lopen overal mensen met linnen tasjes, truien en jassen van de Groenen, die hier dit weekend congresseert. Het is duidelijk: de Hannover Messe is zo immens groot dat je er makkelijk verdwaalt. Tussen het Oosten en Westen van de Messe zit ruim een kilometer, een soort niemandsland dat nog het meest wegheeft van een industrieterrein, met hier en daar grote hallen geflankeerd door een heleboel parkeerplaatsen. De Jaarbeurs en de RAI zijn er niets bij.
Niet alleen Duitse beursterreinen zijn onvergelijkbaar met de Nederlandse, partijcongressen zijn dat ook. Bij de ingang van de zaal hangt een grote plattegrond: elk bondsland heeft een eigen plek en zo weten we meteen waar de Groenen het grootst zijn: in Baden-Württemberg en Noordrijn-Westfalen, die grote delen van de zaal innemen. In Mecklenburg-Vorpommeren en Saksen stellen de Groenen maar weinig voor. Niet zo gek: in het voormalige Oost-Duitsland is vooral de AfD populair.
In hal zeven van de Messe staan lange rijen tafels opgesteld. Deze zijn ingedeeld op kieskring, zodat iedere afgevaardigde een plek heeft en weet waar hij moet zitten. Om vier uur zit de zaal vol. Het wordt een lange dag: de garderobe sluit pas om elf uur, dus men gaat zeker tot laat in de avond door. Op zaterdag zit iedereen om negen uur in de ochtend weer klaar en zondag vergadert men tot ergens in de middag. Dit congres duurt al met al vier keer zo lang als een in Nederland.
Contrast met Nederland
Het contrast is immens. Of je nu gaat naar VVD, CDA, D66 of GroenLinks-PvdA: congressen lijken vooral op elkaar. Ze gaan ongeveer zo: een dagje naar een congreszaal ergens in het land, de start is zo rond half tien en de borrel begint rond half vijf. Geen vaste zitplekken, gewoon een tribune waar iedereen plaats kan nemen, de hele dag luisteren en klappen, en als je je geroepen voelt naar de interruptiemicrofoon lopen. Soms zijn er nog wat losse deelsessies, soms zijn die er niet.
Bij stemmingen zijn stemkastjes in zwang geraakt. Elk congres is er een proefstemming over een domme of grappig bedoelde vraag, waarna de meningen uit de zaal in percentages op een scherm worden getoverd, tot op twee decimalen achter de komma. Zie hier het belangrijkste uitgangspunt van de meeste partijen: één lid, één stem. Als je naar het congres komt, heb je individueel iets te zeggen: je mag als individu je stem uitbrengen en mag ook het woord voeren over kwesties die op de agenda staan.
Sommige partijen kenden dit systeem altijd al, zoals D66, andere voerden het na de Fortuyn-revolte in, toen het idee bestond dat partijlidmaatschap aantrekkelijker moest worden. Dat kon met individueel stem- en spreekrecht, in tegenstelling tot wat daarvoor vaker voorkwam en wat in Duitsland nog steeds de norm is: congressen draaien om afgevaardigden, niet om individuele leden. Dit is een getrapt systeem van leden-invloed zoals we dat in Nederland nog kennen bij met name SP en SGP.
Besmette werkwijze
Afgevaardigden zijn in Nederland een besmet begrip, alsof leden bij een dergelijk systeem niets te zeggen hebben. Leden van afdelingen sturen vertegenwoordigers naar een congres die daar de mening van de afdeling vertolken en conform die mening stemmen. De kritiek hierop is dat het leden op afstand zet en dat het hun invloed vermindert, want die is in dit systeem immers getrapt. De grote vraag is natuurlijk: is de invloed dan zo groot als leden allemaal individueel hun mening mogen geven?
De kans dat een lid met een individuele bijdrage invloed heeft op de partijkoers is natuurlijk nihil. Een voorbeeld is het congres van GroenLinks-PvdA van afgelopen jaar in Nieuwegein, waar gesproken werd over een wapenboycot tegen Israël. We zagen veel jongeren op het podium die allemaal heel hard begonnen te roepen dat er een genocide in Palestina plaatsvindt en dat Israël daarom moet worden geboycot. Het leverde vooral veel tijd en ruimte op voor individuele leden, geen inhoudelijk gesprek.
De suggestie van de Nederlandse werkwijze is dat individuele meningen ontzettend belangrijk zijn. Dat klopt niet: meningen zijn dat pas als er langer over is nagedacht, als er onderling over is gesproken en als er een zekere consensus is onder een grotere groep dat het relevante opvattingen zijn. Zo nee, dan zijn individuele meningen lucht: losse opmerkingen die worden afgedaan in dertig seconden, waar niet over gepraat wordt en geen enkele vraag over wordt gesteld. Na dertig seconden snel weer door naar de volgende.
Drie minuten
In Hannover komen afgevaardigden niet met losse statements van dertig seconden. Zij bereiden hun speech voor omdat ze die namens een achterban geven en daardoor ook geëvalueerd kunnen worden. Omdat niet iedereen willekeurig naar een microfoon kan lopen om iets te roepen, krijgen ze ook tijd: drie minuten, een ongekende luxe als je de gejaagde Nederlandse congressen kent. Als bonus krijg je mensen uit het hele land te horen, niet alleen de grootste schreeuwers.
De Duitse werkwijze is prima te verklaren: Duitsland is een groot land, dat levert een flinke reistijd op en je moet voor zo’n congres twee hotelovernachtingen boeken. Een dure grap en dus weet je dat heel veel mensen op voorhand niet zullen komen. Als je niet met afgevaardigden werkt, trekt een congres in Hannover vooral mensen uit het midden van Duitsland en zullen leden uit verder gelegen delen van het land massaal wegblijven. Afgevaardigden zijn dan een logische keus.
Zijn ze dat in Nederland niet ook? Meer inhoudelijke bijdragen die echt zijn voorbereid, die door meer dan één persoon worden gesteund, die echt wat tijd op het podium krijgen, in plaats van een eindeloze serie losse statements van dertig seconden waarvan niemand precies weet wat de relevantie ervan is, wie erachter staat en hoe goed doordacht ze zijn. We weten allemaal allang welk systeem beter is, het enige bezwaar is dat gewone leden dan hun ijdelheid niet meer op de massa kunnen botvieren.
Beeld: toespraak bij het congres van de Groenen in Hannover. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.