Partijen van niks (3): Ook leden verdedigen het gebrek aan interne democratie

Dit is het derde deel van een serie over nieuwe partijen. Lees de hele serie hier.
De manier waarop politieke partijen zijn opgezet haalt nauwelijks de krantenkolommen. In 2017 kwam FvD in de Tweede Kamer en twee jaar later was de partij de grootste van het land. Deze zin suggereert dat er sprake was van iets wat we ‘een partij’ zouden kunnen noemen. De werkelijkheid kon er niet verder vanaf staan: een viertal mannen, waaronder politiek leider Thierry Baudet, bedacht de partijstrategie. Dat gebeurde in de partij-Jaguar als het viertal dagelijks van Amsterdam naar de Tweede Kamer reed.
Tot op de dag van vandaag lijkt Forum een partij: er zijn tienduizenden leden en al vanaf het begin zijn er jaarlijks congressen waar een paar duizend mensen in de zaal zitten. Eind 2019 heeft de partij het grootste congres in haar bestaan in Barneveld, waar men er een heuse show van maakt met onder andere Robert Jensen en de Amerikaanse ambassadeur. Partijkopstukken houden speeches en er worden nieuwe gezichten gelanceerd. Eva Vlaardingerbroek is snel weg bij FvD, maar haar carrière begint daar.
Transparantie is er op dit congres echter niet: er is een ochtendvergadering die niet openbaar is en waar de pers wordt geweerd. Dat is een patroon bij nieuwe, opkomende partijen: hoe de besluitvorming verloopt is een raadsel. Bij NSC zijn er in de beginjaren wel congressen, maar er is statutair bepaald dat leden de eerste anderhalf jaar geen invloed hebben. Bij JA21 gebeurt iets soortgelijks. Congressen van BBB en BVNL zijn sowieso niet openbaar. Transparante besluitvorming is ongewenst.
Carte blanche
Het idyllische idee van een politieke partij is anders: een vereniging met duizenden leden die gezamenlijk over de koers, de inhoud, de personele invulling en de organisatie beslissen. Zo gaat dat bij nieuwe partijen dus niet: de leden komen wel bij elkaar, maar de statuten zijn zo opgesteld dat ze niet of nauwelijks invloed hebben op de koers. Bij FvD kunnen leden alleen met extreem grote meerderheden bestuursleden wegstemmen. Dit is vrijwel onmogelijk en zo heeft het bestuur in de praktijk carte blanche.
Dit kan niet anders, hoor je partijbestuurders zeggen. Als een partij wordt opgericht, is er per definitie geen sprake van leden, maar alleen van een klein clubje initiatiefnemers. Het idyllische beeld van een massapartij is in deze fase sowieso niet van toepassing. Dat klopt, maar de vraag is of partijen überhaupt naar een situatie willen waarin leden macht krijgen. Partijen die heel kort bestaan, zoals NSC, komen eigenlijk nooit aan een volwaardige ledendemocratie toe, want dan zijn ze alweer over hun hoogtepunt heen.
Ledendemocratie wordt vooral gezien als een risico: je weet niet precies wie zich aanmelden en dus is het de vraag wie de macht heeft als leden besluiten kunnen nemen. De LPF is hier het schrikbeeld: leden waren er continu met elkaar in conflict, hetgeen de partij verlamde. De oplossing: geen leden, zoals bij de PVV, of leden die niets, weinig of pas op den duur iets te zeggen hebben. Zo kun je voorkomen dat de nieuwe partij ‘door de leden wordt overgenomen’ en een andere koers gaat varen dan de leiding wil.
Applausmachines
Nieuwe partijen zijn op deze manier geen ledenverenigingen, maar organisaties met donateurs waar een klein team de lijnen uitzet. De leden mogen suggesties doen, vooral om te suggereren dat er democratie is of dat die democratie er nog gaat komen. Een beslissende stem hebben ze niet. Bij grote meningsverschillen over waar het met de partij naartoe moet – bijvoorbeeld of NSC met de PVV moet regeren – staan de leden met lege handen. Ze kunnen hooguit een e-mail sturen. Antwoord krijgen ze niet.
Congressen worden applausmachines, want nieuwbakken leden willen de sfeer niet verpesten en hen is voor de toekomst beter beloofd. Zeker als de peilingen goed zijn, wil men niet lastig doen. Als bestuurders het spel slim spelen, voeren ze publiekelijk wat ledensuggesties uit om te laten zien dat eventuele critici van het bestuursmodel verkeerd zitten: ‘het gaat heus wel democratisch.’ Beslissingen ‘bij acclamatie’ zijn een terugkerend fenomeen: de makkelijkste manier om meningsverschillen te verbloemen.
Leden hebben nog om een andere reden niets te zeggen. Soms zijn er wel procedures waarmee zij invloed kunnen uitoefenen via moties en amendementen, maar dan hebben ze een bepaald aantal ondertekenaars nodig. Dat is echter geen gemakkelijke route, omdat er nauwelijks bijeenkomsten zijn, geen werkgroepen, geen afdelingen en geen interne discussiefora. Leden kunnen elkaar lastig vinden en dus maar moeilijk handtekeningen verzamelen. Zo leggen ze alsnog geen gewicht in de schaal.
Interne structuren
Deze partijen socialiseren hun leden dusdanig dat ook zij deze werkwijze gaan goedpraten. Ze zijn lid geworden omdat ze fan zijn van de leider of de standpunten hen aanspraken. Ze hebben daar geen invloed op, maar dat is niet erg, want ze zijn juist naar de partij gekomen omdat ze het ermee eens zijn. Mocht dat veranderen, kunnen ze hun lidmaatschap altijd weer opzeggen. Dit verklaart op zichzelf dat er steeds nieuwe partijen komen: bij een meningsverschil ga je weg in plaats van dat je een intern debat voert.
Vroeg of laat ontdekken leden dat ze weinig of niets te zeggen hebben. Dan is het te laat: dan is de koers al de verkeerde kant opgegaan. Het enige wat men dan nog kan doen is vertrekken. Leden kunnen zelfs dan volhouden dat het geen probleem is dat ze niets te zeggen hebben: de partij voldoet niet meer en dus gaan ze weg. Het idee dat partijen altijd een compromis zijn en door discussie tot een breed gedragen koers komen die altijd plus- en minpunten heeft, is hen wezensvreemd.
De grote vraag bij nieuwe partijen is daarom: wie heeft eigenlijk bepaald wat de koers is? Is er bewijs dat er meer betrokkenen waren dan de partijtop? Is er contact met leden, buitenstaanders, kandidaten en eventuele anderen over de inhoud? In hoeverre is er echt een gesprek geweest over de koers, of zijn de leden alleen afgekomen op een verhaal waar ze niet zelf aan hebben bijgedragen? In dat laatste geval is de kans dat ze weer snel zijn vertrokken levensgroot.
Partijen van niks is een zevendelige serie. Lees aflevering 4 hier.
Beeld: Thierry Baudet presenteert het FvD-Journaal. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.