Brigitte in Europa (11): ‘Er ontstaat een steeds grotere kloof tussen de praktijk en de beleidsmakers’

Wat doet een Europarlementariër en wat levert dat op? Elke maand schrijf ik over Brigitte van den Berg van D66. Wat kunnen volksvertegenwoordigers in Brussel voor burgers betekenen en hoeveel invloed hebben ze? Meer over deze serie vind je hier. In deze aflevering: Brigittes strijd voor het MBO.
Brigitte is nu ruim een jaar Europarlementariër. Ze had toen ze begon geen vastgepind idee van hoe ze te werk zou gaan, vertelt ze: ‘je kunt op heel veel verschillende manieren Europarlementariër zijn. Je kunt iemand zijn die heel veel met lobbyisten praat en heel veel input ophaalt uit officiële kanalen, je kunt iemand zijn die heel veel officiële vergaderingen afloopt en je kunt je ook in een paar specifieke dossiers vastbijten.’ Brigitte probeert inmiddels dat laatste: ze pakt een paar specifieke missies op, legt ze uit.
Een van die missies is het beroepsonderwijs, in Nederland bekend als het MBO. Brigitte vindt dat ze daar al resultaat heeft geboekt. Ze heeft de regels weten aan te passen dat MBO’ers ook stage kunnen lopen in het Europees Parlement. Brigitte heeft zelf inmiddels een MBO-stagiair aangenomen. In de regels stond voorheen dat stagiairs altijd een HBO- of een universitaire opleiding moesten volgen. Waarom MBO-studenten werden uitgesloten? Daar werd heel geheimzinnig over gedaan.
Iemand vertelde Brigitte dat de top van het Europees Parlement bang was dat Europarlementariërs MBO-stagiairs op hun kinderen zouden laten passen of zouden laten meehelpen in het huishouden. Dat was in het verleden weleens een probleem, toch? vraag ik. Europarlementariërs namen eigen familieleden aan en het werk van medewerkers had lang niet altijd iets met het parlement te maken. Die voorbeelden bestaan, bevestigt Brigitte, maar ook met de oude opleidingseis. Dat aanhalen om MBO’ers buiten de deur te houden noemt ze ‘een opzichtige drogreden’.
Praktijk en beleid
In Brussel heten MBO’ers ‘vocational education trained professionals’, in Brussels jargon: VET. ‘Ik heb aan alle kanten de discussie aangezwengeld dat er gewoon te weinig vakmensen zijn,’ legt Brigitte uit: ‘ze denken weinig mee over het beleid. Wij moeten ons in Brussel realiseren dat we alleen maar met universitair geschoolden beleid maken voor een heel continent waar de meerderheid niet universitair geschoold is. Zo ontstaat een steeds grotere kloof tussen de praktijk en de beleidsmakers. Alsof je alle fietspaden enkel laat plannen door mensen die zelf nooit fietsen. Dat gaat niet goed.’
‘We zijn ons daar niet voldoende van bewust. Als ik dit ter sprake breng in het Europees Parlement krijg ik echt verbaasde gezichten van parlementariërs, zo van: waar heeft zij het nou over? De Eurocommissaris voor gelijkheid, Hadja Lahbib, praat honderduit over gelijkheid van vrouwen, van mensen met special needs en ga zo maar door. Ik vroeg haar naar discriminatie op grond van opleidingsniveau. Ze keek me aan van: waar heb jij het over? Ik moest echt drie keer doorvragen.’
Lahbib bleek ook niet te weten waar VET voor staat, terwijl dat een bekende afkorting zou moeten zijn, denkt Brigitte: mensen die een vak hebben geleerd. ‘Het is niet goed dat het heel bijzonder wordt gevonden dat ik nu een trainee heb uit het MBO. De halve samenleving bestaat uit mensen met een MBO-opleiding.’ Uit dat grote deel van de bevolking komt nooit iemand in het Europees Parlement. Dat is niet alleen een praktisch probleem, maar ook een democratische tekortkoming, denkt ze.
Tien punten plan
Kun je hier als Europarlementariër echt veel aan doen? Brigitte probeert thema’s te kiezen die voor heel veel mensen relevant zijn, juist ook voor niet-universitair geschoolden, vertelt ze. Industrie, maar ook huisvesting en verduurzaming. Ze heeft een tien punten agenda gemaakt. In haar top drie staat ten eerste internationale diploma-erkenning. Ze was pas bij een ontbijt over dat onderwerp en volgende week heeft ze een afspraak met de Eurocommissaris hoe dat georganiseerd kan worden.
Een tweede punt is het Erasmus-programma. Dit programma om over de grens te kunnen studeren was altijd voor universitaire studenten, maar is inmiddels ook opengesteld voor MBO’ers. Er is wel veel meer budget beschikbaar voor die eerste groep. Brigitte wil dat dat gelijker wordt, want VET-studenten zijn ruim in de meerderheid. ‘Als je leert timmeren mag je niet studeren in Frankrijk, maar bij klassieke talen wel. Maar of je nou klassieke talen doet of leert timmeren: in Frankrijk is dat niet per se anders dan hier.’
Het belangrijkste is dat we ons bewust zijn van de kloof die we creëren, denkt Brigitte. ‘Die is ook schadelijk. MBO’ers moeten meedenken over beleid, want dat beleid gaat mede over hen. Maar daar praten zij dus niet over mee. Volgens Commissievoorzitter Ursula van der Leyen gaat het allemaal om betere implementatie van regels. Nou, dat is wel een zwak punt als je geen contact maakt met uitvoerders, professionals en mensen uit de praktijk.’
Brigitte is ‘allemaal dingen aan het proberen,’ zegt ze. Ze wil een adviesraad van MBO-studenten opzetten. Daar moeten verschillende MBO-scholen aan mee gaan doen: acht of negen die allemaal een afvaardiging van studenten sturen waarmee ze over verschillende onderwerpen gaat praten.
Meer vakmensen
Twee maanden geleden hield Brigitte een lezing in Alkmaar, waar ze onder meer sprak over het MBO. Ze vindt dat het MBO wordt ondergewaardeerd en dat er meer vakmensen en minder hoogopgeleiden nodig zijn. Ik moest denken aan de Lissabon-agenda die twintig jaar geleden van Europa een innovatieve kenniseconomie moest maken. Die agenda ging ervan uit dat de helft van de bevolking hoogopgeleid zou moeten zijn. Zegt Brigitte nou eigenlijk dat dat contraproductief was?
D66 is voor Europa, de EU kwam met de Lissabon-strategie en die zegt dat je veel hoogopgeleiden moet hebben. D66 is ook een partij van hoogopgeleiden. Al het beleid dat uit D66 komt is ook bedacht door hoogopgeleiden. Dan is het gek dat een Europarlementariër van die partij zegt: daar hebben we er te veel van. Brigitte is dat niet met me eens: ‘D66 vindt onderwijs heel belangrijk, maar vindt het volgen van een VWO-opleiding niet beter dan eentje in het MBO.’
‘D66 is niet een partij die standpunten kiest omdat ze goed zijn voor de eigen achterban. Zo verdient de gemiddelde D66-kiezer bovenmodaal, maar D66 doet allerlei voorstellen waar juist lagere inkomens van profiteren. Zo wil D66 meer belasting voor hogere inkomens en de hypotheekrenteaftrek afschaffen,’ aldus Brigitte. Is ze het wel met mij eens dat D66 niet overkomt als een partij voor MBO’ers? Brigitte denkt dat elke partij dit probleem heeft. ‘Ik denk niet dat je bij andere partijen veel meer handen de lucht in krijgt als je vraagt: wie heeft hier geen universiteit gedaan? Dat moet veranderen.’
Lees aflevering 12 van deze serie hier.
Lees de hele serie over Brigitte van den Berg hier.
Beeld: Brigitte van den Berg in Straatsburg. Foto: Philippe Buissin, Europese Unie, 2024.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.