Als uiterst links in Amsterdam echte ambities had, zou men samenwerken

Deze week merkte de Amsterdamse stadszender AT5 op dat het op de rechterflank erg druk wordt bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Met een beetje pech gaan in de hoofdstad zeven partijen rechts van de VVD meedoen: BBB, BVNL, FvD, JA21 en drie lokale clubjes. Op rechts kennen we al langer het verschijnsel dat politici niet willen samenwerken en daarom kansloze partijtjes oprichten, maar dit is inmiddels ook op links gemeengoed geworden.
Ruim een half jaar voor de verkiezingen lijken er in Amsterdam links van GroenLinks-PvdA zeven partijen mee te doen. Hoe zou men zelf vinden dat het gaat?
Zeven partijen
Even inventariseren. Bij1 is na afsplitsingen weg uit de Amsterdamse gemeenteraad, maar is niet opgehouden te bestaan. De ledenvergadering heeft besloten weer mee te doen, maar onbekend is met wie. Concurrentie is er in ieder geval van De Vonk, de partij van twee Bij1-afgesplitsers. Dit is een club van activisten en krakers, die gek genoeg nooit praten over het belangrijkste grondbeginsel van hun voormalige partij, namelijk intersectionaliteit. De Vonk praat wel over een vrij Palestina.
Dan is er nog een ander afgesplitst Bij1-raadslid: Carla Kabamba, die mee gaat doen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Ze haalde daar nog maar nauwelijks publiciteit mee. Haar poging lijkt sowieso kansloos, aangezien zelfs Sylvana Simons destijds maar net een zetel haalde. De aankondiging van Kabamba’s landelijke deelname lijkt vooral ingegeven door het idee dat ze hierdoor bekender wordt en dan alsnog een kans maakt bij de Amsterdamse raadsverkiezingen.
Dan hebben we nog de SP, die vier jaar geleden in crisis was en toen twee zetels haalde. Een van de raadsleden is onlangs opgestapt om een eigen clubje te beginnen: de ‘één wereld partij’. Er is geen website van. Bij de vorige verkiezingen deed ook een SP-afsplitsclub mee, genaamd Democratisch Socialisten Amsterdam (DSA). Die sloot zich aan bij de landelijke SP-afsplitsing De Socialisten en die heeft zich pas weer hernoemd tot Revolutionaire Socialistische Partij (RSP). De Amsterdamse afdeling houdt zich erg stil.
Dan hebben we ook nog de Partij voor de Dieren en dan is het hele palet links van GroenLinks-PvdA compleet.
Gesloten netwerken
Zou iemand het aandurven deze lieden naar hun onderlinge verschillen te vragen, om vervolgens te toetsen of die in de politieke praktijk een reëel verschil kunnen maken voor het beleid van de gemeente Amsterdam? Wat zijn de verschillen tussen de doorstart van Bij1 en de twee raadsleden die tot twee jaar geleden deel uitmaakten van die partij? Misschien is het de interne cultuur waar de twee afsplitsers destijds over klaagden, maar dan zijn Bij1 en De Vonk inhoudelijk dus identiek?
Carla Kabamba – van de Lijst Kabamba – zat ooit ook bij Bij1 en splitste zich daar als eerste af. Ook zij klaagde over de interne cultuur. Dat betrof toen onder meer haar toenmalige fractieleden, de huidige vaandeldragers van De Vonk. Met hen kan ze dus niet samenwerken, maar dat is het gevolg van verstoorde persoonlijke verhoudingen, niet van de politieke inhoud.
Zijn er verschillen tussen De Vonk en RSP? Beide clubs bestaan uit activisten die een anti-kapitalistische agenda uitdragen en je kunt ze beide wakker maken voor pro-Palestina-demonstraties. Op beide punten kun je in een gemeenteraad maar weinig bereiken. Het enige reële verschil lijkt de voorgeschiedenis: De Vonk komt uit Bij1, RSP uit de SP. Als dat het enige is, bestaan deze twee partijen alleen omdat de leden niet in elkaars netwerken zitten en elkaars telefoonnummers niet hebben.
Als je dan ook nog weet dat DSA – inmiddels RSP – destijds voortkwam uit onvrede over het interne debat binnen de SP en dat de PvdD tegenwoordig erg veel bezig is met intersectionaliteit en Palestina, is de chaos wel redelijk compleet.
Onderlinge rivaliteit
Waarom zou je doen alsof er tussen al deze clubs reële inhoudelijke verschillen bestaan? Als je denkt van wel, is de implicatie dat verslaggevers beginselprogramma’s en verkiezingsprogramma’s moeten lezen – voor zover die bestaan – en die systematisch moeten vergelijken. Daar heeft niemand zin in, niet alleen vanwege tijdsgebrek, maar vooral omdat er alleen detailverschillen te ontdekken zijn die niemand iets interesseren en omdat die sowieso de vraag oproepen waarom je zoveel energie in clubjes zou steken die de kiesdrempel toch niet halen.
Van al deze partijen lijken alleen de PvdD en de SP zeker van zetels. Die onzekerheid zou voor al deze clubjes genoeg reden moeten zijn om te reflecteren op de vraag waarom ze bestaan en waarom ze niet samen kunnen werken. Het antwoord is waarschijnlijk dat ze zich simpelweg conformeren aan de nieuwe norm in de Nederlandse politiek, die rechtstreeks van de uiterste rechterflank komt: of je nou inhoudelijk onderscheidend bent of niet, je begint gewoon je eigen club. Ook als je de kiesdrempel niet haalt.
Alles draait er immers om dat je zelf de baas bent in eigen huis en geen inhoudelijke compromissen hoeft te sluiten. Dat je hiermee versnippering veroorzaakt en daardoor nauwelijks een deuk in een pakje boter slaat, maakt niet uit. Je hebt idealen of je hebt ze niet.
Beeld: SP-tas. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.