Zouden Zeeuwen en Limburgers warmlopen voor een partij uit Friesland?

De Friese Nationale Partij (FNP) wil meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Deze regionale partij is al decennialang actief in de Friese Provinciale Staten, het waterschap en meerdere gemeenten. Nu wil men de overstap maken naar Den Haag. De reden? In de Tweede Kamer zou te weinig oog zijn voor Friese belangen. Dan helpt het om in het parlement te zitten. Deze ambitie kreeg onlangs al wat publiciteit: Kamerlid Aant Jelle Soepboer vertrok bij NSC om FNP-lijsttrekker te worden.
In het buitenland zijn regionale partijen een bekend fenomeen, van een partij voor Catalanen in Spanje tot eentje voor Schotten in het Verenigd Koninkrijk. De FNP overweegt al jaren mee te doen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer, maar het kwam er nooit van. Er waren eindeloze plannen en discussies, maar men zag er altijd weer vanaf. Zaterdag is het dan zover: voor het eerst besluit de partij echt mee te doen. Dat gebeurt op de algemene ledenvergadering in de Koornbeurs in Franeker.
Al snel wordt duidelijk waarom de FNP zo lang heeft getreuzeld om het landelijke podium op te zoeken: een zetel winnen wordt ontzettend lastig. Daarvoor zijn zo’n 70.000 stemmen nodig. De FNP haalde bij verkiezingen in Friesland nooit meer dan de helft. Er doemen drie grote problemen op.
1. Andere regio’s
De FNP weet heel goed dat de Friese basis te smal is voor een Kamerzetel. Daarom is de nationale focus anders dan die in Friesland. De FNP staat nu opeens voor de ‘Federatieve Nederlandse Plattelandspartij’ die zich inzet voor alle regio’s die door Den Haag worden genegeerd. De problemen van Friesland zijn hetzelfde als die van Limburg, Zeeland, Twente en andere plekken in het land, zo is het idee. Klinkt kansrijk: BBB heeft hier weleens de verkiezingen mee gewonnen en heeft een electoraal gat achtergelaten.

Probleem: er zijn allerlei andere regionale partijen in het land, maar ze steunen de FNP niet. Dat ligt voor de hand: er is al een samenwerkingsverband van regionale partijen onder de naam OPNL, die een zetel in de Eerste Kamer heeft. Er is al eens over samenwerking voor de Tweede Kamerverkiezingen gesproken. Daar kwam men door inhoudelijke meningsverschillen niet uit. Nu heeft de FNP de handschoen in zijn eentje opgepakt, in de hoop dat anderen de partij gaan steunen. Dat doen ze vooralsnog niet.
Het grootste probleem laat zich raden: de FNP is ontzettend Fries. Dat zit niet alleen in het logo. De ledenvergadering is de hele dag in de regionale taal. Dat moet, want het behoud van het Fries is een belangrijk speerpunt. Zo is er welgeteld één mevrouw die heel even Nederlands spreekt. Niemand lijkt zich te realiseren dat de regionale taal iedereen buiten Friesland uitsluit. Het heeft in ieder geval geen enthousiasmerende werking.
2. De leden
Er zijn meer problemen. De FNP zocht de laatste weken de publiciteit met de nieuwe lijsttrekker, er kwam een campagnefilmpje, er is een verkiezingsprogramma en een heuse kandidatenlijst met vijftig namen. Het heeft er alle schijn van dat het partijbestuur aannam dat de leden sowieso wel met de deelname zouden instemmen. In Franeker houdt het enthousiasme niet over: de leden klagen dat ze niet zijn betrokken bij het proces en hebben het gevoel dat ze moeten tekenen bij het kruisje.
We luisteren naar tientallen insprekers en de meeste zijn kritisch. De meest fundamentele kritiek is dat het plan helemaal niet past bij de statuten en de grondslag van de FNP. De partij is opgericht om de Friese belangen te dienen. In de nieuwe visie behartigt de FNP echter ook de belangen van andere regio’s, omdat die dezelfde soort problemen zouden hebben. Als je dat echt meent, moeten de statuten worden aangepast, aldus een van de insprekers. Daar is niet eens over nagedacht.

In alle voortvarendheid heeft de partij een verkiezingsprogramma geschreven, maar daarin ontbreken nogal wat onderwerpen. De FNP wil zich richten op typische thema’s uit de regio. Maar hoe stemt FNP dan bij Gaza of Oekraïne? Geen idee en dat is een probleem: in Friesland is de FNP een mix van allerlei politieke stromingen die zich verenigen rond de Friese identiteit. Links en rechts werken samen, maar in Den Haag heeft Soepboer een verleden bij het conservatieve NSC. Dat is niet de kleur van de FNP. Dat wringt.
Het FNP-bestuur had de weerstand overduidelijk niet verwacht. De stemming is spannend: nog geen zestig procent stemt voor. De aanwezigen relativeren de verdeeldheid: in deze partij praten mensen met elkaar, ondanks meningsverschillen. Niet iedereen is het weliswaar eens met de verkiezingsdeelname, maar men zal zich toch achter dat besluit scharen. Toch vraag je je af of kritische leden straks enthousiast gaan flyeren om Soepboer in de Kamer te krijgen.
3. De media
En dan zijn er nog de media. De vraag is hoeveel media de moeite hebben genomen om voor deze historische beslissing naar Franeker te komen. Het houdt niet over: er is een journalist van De Volkskrant en verder zijn Omroep Fryslan en De Leeuwarder Courant er. Nu zijn die laatste twee voor de Friese doelgroep natuurlijk essentieel, maar de vraag blijft of Zeeuwen, Twentenaren en Limburgers op deze manier zullen ontdekken dat de FNP bestaat. De vraag stellen is hem beantwoorden.
Afgelopen maandag was de presentatie van het verkiezingsprogramma van het CDA. Ik was toen al van plan dit weekend naar de FNP te gaan. Ik vroeg aan wat parlementair journalisten of zij zaterdag ook naar Franeker zouden komen. Geenszins een rare vraag, want zij lopen altijd congressen af. De ene na de andere journalist antwoordde echter met de wedervraag wat er zaterdag in Franeker te doen is. Alleen een journalist van persbureau ANP wist meteen waar ik het over had.

Ook het ANP ging niet, want als de FNP zou besluiten mee te doen aan de Tweede Kamerverkiezingen, kwam daar ook wel een persbericht van. Om dit nieuws ‘te hebben’ hoeft het persbureau niet naar Franeker. Andere journalisten begonnen uit te leggen dat er tegenwoordig zoveel partijen zijn dat je wel moet selecteren. Er waren zaterdag ook bijeenkomsten van BBB en Volt. Ze hebben gelijk: journalisten moeten keuzes maken en helaas: daar hebben gevestigde, grote partijen voordeel van.
Een partij die journalisten laat opdraven in een slecht bereikbare provinciestad voor een congres in een taal die ze niet spreken, maakt zichzelf niet populair. Natuurlijk is dit de perfecte illustratie van het belangrijkste standpunt van de FNP, namelijk de desinteresse in de regio, maar daarmee heb je de verkiezingen nog lang niet gewonnen.
Beeld: FNP-kubus, FNP-scherm, zaal in de Koornbeurs, FNP-leus. Foto’s: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.