Luister naar de Correspondent, anders bent u medeplichtig aan fascisme

Onlangs verscheen Dit is Fascisme van Rosan Smits, de adjunct-hoofdredacteur van De Correspondent. Het boek ligt in dikke stapels in de boekwinkels en gaat kennelijk in hoog tempo over de toonbank. Smits heeft het dan ook over een belangrijk thema: de terugkeer van het fascisme, wat zij in dit boek onder meer koppelt aan de herverkiezing van Donald Trump en de populariteit van Geert Wilders. Interessante materie, maar over dit boek kun je wat twijfels hebben.
Smits denkt dat het fascisme terug is in een nieuwe vorm: het gaat niet meer om hakenkruizen en nazi-vlaggen, maar om MAGA-petten, extreemrechtse memes op internet en Capitoolbestormers. Trump is in zijn tweede termijn in hoog tempo een fascistisch regime aan het bouwen. Smits suggereert dat mensen moeite hebben dit gevaar te zien. Het label fascisme is voor velen alleen verbonden met de Tweede Wereldoorlog en daarom denken mensen dat het niet past bij de ontwikkelingen van nu.
Smits ziet in allerlei landen een patroon: propaganda, zondebokpolitiek en radicalisering leiden tot een punt dat geweld een logische optie wordt. In meerdere gevestigde democratieën zie je dit proces: het gebeurt in kleine stapjes, waarbij het mandaat van het volk en de kracht van taal worden gebruikt om de democratie te ondermijnen. Smits denkt dat als we dit proces benoemen, er houvast ontstaat en duidelijker in beeld komt wat ertegen te doen is.
Fascisme definiëren
Vooropgesteld: er is onmiskenbaar iets aan de hand. Er zijn leiders die uit lijken te zijn op alleenheerschappij en met steun van de massa de democratische rechtsstaat van binnenuit uithollen. In dit boek zit een rare paradox: aan de ene kant moet fascisme worden benoemd om het te kunnen herkennen en de democratie ertegen te kunnen beschermen, aan de andere kant manifesteert fascisme zich op allerlei manieren en is het daardoor niet altijd goed herkenbaar.
Smits noemt allerlei kenmerken om fascisme te kunnen herkennen zoals ultranationalisme, het recht van de sterkste, het mobiliseren van burgers tegen een vermeende vijand en het inspelen op maatschappelijke onvrede. De brandstof van fascisme bestaat uit emoties zoals woede, wraak of onzekerheid. Er is volgens Smits echter geen strakke definitie te geven. Dat doet natuurlijk direct afbreuk aan het idee dat we fascisme moeten leren herkennen. Hoe dan?
In dit boek gaat het over drie plekken waar het fascisme zich tegenwoordig manifesteert: het Amerika van Donald Trump, rechts-extreme partijen in Europa en het Nederland van Geert Wilders. Je moet fascisme herkennen en erkennen, anders werk je eraan mee de stroming salonfähig te maken en word je vanzelf medeplichtig, zo stelt Smits. Het is gevaarlijk de opkomst van het fascisme te ontkennen. Dit is namelijk een typisch onderdeel van het fenomeen.
Falsificatie
Dit boek zit op het oog goed in elkaar: het is goed geschreven, er worden ontzettend veel voorbeelden gegeven en er is veel tijd in de research gestoken. Het gaat over ernstige politieke ontwikkelingen die je op zichzelf niet kunt betwisten, maar toch bekruipt je al snel het gevoel dat iets aan de argumentatie niet deugt. Dit boek haalt alle nuances uit de discussie over politiek extremisme, alsof je de hele wereld maar vanuit één perspectief – fascisme – kunt verklaren.
Elke sociale wetenschapper weet dat dit onzin is: er zijn altijd rafelranden, onzekerheden, tegenstrijdigheden, contexten en ga zo maar door, maar Smits laat ze allemaal weg alsof er maar één verklaring is voor wat we in het hele Westen zien. Daar komt nog een belangrijk punt bij: als je de door haar gesignaleerde terugkeer van het fascisme bekritiseert of ontkent, zegt Smits dat je onderdeel bent van het probleem omdat bij fascisme altijd wordt ontkend dat er sprake van is.
Anders gezegd: je mag zeggen dat de theorie in dit boek klopt en als je zegt van niet, illustreer je de theorie en klopt die alsnog. Deze stellingname is niet te falsifiëren en daarmee onwetenschappelijk. Als je daar dan bij bedenkt dat fascisme geen strakke definitie kent, kan men hier vanalles en nog wat onder scharen en vervolgens tegen alle critici zeggen dat ze blind zijn voor deze trend en dus medeplichtig.
Zo werkt wetenschap niet, hoeveel wetenschappers er in dit boek ook worden geciteerd.
Labels geven
Dit boek levert nog een vraag op: hoeveel zin heeft het allerlei politieke standpunten en acties onder de noemer fascisme te laten vallen? Wat is de waarde van dit soort labels? Mijn antwoord: labels zijn alleen zinvol als ze een breed gedeelde betekenis hebben.
Noem een label over uiterst rechts en er is discussie over. Vroeger was het duidelijk: de Centrumdemocraten van Hans Janmaat was een extreemrechtse partij. Sindsdien weet niemand het meer. Is de PVV extreemrechts? Dat hangt van je definitie af. Als je vindt dat het gebruik van geweld onderdeel is van extreemrechts, valt de PVV erbuiten. Wilders kent geen geweldstraditie. Daarom is inmiddels de term ‘radicaal rechts’ bedacht: een label waarvan nog minder mensen begrijpen wat het betekent.
Zomaar een idee: als mensen dit soort labels massaal niet begrijpen, ze relativeren of ze spraakverwarring opleveren, moet je op zoek naar een taal die mensen wel begrijpen. Voorbeeld: op de uiterste rechterflank bestaat vaak het idee dat Nederlanders die hier zijn geboren meer rechten hebben dan Nederlanders met een migratieachtergrond. Je kunt prima uitleggen dat dit een feitelijk onjuist, onrechtstatelijk en discriminatoir idee is. Er bestaat maar één soort Nederlander: die met een paspoort. Punt.
Ingewikkelde terminologie is in dit soort gevallen helemaal niet nodig. Je kunt voor ieder onrechtstatelijk standpunt of elke verkeerde politieke actie gewoon uitleggen wat er mis mee is, zonder semi-ideologische labels te plakken die door de halve samenleving niet worden begrepen. Het zou het gesprek over politiek extremisme toegankelijk maken voor iedereen en het begrip over de grenzen van de rechtsstaat sterk vergroten. Die labels komen dan later nog weleens.
Diversiteit
En dan is er nog een ander probleem met Smits’ analyse: zijn alle fascisten – of hoe we ze ook noemen – hetzelfde? Smits veegt iedereen op één hoop. Is dat terecht? Er komen wat Europese partijen op de uiterste rechterflank aan bod alsof ze hetzelfde zijn, maar dat zijn ze niet: Alternative für Deutschland heeft bijvoorbeeld extremere standpunten dan Wilders. Vraag aan Smits: moeten we hier onderscheid in maken? In haar boek gebeurt dat niet, terwijl de ene fascist gevaarlijker is dan de andere.
Juist in de Nederlandse context is dit probleem pregnant. We hebben minstens drie uiterst rechtse partijen in de nieuwe Tweede Kamer: PVV, Forum en JA21. Smits heeft het alleen over de PVV. Mooie manier om de vraag over onderlinge verschillen te ontwijken. Wilders blinkt niet uit in respect voor democratische tradities, maar hij roept niet op tot tribunalen zoals FvD. Baudet is dus erger. JA21 heeft eind 2020 juist expliciet afstand genomen van het extremisme van Forum. Zijn ze toch even erg? Dat lijkt me niet.
Zomaar een idee: ik word liever door Joost Eerdmans bestuurd dan door Thierry Baudet en ik weet zeker dat de hele redactie van De Correspondent dat met mij eens is. Waarom gooit dit boek al deze mensen dan op één hoop? Met veel mensen van JA21 valt een normaal gesprek te voeren en met die van Forum niet. Als je zulke nuances niet wilt zien, mis je concrete kansen om de meest gematigden op deze flank de goede kant uit te trekken. Het is een kans die ik niet zou laten schieten.
Beeld: boek van Rosan Smits. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.