In het huidige tempo is Volt over tweehonderd jaar nog geen Europese partij

De ‘Europese partij’ Volt groeit als kool. In de provincie Utrecht was Volt tot dusver aanwezig in slechts één gemeenteraad, namelijk die van Utrecht, maar komend jaar wordt dat aantal flink uitgebreid. In Amersfoort, De Bilt, Houten, Soest, Woerden en Zeist staat Volt in maart op het stembiljet. In deze gemeenten doen in totaal 81 kandidaten mee. De komst naar kleinere gemeenten bewijst dat ‘onze beweging leeft en groeit’, aldus Jorijn Scholten, de voorzitter van Volt Utrecht.
De lokale opmars van Volt verloopt prima, al gaat deze elders iets minder snel dan in het midden van het land. Naar verluid doet Volt komend jaar – naast de bestaande tien gemeenten – ook nog mee in Alkmaar, Almere, Breda, Den Haag, Deventer, Doetinchem, Eemsdelta, Gouda, Groningen, Haarlem, Hengelo, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Nijmegen, Rheden, Tilburg en Wageningen. Je zou er bewijs in kunnen zien dat Volt zich ten doel heeft gesteld op termijn overal lokaal aanwezig te zijn.
Europese ambities
Het verlies van één zetel in de Tweede Kamer is natuurlijk een smet op het blazoen, maar verder gaat het prima: Volt is sinds vorig jaar op alle bestuurlijke niveau’s vertegenwoordigd van de gemeente tot en met het Europees Parlement, gaat meedoen in meer gemeenten dan ooit en de ledenaantallen stijgen. Het is niet onrealistisch te denken dat als D66 als regeringspartij tegenvalt, er de volgende Tweede Kamerverkiezingen weer winst voor Volt ontstaat.
Je zou bijna vergeten dat Volt een ‘Europese partij’ is die in alle landen van de EU actief is en zo wil werken aan een vernieuwende Europese politiek. De leek ziet dat misschien niet terug in het nieuws, maar Volt heeft een Europese partijstructuur waar niet het Nederlandse partijbestuur de dienst uitmaakt, maar het Europese bestuur. Er zijn in alle EU-landen afdelingen, waarvan de Nederlandse er maar eentje is. Dit weekend komt de Europese partij voor de ledenvergadering samen in Frankfurt.
Hoe staat Volt er buiten Nederland voor? De vraag is niet of de Nederlandse afdeling een succes is, maar wat de meerwaarde is van de Europese structuur. Veelzeggend is dat veel media de frase ‘Europese partij’ klakkeloos overnemen zonder ooit te kijken wat die in de praktijk inhoudt. Zo wordt vrij massaal de indruk gewekt dat Volt aan een partij aan het bouwen is in Nederland, en tegelijk op min of meer dezelfde manier in alle andere landen van de EU. Want dat is wat een Europese partij doet, toch?
Europese afdelingen
In veel Europese landen heeft Volt een eigen, nationale afdeling opgericht of men is daar nog mee bezig. Er zijn dus organisatorische structuren, maar die hebben vaak maar weinig leden. Een veeg teken: Volt communiceert niet hoeveel leden deze landelijke afdelingen hebben, terwijl men dat in het verleden wel deed. De reden is vermoedelijk dat de helft van de leden Nederlands is en een kwart Duits, of erger. In de meeste EU-landen kunnen er hooguit een paar honderd leden zijn, maar meestal veel minder: tientallen.

Relatief goed controleerbaar is of Volt in de verschillende landen in staat is politici verkozen te krijgen. Alleen in Nederland en Duitsland werden Europarlementariërs verkozen. Nationale parlementariërs alleen in Nederland en Cyprus. Andere landen hebben hooguit lokale politici, maar ook hier is een probleem dat Volt geen serieuze poging doet transparant te maken hoeveel politici er echt actief zijn. Wat wel zeker is: in negentien EU-landen is niemand van Volt verkozen.
In zowel België als Cyprus heeft Volt één raadslid, in Roemenië zeven, verspreid over twee steden. In zowel Griekenland als Portugal wisselen de aantallen die Volt communiceert. Er was er in Portugal jarenlang eentje, later meldde Volt het bestaan van vier en op de website staan er twee. Het raadslid dat jarenlang actief was – in Coïmbra – is van de website af. In Griekenland wisselen de gecommuniceerde aantallen: eerder waren het er vier, nu een. Volt Bulgarije had drie raadsleden, maar die zijn al jaren weg.
Italië en Duitsland
Dan is er nog Italië, qua grootte het derde Volt-land. Dit is een soort duiventil van lokale fracties waar mensen bijkomen en weer vertrekken. Volt heeft er vooral raadsleden in kleine gemeenten of had die. Een vergelijking tussen 2023, 2024 en nu laat zien dat fracties simpelweg verdwenen, zoals in Genua, Mantova, Matera en Villorba. Elders kwamen er weer fracties bij, zoals afgelopen jaren in Brunello en Varese. Slechts de helft van de fracties bleef drie jaar lang bestaan.
Er is geen enkele substantiële groei – of krimp – in Italië te ontdekken. Er zijn nu volgens de website twaalf raadsleden, het waren er eerder hooguit vijf meer. Een oud-Volt-bestuurder laat weten dat er geen structuur is, dat mensen simpelweg niet gebonden zijn aan de organisatie en dat Volt in Italië bij het grote publiek volstrekt onbekend is. Dit is eigenlijk de situatie in de meeste EU-landen. Er zijn maar twee uitzonderingen: Nederland en Duitsland. Al is er op Duitsland ook nog wel wat af te dingen.

Volt is in Duitsland vooral aanwezig in het Westen. Het aantal raadsleden in Oostelijke deelstaten is zeer mager: eentje in Saksen, eentje in Thüringen, eentje in Mecklenburg-Vorpommern, twee in Brandenburg, drie in Saksen-Anhalt. De meeste raadsleden zitten in Baden-Wurttemberg, Beieren, Hamburg, Hessen, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. Er is in deze contreien zeker groei, maar niet zo overtuigend als in Nederland. In Duitsland zoekt Volt geen gemeenten op als Houten, Soest en Woerden.
Wat nu, Nederland?
Is dit een ‘Europese partij’? Er is een Europese partijstructuur, maar het zijn de landelijke afdelingen die in eigen land aan de partij bouwen. In de meeste Europese landen valt er simpelweg niks te bouwen, door een gebrek aan bekendheid, mensen en middelen. Nederland en Duitsland zijn de enige uitzonderingen, met ons land met stip op één. Je kunt het Nederlandse bestuur geen gebrek aan daadkracht verwijten: de uitbouw wordt voortvarend ter hand genomen, zelfs in gemeenten waar men nooit op Volt had gerekend.
Volt kan eindeloos praten over een ‘Europese partij’, maar deze is in de praktijk in vrijwel alle opzichten Nederlands-Duits. Dat is al vanaf het begin zo. De Europese standpunten representeren die oorsprong en maken een doorbraak in andere landen onwaarschijnlijk. Daar mist bovendien de organisatorische basis om levensvatbare afdelingen op te richten. In het huidige tempo is er over tweehonderd jaar nog steeds geen Europese partij, want groei is er buiten Nederland en Duitsland nergens.
Natuurlijk weet Volt dat zelf ook best, al geeft men dat publiekelijk niet toe. De kreet ‘Europese partij’ verkoopt immers prima. De vraag dit weekend in Frankfurt is of Volt in staat is het tij nog te keren: een steeds schevere, Nederlands-Duitse partij die alleen maar verder van het oorspronkelijke, Europese doel af komt te staan. Heeft men daar eigenlijk wel een oplossing voor? Bestaat die? En zo ja: is Volt in staat die werkelijkheid te laten worden? Er is reden voor scepsis.
Beeld: Volt-posters in Lissabon, Haarlem en Berlijn. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.