Kandidaten voor het Volt-Kamerlidmaatschap wagen soms gewoon een gokje

Onlangs publiceerde Volt de concept-kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. Over twee weken is het partijcongres en stellen de leden de lijst officieel vast. Middels een stemming mogen ze deze wijzigen: een mooie vorm van partijdemocratie waarbij de leden bepalen wie er straks op de Volt-zetels in de Tweede Kamer zitten. De grote vraag is natuurlijk: wat stelt zo’n procedure in de praktijk voor? Hoe moeten leden bepalen wie de beste kandidaten zijn?
Dit brengt ons donderdagavond naar het partijkantoor van Volt in Den Haag, waar de kandidaten zich mogen voorstellen aan de leden. Hoewel Volt inmiddels ruim 16.000 leden heeft, is maar een fractie van hen geïnteresseerd: er kijkt een tiental mensen naar de livestream en er zitten er hooguit dertig in de zaal. Deze wordt vooral gevuld door de mensen die door de selectiecommissie op de lijst zijn gezet. Het zal het mooie weer zijn.
Laten we met het goede nieuws beginnen: deze poging om leden te informeren is goed bedoeld. Er zijn bij allerlei partijen procedures om leden invloed te geven op de lijst, maar zij hebben vaak niet voldoende informatie. Zo stemmen de leden van D66 dezer dagen voor de kandidatenlijst en krijgen zij vooral minimalistische motivaties van de geselecteerden voorgeschoteld. Het heeft er alle schijn van dat zij kiezen op basis van bekendheid, niet op basis van geschiktheid.
Goed informeren
Volt doet deze donderdagavond een expliciete poging leden wel goed te informeren. De grenzen aan wat leden kunnen doen komen snel in zicht: de selectiecommissie heeft de kandidaten doorgelicht en de leden doen dat sowieso niet opnieuw. Er zijn uitgebreide beschrijvingen beschikbaar van de tientallen sollicitanten, maar je vraagt je af of iemand die leest: veel te veel werk voor mensen voor wie politiek geen dagtaak is. Het gaat bovendien om kandidaten waarvan het merendeel sowieso nooit in de Tweede Kamer komt.
In deze setting belooft een kennismaking met kandidaten eigenlijk iets onmogelijks: dat je na deze avond iedereen een klein beetje kent, grote idioten van de kandidatenlijst kunt weren en de meest competente types omhoog kunt stemmen. De presentatrice vertelt dat het drie uur gaat duren: een half uur langer dan aangekondigd. Het is een hele zit, maar met veertig kanshebbers is er nog steeds maar vier minuten per persoon. Ze praten in groepjes steeds over één thema dat ze niet eens zelf hebben uitgekozen.
Zo ontstaat een avond met negen panels, soms met kandidaten die een kans maken, zoals het zittende Kamerlid Marieke Koekkoek of de nieuwe nummer drie Rens de Boer, maar soms ook met mensen die niemand kent, van de selectiecommissie weinig credits hebben gekregen en geen enkele kans maken om via de leden of voorkeursstemmen de Tweede Kamer te halen. Dit gedoe doet toch een beetje vreemd aan voor een partij vol hoger opgeleiden die dit allemaal ook wel weten.
Inhoud voorop
Dit zou een avond over de kandidaten moeten zijn, maar in de praktijk gaat het over de politieke inhoud. Elk panel krijgt een stelling voorgelegd die eigenlijk geen stelling is. Het betreft meningen uit het verkiezingsprogramma waar iedereen het mee eens is. Daar is ook geen discussie over: de presentatrice zegt het er zelfs bij. De gesprekken gaan over waarom het standpunt goed is en wat mogelijke kritieken van politieke tegenstanders zijn. De kandidaten mogen daar dan een repliek op formuleren.
Beetje vreemd: dit leidt tot een herhaling van standpunten die de hele zaal al kent, alsof nog getoetst moet worden of deze kandidaten de Volt-standpunten wel steunen. Ze doen allemaal een poging een originele invalshoek te vinden die iets toevoegt aan wat eerdere panelleden al hebben gezegd. Of dat ze nou lukt of niet: irrelevant is het, want voor Volt-Kamerleden is het verkiezingsprogramma sowieso leidend. Ergo: we leren eigenlijk alleen of de kandidaten goed voor een zaal kunnen spreken.
Verrassing: dat kan lang niet iedereen, maar de selectiecommissie heeft twee personen een hoge plek gegeven die hierin slagen. Rens de Boer (no.3) is een goed uitziende man die zijn enthousiasme prima op de zaal kan overbrengen. Ook de nummer vier, Simone Ritzer, kan dat. Maar of de selectiecommissie hier echt naar heeft gekeken? De nummer vijf, Jeroen Princen, is overduidelijk graag zelf aan het woord en je vraagt je af of je daarmee in de Tweede Kamer een deuk in een pakje boter slaat.
Ervaring?
Wat vooral opvalt, is dat de relatie met de opbouw van Volt als partij vrijwel ontbreekt. De partij is tegenwoordig aanwezig in acht provincies en tien gemeenteraden en naar verluid gaat men in 2026 in een veelvoud van dat aantal gemeenten meedoen. Daar wordt gewerkt aan afdelingen en zijn grote aantallen vrijwilligers actief. In tegenstelling tot andere partijen organiseert Volt ook relatief veel evenementen waar leden en vrijwilligers naartoe kunnen gaan.
Die ontwikkeling blijft onderbelicht. Het gaat nadrukkelijk om de kandidaten voor de Tweede Kamer, alsof de rest van de partij niet bestaat. Er staan uit het regionale en lokale netwerk van Volt maar twee mensen op de lijst en ze zijn nog onverkiesbaar ook: fractievoorzitter Erik Kemp uit Enschede staat op elf en het enige Brabantse Statenlid Inge Vossen op acht. Dat is allebei relatief hoog, maar nog steeds ruim onverkiesbaar. Ze hebben meer ervaring dan de nummers drie en vier.
Slechts één andere kandidaat zegt dat ze momenteel voor Volt actief is: Simone Ritzer (no.4) is vrijwilliger in Utrecht. Of de rest van de kandidatenlijst iets voor de partij doet komt niet in de praatjes aan bod. Misschien doen sommigen iets en staat dat in de ellenlange profielen in het Volt-kandidatenboek, maar een verkoopargument is het niet. Ik vraag een paar kandidaten of ze zich in maart komend jaar ook verkiesbaar stellen voor de gemeenteraad. Dat hebben ze overduidelijk niet overwogen.
De suggestie van deze avond is dat meerdere kandidaten een beperkte band met de partij hebben en simpelweg een gok waagden door zich te kandideren. Niet geschoten is altijd mis en als het mislukt is er weinig verloren. De kandidaturen komen soms letterlijk uit het niets: de hele avond horen we vrijwel niemand met een maatschappelijk profiel op basis waarvan verondersteld kan worden dat deze persoon al enige achterban of politiek netwerk heeft. Best alarmerend.
Een alternatief
Onwillekeurig denk je: hoe geschikt zijn deze mensen als je ze in de Tweede Kamer neerzet? We horen kandidaten die details over hun gespreksonderwerp uit hun hoofd hebben geleerd en zo ter zake kundig proberen te klinken. Dat zijn ze misschien ook wel, maar het zegt allemaal weinig over de vraag of ze diep van binnen bij Volt passen, of ze kiezers kunnen aanspreken, of ze zich tegenover een willekeurige PVV’er staande kunnen houden en of ze in staat zijn meerderheden voor voorstellen te realiseren.
Een kandidaat vraagt me na afloop wat ik van de avond vind. Ik ben niet enthousiast, zeg ik. Er volgt een typische Volt-vraag: hoe kan het beter? Daar is wel iets over te zeggen: houd op met de onzin dat een zittend Kamerlid dezelfde behandeling hoort te krijgen als een jongen van 25 die niet eens bij de eerste veertig staat. Focus je op de kandidaten die volgens de selectiecommissie het meest kansrijk zijn en zaag hem echt door op wie ze zijn zodat je echt de beste kunt kiezen. Dat is al moeilijk genoeg.
Nog een idee: nodig alleen de top tien uit, laat deze kandidaten allemaal in vijf minuten iets vertellen over zichzelf waarvan ze denken dat de leden het moeten weten. Stel daar dan een paar kritische vragen over en kijk of men overeind blijft. Dan heb je in ieder geval enig idee wie er tegenover je staat, wat deze mensen drijft en of dat bij Volt past. Dat levert nuttigere informatie op dan het beeld dat er heel wat totaal uitwisselbare ZZP’ers, studenten, consultants en ambtenaren zin hebben in een carrièreswitch.
Beeld: Panel met onverkiesbare Volt-kandidaten: Emre Gungor (no.9), Lore Eckelmans (no.32), Annemieke van der Linden (no.26) en Geert van der Veer (no.15). Still uit de livestream.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.