Bij NSC gaat iedereen voortaan voor zichzelf

Bij het vertrek van Pieter Omtzigt moest ik denken aan mijn laatste bezoek aan het Europees Parlement in Straatsburg. Over Europese politiek gaat het in de media nauwelijks en niemand vindt dat erg: dit parlement is erg ver weg en bovendien ontzettend saai. Zo vergeet iedereen dat NSC niet alleen in de Tweede Kamer en de regering zit, maar ook in Europa: Dirk Gotink vormt hier in zijn eentje de NSC-fractie. Kijk naar het Europees Parlement en je weet hoe het NSC zal vergaan.
Europarlementariërs zijn maar drie dagen per maand in Straatsburg en houden hier kantoor in benauwde kamertjes aan een nauwe gang waar je elkaar nauwelijks kunt passeren. Afgelopen zomer liep ik langs bij de net verkozen CDA-fractie. Die is kleiner dan ooit. Men ging bij de Europese verkiezingen terug van vier naar drie zetels. Belangrijk detail: je kunt ook zeggen dat er vijf zetels waren, want 50Plus-Europarlementariër Toine Manders had zich tussentijds bij het CDA aangesloten.
Zetelverlies doet natuurlijk pijn, maar bij het CDA hielden ze de moed erin. Toen al. Ik stond op die nauwe gang even bij te praten met oudgedienden Tom Berendsen en Jeroen Lenaers en schudde de hand van nieuwkomer Ingeborg ter Laak. Raad eens wie daar kwam aangelopen? NSC-Europarlementariër Dirk Gotink. Toeval? Natuurlijk niet: Gotink bleek een paar deuren verder te zitten. ‘Wel zo handig’, sneerde een van de CDA-medewerkers.
Individuele verhalen
Je kunt denken: gaat dit artikel nog wel over de partij die Omtzigt achterlaat? Het antwoord is bevestigend: Omtzigt laat politici achter die gekoppeld zijn aan het merk ‘NSC’ die beweren een zeker ‘gedachtengoed’ met elkaar te delen dat nogal losjes is gedefinieerd en erg lijkt op dat van het CDA. Al die NSC’ers hebben een eigen verhaal: hoe ze de politiek ingingen, waarom ze dat deden, hoe hun loopbaan verliep, wat ze willen bereiken en hoe ze de toekomst zien. Allemaal individuele verhalen.
Context is alles. We moeten niet kijken naar NSC als partij, want die is nooit tot volle wasdom gekomen. Het gaat om de vraag wie de mensen zijn die nu het NSC-label dragen, die door Omtzigt op een plek terecht zijn gekomen en daar iets van moeten maken. Wat willen ze voor de samenleving en voor zichzelf? Politieke en persoonlijke doelen horen bij elkaar. Zonder politieke toekomst bereik je immers sowieso niets. Zo komen we bij allerlei individuele zienswijzen en dromen. Ze raken de toekomst van NSC.
Terug naar Dirk Gotink, die eenzame Europarlementariër die in zijn dooie eentje zetelt in het verre Brussel en Straatsburg. Wat is in zijn geval de context? Als eenling in het Europees Parlement kun je niets en dus zoek je partners. Gotink loopt al heel lang rond in dit parlement, maar dan als medewerker. Hij weet dus precies bij wie je moet binnenlopen, met wie je allianties moet sluiten en hoe je invloed krijgt. Guess what? Vanuit zijn perspectief is er weinig veranderd.
CDA voor en na
Gotink was in 2014 kandidaat-Europarlementariër voor het CDA maar haalde het parlement niet door de voorkeursstemmen op partijgenoten. Hij was beleidsmedewerker en klom op tot woordvoerder van de fractievoorzitter van de Europese christendemocraten, de club waar het CDA onderdeel van uitmaakt. Verrassing: toen hij via NSC alsnog Europarlementariër werd, sloot hij zich ook bij de Europese christendemocraten aan. Hij zit nu letterlijk naast zijn voormalige partijgenoten.
Er is een nare manier om over mensen als Gotink te praten. Hij is een overloper, het CDA gaf hem kansen maar hij vond zijn carrière belangrijker dan de partij. Die carrière kwam niet van de grond want hij had geen eigen zetel. Hij is een opportunist: Omtzigt zocht een lijsttrekker en Gotink belde hem op, of andersom. Het was een daad van extreme onbetrouwbaarheid: voor het CDA kwam het uiterst onverwachts. Hij had toch dankzij het CDA zoveel kunnen bereiken? Het CDA vloekte en tierde en hoopte op nul NSC-zetels.
Gotink haalde de kiesdrempel. Nu is de context anders: een extra Nederlandse zetel bij de Europese christendemocraten, alleen niet van het CDA. Eigenlijk heeft die partij nog steeds vier zetels, alleen een ervan met een NSC-stempeltje: ze zitten bij elkaar op de gang, Gotink heeft een oud-CDA-medewerker overgenomen (en niet de minste) en in de gezamenlijke Europese fractie hebben CDA, BBB en NSC een gezamenlijke woordvoerder, namelijk de fractievoorzitter van het CDA. (Bent u daar nog?)
Nieuwe verhoudingen
Verhoudingen ontwikkelen zich. Toen Gotink ontrouw was zal het CDA hem hebben vervloekt, maar die Pavlov-reactie is van toen. Je moet ook verder en je bereikt pas iets als je samenwerkt, niet als je blijft mokken over een politieke overstap die iedereen – binnen het CDA, binnen NSC, in Den Haag en in Brussel – begrijpt. Gotink deed wat iedereen in zijn positie had gedaan. Ik riep op de Straatsburgse CDA-gang: als NSC mislukt, komt Gotink gewoon terug. Manders’ overstap vanuit 50Plus was groter.
Dit verhaal geldt voor iedereen die bij NSC is aangesloten. Bij Nieuwsuur zaten Judith Uitermark en Sandra Palmen te praten hoe het verder moet na Omtzigts vertrek. Nicolien van Vroonhoven heeft al gespeculeerd over een toekomstige aansluiting bij het CDA. Goed gezien natuurlijk, maar strategisch niet zo handig. Uitermark en Palmen begonnen over het NSC-gedachtengoed te zwetsen, maar het waren vooral platitudes en ze passen allemaal prima bij het CDA.
Dat werpt een schaduw vooruit. Misschien blijft NSC gewoon bestaan en misschien staat er een nieuwe leider op. Tegelijk weten we dat iedereen die zich bij Omtzigt aansloot niet meer gebonden is aan de persoonlijke belofte om bij NSC te blijven. De leider is weg en dus is iedereen vrij een eigen keuze te maken. Dat betekent niet dat iedereen vandaag wegloopt, maar wel dat iedereen een nieuwe afweging kan maken. Nu en in de tijd die voor ons ligt.
Een voorspelling
Ik voorspel u: als er ellende uitbreekt, is Gotink als eerste terug bij het CDA. Je kunt denken: hij is maar een Europarlementariër. Toch is juist zijn positie buiten de schijnwerpers veelzeggend. Juist daar zal men eerder tegen NSC kiezen dan in Den Haag, waar een haag hijgerige journalisten bij vertrek uitleg eist, tweets je om de oren vliegen en een marginaal en uitzichtloos bestaan als afsplitser lonkt. De drempel om te vertrekken is in Den Haag hoger dan elders.
Het is deze wereld buiten de schijnwerpers waar NSC moet worden uitgebouwd. Elders hoeft niemand zich te verantwoorden of hooguit een beetje. Anonieme talenten in het land die de gemeenteraad of Provinciale Staten in willen, zullen de komende tijd allemaal denken: waar kan ik me het beste kandideren, bij NSC of toch bij het CDA? Van welke partij men op dit moment lid is maakt daarbij geen verschil. Bij het CDA zijn ze alleen maar blij met alle nieuwe aanhang, of die nou echt nieuw is of niet.
De uitbouw van NSC komt er al met al helemaal niet meer, de gemeenteraadsverkiezingen worden komend jaar overgeslagen en als men het toch probeert krijgen kandidaten maar één vraag: waarom kunnen lokale kiezers niet gewoon op het CDA stemmen? Daar heeft men immers wel een inspirerende leider en niet iemand die op de eerste dag van haar fractievoorzitterschap al speculeert over de overbodigheid van haar eigen club. Zoals kandidaten eerst op Omtzigt afkwamen, gaan ze nu naar Bontenbal.
Haagse focus
Context is alles. De focus van de politieke verslaggeving ligt altijd in Den Haag en daar zal de gecancelde uitbouw van NSC vrijwel onopgemerkt blijven. Men ziet hooguit dat er geen Eerste Kamerfractie voor NSC in zit. In Den Haag ligt afsplitsing van Tweede Kamerleden vroeg of laat voor de hand. Tegelijk kun je je afvragen of dat fenomeen erg relevant is: als er maar genoeg Kamerleden blijven, kan het kabinet gewoon blijven zitten. Er kunnen zeker tien NSC’ers opstappen zonder dat dit het kabinet raakt.
Het Haagse verhaal van NSC is onvoorspelbaar omdat niet iedereen weg wil of kan. Er zijn te veel mensen om precies te weten hoe dit voor alle individuele gezichten ligt. Een van de weinigen waarvan we het wel weten is Diederik Boomsma: nu NSC-Kamerlid, voorheen CDA-raadslid in Amsterdam die door vriend en vijand geprezen werd, maar bij zijn partij nooit verder kwam. Hij moest voor een landelijke carrière naar Omtzigt. Terug naar het CDA? Dat lijkt toch wel uitgesloten.
Zo hebben sommige NSC’ers er alle belang bij toch iets van de partij te maken, misschien wel tegen beter weten in: zonder aansprekende leider, zonder onderscheidende ideologie, zonder landelijke uitbouw en met twijfelende collega’s die andere afwegingen kunnen maken dan zij. Of toch niet? Als je niet naar het CDA terug wil of kunt en ‘het besmette merk NSC’ wilt begraven, kun je altijd weer een nieuwe club beginnen. Daar kan een deel van NSC dan weer een nieuw thuis vinden.
Of dat dan slaagt? Nou ja, dat is van later zorg.
Beeld: afscheidsboodschap van Pieter Omtzigt. Still van YouTube.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.