NSC kon het vanaf de eerste dag nooit goed doen

Niets zo triest als een verkiezingsbijeenkomst van NSC, zeker op een van de laatste zonnige avonden van het jaar. Woensdagavond komt de partij samen in De Observant in Amersfoort. In een zweterig zaaltje staan zo’n 25 stoelen. De voorbereiding is slecht: als de eerste mensen in de zaal zitten moet er nog een scherm worden neergezet en een vrijwilliger klaagt dat de posters niet zijn opgehangen. Dat blijkt niet nodig: de bijeenkomst wordt naar de binnenplaats verplaatst, want daar is het wat koeler.
Wat blijkt? Er zijn een kleine veertig mensen en die hadden niet in het zaaltje gepast. Het is een meevaller voor de geplaagde partij die in de peilingen ergens tussen de nul en twee zetels scoort: een onvoorstelbaar slecht resultaat voor een club die deze week precies twee jaar bestaat en destijds goed was voor twintig zetels. We horen lijsttrekker Eddy van Hijum zeggen dat slechts één andere partij uit het niets met meer zetels in de Tweede Kamer kwam. Dat record is van de LPF: 26 stuks.
Onwillekeurig denk je: NSC heeft dat record weliswaar niet verbroken, maar gaat wel een andere prestatie neerzetten. Dit is de partij die het snelst opkwam en ook het snelst weer uit de Tweede Kamer verdwijnt. Hoe zal de geschiedenis oordelen over Van Hijum? Zonder meer een aardige man, maar daarvan zijn er nog duizenden. Zijn verhaal ademt continu totale overbodigheid: je moet wel van je inkomen rond kunnen komen, horen we. Is voor dat idee een aparte partij nodig?
Een ouderenpartij
De NSC-woordvoerder is ergens in de twintig en daarmee de jongste aanwezige. Er lopen nog twee jonge vrouwen rond die de indruk wekken voor de partij te werken. De rest van de aanwezigen is in de vijftig of ouder. Zo blijkt Pieter Omtzigt eigenlijk een nieuwe ouderenpartij te hebben geschapen, maar wel een met een handicap: NSC staat pal voor de pensioenen en Van Hijum wijst op het belang van indexatie, maar de ouderen hadden er liever Agnes Joseph bij gehad.
Bij NSC wil men graag dat alles procedureel helemaal klopt. Dat krijgt al snel een nare bijsmaak. Als de woordvoerder ‘onze lijsttrekker Eddy van Hijum’ aankondigt, zegt iemand dat hij nog helemaal geen lijsttrekker is, want hij moet nog bij het congres worden benoemd. Een vrouw begint omstandig te vertellen dat NSC wel goed bestuur bepleit, maar dat daar in eigen huis geen sprake van is. Er zijn provinciale afdelingen beloofd, maar daar is niks van terecht gekomen.
De vrouw vertelt in een bijzin dat ze hiervoor bij 50Plus zat, een man begint te klagen over het beperkte gebruik van sociale media en dan volgen nog allerlei andere suggesties. Alle alarmbellen zouden inmiddels af moeten gaan, maar Van Hijum gaat onverstoorbaar verder en vertelt dat zijn partij ‘een beweging’ is. Dat dat alleen een beweging op leeftijd kan zijn, vertelt hij er niet bij. Hij vergeet de voormalige 50Plus-dame te vragen of ze ook zelf bereid is een provinciale afdeling te beginnen.
Een toekomst
NSC is weliswaar onder Omtzigt gestart, maar wordt nu in hoog tempo ‘ontpieterd’, vertelt Van Hijum. Dit was eigenlijk altijd al de bedoeling en daar was Omtzigt het ook mee eens. Nu de voormalig leider weg is moet dat alleen nog een beetje sneller. De twintig zetels in de Tweede Kamer waren natuurlijk vooral aan de partijoprichter te danken, daar moeten we eerlijk over zijn, horen we de lijsttrekker zeggen. Dat wil echter niet zeggen dat er nu geen toekomst meer is.
Wat zou die kunnen zijn? Wat is de boodschap? Van Hijum begint de avond met een overzicht van allerlei zaken die door NSC zijn geregeld of waar tenminste een begin mee is gemaakt. Belangrijke punten zijn dat er nu minder flexcontacten zijn dan voorheen en dat de armoede is afgenomen. Probleem: zelfs deze zaal is niet helemaal overtuigd. Een man begint over de gewijzigde meetmethode: dat zou de daling verklaren. Van Hijum verzekert de aanwezigen dat dat niet het geval is.
Er zijn wel resultaten, zo houdt Van Hijum de zaal voor, maar dit is natuurlijk alleen een begin. Nu het kabinet is gevallen is het nodig om door te gaan met ‘de beweging’. Hij ziet allerlei lichtpuntjes: deze week komt de kandidatenlijst uit en daar staan meerdere zittende bewindspersonen op, er komt een nieuw partijbestuur dat de beweging verder vorm gaat geven en de hoop is dat NSC volgend jaar op een aantal plekken aan de gemeenteraadsverkiezingen mee gaat doen.
Dosis realisme
De minister van Binnenlandse Zaken, Judith Uitermark, vertelt vervolgens over haar werk. Even klinkt NSC weer als in de tijd van Omtzigt: Uitermark is bezig met grondwettelijke toetsing, wetgeving die burgers toestaat een fout te maken en is druk bezig de ambtelijke organisatie meer oog te laten krijgen voor regels die mensen in het nauw kunnen brengen en in combinatie met elkaar onevenredig hard kunnen uitpakken. Even denk je: best nuttig dat er een partij is die dit adresseert.
Uitermark vertelt haar verhaal in heldere, begrijpelijke taal en de kritiek uit de zaal verstomt. Het publiek kent wel wat voorbeelden van mensen die hard door regels zijn getroffen en hoewel de minister er niet meteen een oplossing voor heeft maakt ze wel duidelijk dat ze de klachten hoort en serieus neemt. Opeens denk je: Uitermark was een betere lijsttrekker geweest dan Van Hijum, maar ze is zo onbekend dat dat op voorhand geen optie was. Ook zij zal verdwijnen in een moeras van vergetelheid.
Conclusie? Bij NSC zou een flinke dosis realisme niet misstaan. Er is heus wel iets gerealiseerd, maar het is niet veel en ook niet erg zichtbaar. Dat is niet alleen een communicatieprobleem. Er bestaat simpelweg een enorme kloof tussen een partij die ‘goed bestuur’ belooft en eentje die vervolgens met de PVV in een kabinet gaat zitten dat ruzie maakt, overweegt noodwetgeving in te voeren, ambtelijke adviezen negeert en ga zo maar door. NSC-ministers waren beter dan de rest, maar of ze nou een heldenrol vervulden?
Diepe verdeeldheid
Bij de koffie verdedigt Van Hijum zich: de monsterzege van de PVV liet NSC geen andere opties en de partij heeft met de rechtsstaatverklaring en de extraparlementaire constructie geprobeerd waarborgen in te bouwen. Nee, dat was geen succes, zo geeft hij toe. Het probleem is helder: voor een nieuwe partij die zich nog helemaal moet vormen, was deze uitdaging simpelweg te groot. Als je je eigen waarborgen moet gaan uitleggen omdat niemand ze nog serieus neemt, heb je de wedstrijd verloren.
Toch weet Van Hijum ook te overtuigen. Het idee dat kiezers de samenwerking met de PVV niet wilden omdat dat geen ‘goed bestuur’ oplevert, is maar het halve verhaal. Het is veel erger: behoorlijk wat NSC-kiezers wilden deze coalitie juist wel en vonden dat Omtzigt er te moeilijk over deed. Met Wilders kon de migratie worden aangepakt. Van Hijum zag het in zijn eigen omgeving: daar stemden heel wat mensen Omtzigt, hingen veel Nederlandse vlaggen op hun kop en was er al snel na de verkiezingen kritiek op de slome formatie.
De achterban was te divers en daarom was NSC eigenlijk al vanaf de eerste dag ten dode opgeschreven. Omtzigt zou problemen aanpakken en het bestuur verbeteren, maar wat dat precies moest inhouden, daar had iedereen zijn geheel eigen ideeën bij. Sommigen zagen overeenkomsten met de PVV, anderen nadrukkelijk niet. Ergo: NSC deed het nooit goed. Een medewerker verzucht: had NSC twee jaar geleden maar gewoon vijf zetels gekregen, dan was het allemaal heel anders gelopen. Zo is het.
Beeld: Eddy van Hijum in de Observant in Amersfoort. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.