Voor een gebalanceerde evaluatie van premier Schoof is het te vroeg

Dick Schoof is een hele knappe man. Dat is tenminste het oordeel van talloze vrouwen die hem hebben ontmoet, zo lezen we in het portret van de demissionaire premier dat deze week verscheen. Voor hun boek Dick Schoof spraken NRC-journalisten Lamyae Aharouay en Petra de Koning zo’n vijftig mensen en tekenden ze Schoofs persoonlijke, ambtelijke en politieke geschiedenis op. Hoe relevant het is dat vrouwen Schoof knap vinden wordt niet duidelijk, maar het komt meerdere keren in de tekst terug.
Dit boek is interessant omdat we Schoof na een kleine anderhalf jaar premierschap nog steeds slecht kennen. In dit boek leren we dat hij in een woongroep heeft gewoond, waar de verhoudingen al snel verzuurden en Schoof gevraagd werd te vertrekken. We leren ook over de begindagen van Schoofs carrière, die toen niet bepaald wilde vlotten. Het geeft ambitieuze schoolverlaters die geen baan kunnen vinden ongetwijfeld hoop op betere tijden. Je kunt nog steeds premier worden.
Als ambtenaar was Schoof zeer ambitieus, zo lezen we. Hij doorliep de ene na de andere functie en werd uiteindelijk de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Bewindspersonen konden op hem bouwen, bijvoorbeeld bij de invoering van de nationale politie en de afwikkeling van de aanslag op de MH17. Collega’s roemden zijn kennis, handigheid en analytisch inzicht. Opeens denk je: het was helemaal niet gek dat hij in beeld kwam als premierskandidaat.
Niets was goed
Zo komen we bij de enige echte primeur uit dit boek: Schoof was de achtste keus. Mensen met meer politieke ervaring zoals oud-staatssecretaris en partijvoorzitter Marnix van Rij (CDA) werden ook gevraagd, maar zij wisten niet hoe snel ze nee moesten zeggen. Je zou kunnen denken dat het juist Schoofs gebrek aan politieke ervaring was dat maakte dat hij – altijd ambitieus – er ja tegen zei. Helaas is hij zelf opvallend stil over zijn motieven.
Dit boek bevat een potpourri van allerlei gebeurtenissen tijdens Schoofs regeerperiode en die kunnen we gemakkelijk samenvatten: hij deed het allemaal verkeerd. Klaas Dijkhoff (VVD) werd ingevlogen om hem communicatieadvies te geven en dat had maar weinig zin. Op camera bleek Schoof een ramp, hij stond met zijn vuist voor zijn kruis op de foto en gaf op vragen de verkeerde antwoorden. De negatieve ondertoon is wellicht niet zo bedoeld, maar toch wat eenzijdig: Schoof heeft nooit echt in zijn rol kunnen groeien.
Dat komt nog meer naar voren bij de vraag of Schoof het kabinet in technische zin goed heeft geleid. In dit boek is het antwoord heel duidelijk nee, een conclusie die iedere leek inmiddels ook allang heeft kunnen trekken. Ook dat is eenzijdig: uit alles blijkt dat met Wilders niet te werken viel en dat ook de andere fractieleiders elkaar niets gunden, laat staan dat ze Schoof de ruimte gaven om zelf aan een eigen agenda te werken. Hij bleef de ambtenaar die deed wat zijn politieke bazen wilden.
Waarom mislukt?
Wiens schuld is het dat het kabinet-Schoof mislukte? Misschien heeft Schoof het allemaal niet zo goed begrepen. Hij had ook vanaf de eerste dag met zijn vuist op tafel kunnen slaan en een onafhankelijke koers kunnen varen zonder telkens te luisteren naar de vier fractieleiders. Makkelijker gezegd dan gedaan, want met een extraparlementair kabinet was niet of nauwelijks ervaring en na de eerste persconferentie hing Wilders al aan de telefoon om Schoof alle hoeken van de kamer te laten zien.
Dit boek is een overzicht van hoe het Schoof verging en dat is zeker informatief, maar het is geen afgewogen analyse van wat Schoof realistisch gezien kon bereiken in zijn rol, in een setting waarin fractieleiders alleen maar voor zichzelf gingen en sommige ministers ook. Misschien had een steviger optreden van de minister-president het verschil kunnen maken, maar je kunt je ook afvragen of dat niet tot een snellere val van het kabinet had geleid. Schoof hield daar zelf rekening mee, zo lezen we.
Waar Schoof politiek gezien staat, weten we nog steeds niet. Hij was als ambtenaar onuitgesproken en deed niets met zijn jarenlange PvdA-lidmaatschap. Je zou kunnen denken: Schoof is een typische representant van wat je ‘de tussenruimte’ zou kunnen noemen. Hij staat tussen traditionele bestuurspartijen en populisten in, met het idee dat populisten misschien geen ideale regeerpartners zijn, maar dat hun kiezers binnen bepaalde grenzen wel bediend moeten worden, omdat hun stemkeuze niet uit de lucht komt vallen.
Die missie – of was het een andere? – komt helemaal niet aan bod. Schoof zegt er zelf niets over en zo verdwijnt uit beeld waarom hij het nou eigenlijk deed. Toch maar wachten op zijn memoires dan.
Beeld: omslag Dick Schoof (bewerkt).
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.