Hoe een partijfusie leidt tot interne gerichtheid

Hoe moet de linkse samenwerking er in Europa uitzien? Deze vraag is het onderwerp van een ledengesprek van GroenLinks-PvdA, donderdagavond in café Rootz in Den Haag. Een organisator meldt dat honderd mensen zich hebben ingeschreven en volgens de website zit de zaal vol. In de praktijk blijven zeker dertig stoelen leeg. De reden daarvoor laat zich raden: hoewel de vraag tamelijk eenvoudig klinkt, betreft dit een bureaucratisch probleem dat voor vrijwel niemand interessant is.
GroenLinks en PvdA gaan fuseren en dat levert in Europa een heel specifiek dilemma op. Beide partijen zijn al decennialang onderdeel van verschillende fracties in het Europees Parlement en lid van verschillende Europese partijen. Hoe moet dat als er straks één fusiepartij is? Deze avond is een poging om met leden te praten over dit vraagstuk, maar al snel blijkt het daar helemaal niet geschikt voor. De leden weten niet wat ze ermee aan moeten en dat is eigenlijk helemaal niet zo gek.
Goed uitleggen
Het grootste probleem is hoe dit vraagstuk überhaupt goed uitgelegd kan worden zodat niet-intimi begrijpen waar het over gaat. Laten we beginnen bij de vaststelling dat nationale partijen als GroenLinks en PvdA lid zijn van Europese koepelpartijen. Dit zijn geen organisaties van individuele burgers, maar verenigingen van nationale partijen. Veel sociaaldemocratische partijen in Europa zijn lid van koepelpartij PES, veel groene partijen van de Groenen (EGP).
Sociaaldemocratische partijen uit allerlei landen kunnen zich bij de PES aansluiten. Europese partijen als de PES hebben tevens een eigen fractie in het Europees Parlement. De PvdA is als partij lid van de PES, de Nederlandse Europarlementariërs van de PvdA zijn onderdeel van de bijbehorende fractie in het Europees Parlement. Om het nog onbegrijpelijker te maken heet die fractie S&D en geen PES. Bij de Groenen heet de fractie Greens/EFA, wat gelukkig weer wordt afgekort tot de Groenen.

Resumerend: GroenLinks zit bij de Groenen en de PvdA bij de PES. Dat is geen punt, want het gaat om twee partijen die allebei hun eigen affiliatie hebben. Komend jaar houden GroenLinks en PvdA echter op te bestaan om op te gaan in een nieuwe partij. Waar wordt die partij dan lid van? Zo komen we tot de kern: een nationale partij kan geen lid zijn van twee Europese partijen. Het wordt deze avond in Den Haag niet meer zoveel woorden gezegd, maar Europese subsidieregels verbieden dit.
Ergo: GroenLinks en PvdA moeten kiezen of ze bij de PES of bij de Groenen gaan zitten. Tot dusver was deze keuze niet nodig omdat er formeel nog steeds twee nationale partijorganisaties zijn. De voorgenomen fusie leverde slechts de gekke situatie op dat de twee partijen met één kandidatenlijst meededen aan de Europese verkiezingen, waarna een deel van de gekozen Europarlementariërs zich aansloot bij S&D en een deel bij Greens/EFA. Begrijpt u het nog?
Raar probleem
We horen deze donderdagavond waarom er zo moeilijk wordt gedaan: GroenLinks en PvdA zijn beide oprichter van hun eigen Europese koepelpartij en zijn daar dus innig mee verbonden. Er spelen enorme emoties als de PvdA de PES verlaat of GroenLinks de Groenen. Men wil de netwerken in stand houden, maar er moet toch een keuze worden gemaakt. Dan kunnen later alle Europarlementariërs van GroenLinks-PvdA ook naar één fractie in het Europees Parlement. Maar niemand weet wat de meest logische keuze is.
Zo heeft de fusie een bureaucratisch probleem opgeleverd dat zich niet goed laat oplossen en sowieso een breuk zal betekenen met het verleden. Tegelijk vraag je je af wie hier nu eigenlijk last van heeft: geen kiezer heeft ooit van de PES of de Groenen gehoord en het zal bij de Europese verkiezingen de gemiddelde kiezer ook worst wezen in welke Europese fractie een Europarlementariër plaatsneemt. Geen kiezer die dit een boeiend debat vindt, dat vinden alleen partijbobo’s zelf.
Intern is men er maar druk mee. Alle mogelijkheden worden momenteel uitgeplozen, zo horen we partijbestuurders zeggen. De leden mogen donderdagavond meedenken maar ze hebben eigenlijk ook geen idee. Zij kunnen het zelfs niet eens worden of de knoop op korte termijn moet worden doorgehakt of dat de beslissing zoveel mogelijk op de lange baan moet worden geschoven.
Zie hier een excellent voorbeeld hoe een partijfusie leidt tot interne gerichtheid, in plaats van een blik naar buiten. Een partijbestuurder verzucht dat de discussie al twee jaar duurt. Een aanwezige fluistert dat de gemoederen de komende tijd nog weleens hoog op kunnen gaan lopen. Dat zou natuurlijk zinloos zijn, maar dat zal de partijbobo’s er waarschijnlijk niet van weerhouden.
Beeld: bord in café Rootz, ledengesprek van GroenLinks-PvdA. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.